Eurostraf

Uitgesproken koel waren de reacties onlangs bij de openingsceremonie van Eurojust in Den Haag. Het gebrek aan enthousiasme betrof niet dit samenwerkingverband van Europese openbare aanklagers zelf, maar de openingstoespraak van de demissionaire minister van Justitie, Donner. Daarin brak hij een lans voor een apart Europees strafrecht, naast dat van de lidstaten. Zelfs voor een discussie daarover is het ,,veel te vroeg', vond minister Petsalnikos (Justitie) van Griekenland, de huidige voorzitter van de EU. En ook Eurocommissaris Vittorino zag voorlopig geen toekomst voor een soort federale strafwet. Daarvoor is de grensoverschrijdende criminaliteit volgens hem nog te veel gebonden aan nationale strafwetten.

Dat laatste is echter precies de reden waarom Donner met recht de wenselijkheid van een apart Europees spoor aan de orde stelt. Hij is bezorgd dat Europa niet veel verder komt via de weg van telkens maar nieuwe richtlijnen en harmonisatie van nationale wetgeving. Niet het minste probleem is dat de internationale samenwerking een onevenredig grote invloed uitoefent op het strafrecht van de afzonderlijke lidstaten. Toch is plaatsgebonden criminaliteit een veelvoud van de grensoverschrijdende variant. Om 10 procent van de delicten aan te pakken moet 90 procent van het nationale strafrecht op de schop worden genomen.

Het is beter een voorbeeld te nemen aan de Verenigde Staten. Daar is het strafrecht primair overgelaten aan de deelstaten, met daarnaast een belangrijke federale bevoegdheid. Dit duaal bestel heeft geleid tot ,,een enorme gezamenlijke inspanning', aldus Donner. Het heeft tegelijk de staten een grote vrijheid gelaten over hun eigen strafrecht en hun eigen prioriteiten te beslissen. Het landelijke Nebraska kan een andere benadering kiezen voor dansclubs dan het kosmopolitische Californië. Vermont kan zijn bijzondere karakter tonen door een open houding tegenover het homohuwelijk te combineren met een strenge aanpak van porno op internet.

Het voordeel van de afwezigheid van een centraal opgelegde moraal werd goed onder woorden gebracht door de grote Amerikaanse rechter Louis D. Brandeis. ,,Een enkele moedige staat kan – wanneer zijn burgers dat verkiezen – dienen als laboratorium en sociale of economische experimenten ondernemen zonder risico voor de rest van het land.' Dat is een aantrekkelijk vooruitzicht voor Europese staten van het formaat van Nederland. Ons land wordt in nummer 17 van de `Federalist Papers' die ten grondslag liggen aan het Amerikaanse systeem trouwens als voorbeeld genoemd.

Ondanks het koele onthaal gaat Donner zijn voorstel aanhangig maken bij de Conventie die beraadslaagt over een nieuwe Europese grondwet. Deze maakt zich juist op voor een aantal ,,pijnlijke discussies', zoals een van de Nederlandse afgevaardigden heeft gewaarschuwd, waaronder de invoering van minimumstraffen. Is dat nu werkelijk een onderwerp voor een Europese constitutie? De formule van Donner kan als een verademing werken.

Gerectificeerd

Eurostraf

In het hoofdartikel Eurostraf (10 mei, pagina 7) is verzuimd een bron te vermelden. Het citaat van rechter Louis Brandeis en twee voorbeelden over de staten Nebraska en Vermont waren ontleend aan de Lexington column in het weekblad The Economist van 3 mei.