Euthanasiemeldingen

Margot Trappenburg legt in haar column in NRC Handelsblad van 2 mei de vinger gedeeltelijk op de zere plek, waar zij constateert dat de toetsingscommissies gevallen van hulp bij zelfdoding aan psychiatrische patiënten niet in behandeling nemen, ook al zijn de betrokken psychiaters ervan overtuigd dat het ging om een weloverwogen verzoek en om ondraaglijk, uitzichtloos lijden. Het is triest dat Trappenburg kennelijk akkoord gaat dat anderen dan betrokkenen dat bepalen.

Erger nog, zij vindt kennelijk dat mensen eerst naar het oordeel van anderen (!) ondraaglijk moeten lijden. Vindt Trappenburg dat een ander voor haar kan bepalen wanneer zij op een waardige manier afscheid wil nemen? Dat is een probleem waar de veelgeprezen wet niet in voorziet. Politici hebben het recht om over jezelf te kunnen beslissen weggenomen, en artsen opgezadeld met een onmogelijke verantwoordelijkheid. Dat het aantal meldingen afneemt, is dus niet vreemd.

Uit het hoofdredactionele commentaar in deze krant van 3 mei bekruipt mij de angst dat ook de hoofdredactie kennelijk nog steeds van mening is dat het OM de controleurs zou moeten controleren. Een opmerkelijke gedachte. Deze situatie is onmogelijk én ongewenst.

Elke situatie is uniek en geen precedent voor een andere situatie. Het gaat om vertrouwen. En daar is het openbaar ministerie kennelijk niet van overtuigd. Daarom zal op 20 juni 2003 het eerste steunpunt voor hulpvragers en hulpverleners in Maastricht officieel worden geopend om een waardig afscheid te helpen mogelijk maken.