`Europa laat vrouwenhandel nog te vrij'

Prostituees die werken onder dwang durven in Nederland vaker aangifte te doen. Maar doet Europa al genoeg om deze vrouwen te beschermen?

Sinds de opheffing van het bordeelverbod is het aantal bij de politie bekende gevallen van gedwongen prostitutie aanzienlijk gestegen. Het afgelopen jaar deden in Nederland 376 vrouwen aangifte van gedwongen prostitutie of legden er een verklaring over af. Dat is veel meer dan in voorgaande jaren, zei Rob Coster, projectleider prostitutie en mensenhandel van de Nederlandse politie, gisteren op de conferentie `Vrouwenhandel en Europa' in Den Haag. Coster vindt dit een goede ontwikkeling – het zou betekenen dat de politie meer grip krijgt op het fenomeen.

Nationaal rapporteur mensenhandel Anna Korvinus schetste een minder rooskleurig beeld. Zij schat dat de aangiften van vorig jaar nog maar het topje van de ijsberg zijn. Volgens Korvinus zijn ,,slachtoffers van gedwongen prostitutie vaak te bang voor represailles om aangifte te doen''. De Nederlandse wetgeving is volgens haar te beperkt om de vrouwen werkelijk te beschermen. Illegale vrouwen die aangifte doen van gedwongen prostitutie mogen maximaal zes maanden in Nederland blijven. Vervolgens moeten ze terug naar hun land van herkomst, waar de bescherming door de Nederlandse overheid vervalt.

Daarnaast is er te weinig Europese samenwerking om illegale prostituees goed te kunnen beschermen, zegt Sietske Altink, beleidsmedewerker van belangenvereniging voor prostituees De Rode Draad. ,,Omdat prostitutie in de andere Europese lidstaten geen officieel beroep is, is het voor deze mensen niet mogelijk om in Nederland legaal als zelfstandig ondernemer te werken.'' Hiervoor moet namelijk in het eigen land een Machtiging voor Voorlopig Verblijf (MVV) worden aangevraagd, en daar werken landen waar prostitutie geen beroep is niet aan mee. Omdat de vrouwen niet als zelfstandig ondernemer in Nederland aan de slag kunnen, zijn ze afhankelijk van exploitanten en verhuurders van ramen ,,die hele hoge huurprijzen voor hun ramen vragen''.

Op dit moment ,,gaat er geen dag voorbij zonder dat er in het Europese Parlement over mensenhandel gesproken wordt'', zegt Patsy Sörensen, Belgisch lid van de commissie justitie en binnenlandse zaken en van de commissie rechten van de vrouw in het Europees Parlement. Maar volgens Sörensen wordt het debat ,,overschaduwd door de moraliserende blik'' van Zweden en Polen. De Zweedse wetgeving bijvoorbeeld, die prostitutie als een misdaad ziet, staat haaks op de Nederlandse situatie. Ook twee andere ,,stoorzenders'' bemoeilijken volgens Sörensen een Europabreed debat over prostitutie. Er is de ,,tweede nieuwe feministische golf, die niet wil dat prostitutie een beroep is''. Daarnaast bestaat er een grote angst dat, als de tien kandidaatlanden in het oosten van Europa in 2004 bij de EU gaan horen, vrouwen uit deze kandidaatlanden massaal richting het `oude Europa' trekken. ,,Deze twee groepen zorgen voor een echte vertraging in het debat.''

Maar ook in Nederland verloopt de bestrijding van de gedwongen prostitutie niet zonder haperen. Sinds de opheffing van het bordeelverbod zijn 400 politiemensen speciaal opgeleid om te zorgen dat slachtoffers van vrouwenhandel hun weg kunnen vinden naar justitie. Maar bij politie-acties op tippelzones in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven werden illegale prostituees binnen vierentwintig uur over de grens gezet. Zij kregen niet eens de kans om aangifte te doen. ,,We zitten met een ambivalentie'', geeft Rob Coster toe. ,,We moeten de orde handhaven binnen de tippelzones. Maar we moeten ook proberen te detecteren wie vrijwillig in de prostitutie werken en mensen die hier slachtoffer van zijn.'' Amsterdam probeert dit probleem te ondervangen door een hechte samenwerking tussen politie, IND en rechtshulporganisaties. ,,Wij kunnen bijvoorbeeld doorgeven dat een vrouw nog geen aangifte wil doen, maar wel een slachtoffer is van mensenhandel en niet onmiddelijk moet worden uitgezet'', zegt Annet Koopsen van Bureau Rechtshulp Amsterdam Oost.

Volgende week spreekt de Tweede Kamer met demissionair minister Donner (Justitie, CDA) en demissionair staatssecretaris van Sociale Zaken Phoa (LPF) over de stand van zaken sinds het bordeelverbod is opgeheven, en over een rapportage van de Nationaal rapporteur mensenhandel.