Een ijskoude vrede

Geen grens scheidt twee landen zo radicaal als die tussen Ethiopië en Eritrea. Honderdduizend soldaten stierven voor die grens. Drie jaar na het einde van die oorlog is er nog altijd geen verkeer tussen beide landen, niet over land, niet door de lucht, niet per post, niet per telefoon. Een nieuwe confrontatie dreigt.

Een godvergeten gat aan het einde van de wereld. Niet meer dan een samengeraapt zootje houten en stenen bouwsels rond een stoffige hoofdstraat. Met een basisschool, een gezondheidspost en drie cafés om de dorstige keel te smeren. In de schaduw is het 41 graden. Een kudde geiten schuifelt versuft door de verzengende zon.

Welkom in de grensplaats Badme. In Ethiopië. Voor zolang het nog duurt. Want de 5.000 bewoners mogen nog zo breedvoerig en nog zo bevlogen betogen dat Badme altijd door Ethiopië is bestuurd, langer dan zelfs de 84-jarige Eyasu Fantaye zich kan heugen, een grenscommissie van het permanente Hof van Arbitrage in Den Haag heeft vorig jaar april bepaald dat het dorp op Eritrees grondgebied ligt. Als het aan die commissie ligt, begint binnenkort de markering van de nieuwe grens. De 62-jarige boer Habtom Tedla, met pathos: ,,Over mijn lijk.''

Alsof er om Badme al niet genoeg bloed is gevloeid. Twee jaar lang – van april 1998 tot juni 2000 – hebben Ethiopië en Eritrea een gruwelijke loopgravenoorlog gevoerd om de bijna duizend kilometer lange grens. Meer dan 100.000 soldaten lieten het leven. De economieën van de twee straatarme landen hebben zich nog altijd niet hersteld.

Steen des aanstoots. Symbool van die oorlog. Dat is Badme. Plaats waar de bevrijdingsbewegingen van Eritrea en de Noord-Ethiopische deelstaat Tigray in de jaren '80 samen trainden, toen de huidige Ethiopische premier Meles Zenawi nog zij aan zij vocht met de tegenwoordige Eritrese president Isayas Afewerki. Lang voordat zij de gehate Ethiopische dicator Mengistu Haile Mariam in 1991 verdreven en Eritrea in 1993 met de onafhankelijkheid werd beloond. Lang ook voordat de vriendschap tussen de twee leiders omsloeg in haat.

De oorlog begon met de Eritrese bezetting van Badme in mei 1998. Keerpunt vormde in februari 1999 de vierdaagse slag bij Badme die Ethiopië won. De rest was niet meer dan naspel. Een verpletterend slotoffensief in mei 2000 van Goliath Ethiopië – 68 miljoen inwoners – waarbij de Erirese hoofdstad Asmara tot op 100 kilometer werd genaderd, diende alleen om de naburige David – 3,5 miljoen inwoners – een lesje in nederigheid te leren.

Onder druk van westerse donorlanden die ontwikkelingshulp hadden bevroren en van de Verenigde Naties die een wapenembargo hadden uigevaardigd kozen de twee landen in juni 2000 voor een staakt-het-vuren dat de weg bereidde voor het Vredesakkoord van Algiers in december. Ethiopische troepen namen de stellingen in die ze voor de oorlog bezetten, dus legerden ze zich ook in Badme. Eritrese militairen moesten 25 kilometer afstand nemen. Een vredesmissie van de Verenigde Naties, maximaal bestaand uit 4.200 manschappen, bewaakt nu al tweeënhalf jaar het niemandsland tussen de twee partijen, de Temporary Security Zone (TSZ), een gebied zo groot als bijna tweederde van Nederland. Militair commandant was tot eind vorig jaar de Nederlandse generaal-majoor Patrick Cammaert. In het eerste halfjaar namen 1.200 Nederlandse militairen aan de vredesmissie deel.

Indiase VN-militairen van het 27ste Rajput Bataljon die in het Ethiopische Adigrat zijn gelegerd trekken een spoor van opwaaiend stof als ze op hun dagelijkse patrouille gaan. De grensstreek is hier uiterst dun bevolkt. De lucht vibreert door de hitte en schroeit de neusharen. Veertig minuten duurt het voordat de patrouille op een eerste levensteken stuit: een trekkende herder met kudde. Zijn handen hangen over de stok die op zijn schouders rust. De afgelopen maanden zijn er een paar aanvaringen geweest tussen Eritrese en Ethiopische herders over het schaarse water en de summiere begroeiing. Een kwestie van leven of dood die telkens in der minne werd geschikt.

Woordenstrijd

De vredesoperatie is tot nu toe verbazingwekkend voorspoedig verlopen, zegt de speciale afgevaardigde van VN-secretaris-generaal Kofi Annan voor Ethiopië en Eritra, de diplomaat uit Botswana Legwaila Joseph Legwaila. Dat vindt ook de Britse militair commandant, generaal-majoor Robert Gordon. Allebei hebben ze een kamer in het Sheraton hotel van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba waar de fontein klatert in de lobby en elke gang van het marmer glimt. Door hun openstaande balkondeuren kunnen ze de leeuwen horen brullen in de tuin van het nabijgelegen paleis waar keizer Haile Selassie tot 1974 heeft getroond.

,,Het bestand is nog geen enkele keer geschonden'', zegt commandant Gordon. ,,Dat is vrij uniek bij vredesoperaties, en al helemaal in Afrika.'' Maar ontbreken van strijd staat nog niet gelijk aan vrede. Ruim twee jaar na het tekenen van het vredesakkoord ,,is er nog geen enkel teken van verzoening'', erkent de speciale afgevaardigde Legwaila spijtig. De landen praten niet meer rechtstreeks met elkaar en ze drijven ook geen handel. Er bestaat geen enkel verkeer tussen Ethiopië en Eritrea, niet over land, niet door de lucht, niet per post, niet per telefoon. Als VN-vertegenwoordigers tussen de hoofdsteden reizen, moeten ze dat via het buurland Djibouti doen, een omweg van bijna 600 kilometer.

Westerse diplomaten in Addis Abeba spreken over een ,,ijskoude vrede''. De wapens zwijgen, maar de regeringen bestoken elkaar nog wekelijks met beschuldigingen en verwijten. De woordenstrijd over de grens gaat onverminderd voort.

Op papier was het in het Vredesakkoord van Algiers zo mooi geregeld. Een speciale commissie van het permanente Hof van Arbitrage in Den Haag zou het grensgeschil tussen de twee landen beslechten. Dat zou gebeuren op basis van drie koloniale verdragen van 1900, 1902 en 1908 tussen de Italiaanse kolonie Eritrea en het keizerrijk Ethiopië en van het internationaal recht. De uitslag zou definitief en bindend zijn.

Een jaar geleden deed de grenscommissie uitspraak. Speciaal afgevaardigde Legwaila was aangenaam verrast: ,,Zowel in Addis Abeba als in Asmara werd de uitslag gevierd als overwinning. Mensen dansten in de straten. Ik dacht bij mezelf: deze vredesmissie moet door de Almachtige hoogstpersoonlijk gezegend zijn.''

De vreugde in Ethiopië duurde niet lang. Nadere bestudering van de lijvige uitspraak leerde dat de aanspraken van Ethiopië in de drie betwiste grensstreken op belangrijke delen waren gehonoreerd, met name in het centrale gebied bij Zalembessa. Maar Badme was aan Eritrea toegewezen, niet aan Ethiopië zoals de autoriteiten in Addis triomfantelijk en al te haastig hadden rondgebazuind. Sindsdien hebben de Ethiopiërs de voorbereidingen van de grenscommissie voor het daadwerkelijk met grenspalen markeren van de grens bij herhaling vertraagd en bemoeilijkt. Op een ontwerp-plattegrond van het grensgebied reageerden ze begin dit jaar met een 141 pagina's tellend document waarin ze het verloop van de grens alsnog ter discussie stelden. De grenscommissie klaagde in een rapport voor de Verenigde Naties dat het optreden van Ethiopië ,,niet alleen de beslissing van vorig jaar april lijkt te ondermijnen maar het vredesproces als geheel''.

,,Het vredesproces bevindt zich in een kritieke fase'', zegt speciaal afgevaardigde Legwaila. En VN-commandant Gordon spreekt over ,,het laatste hoofdstuk dat zoals bij elke thriller vol spanning en onzekerheid is''. De voorzitter van de grenscommissie, de vermaarde Britse jurist Sir Elihu Lauterpacht, wil geen commentaar geven en heeft ook zijn staf in Adigrat verboden om met de pers te spreken. Via een woordvoerder laat hij weten dat hij in dit delicate stadium geen enkel risico neemt.

Volgens het tijdschema van de grenscommissie zouden alle grenspalen er nog dit jaar kunnen staan. Conform het besluit over de definitieve grens zou grondgebied kunnen worden overgedragen van het ene aan het andere land. De vaststelling van de grens treft volgens een grove schatting tussen de 30.000 en 40.000 mensen, die kunnen rekenen op internationale hulp als de betrokken landen dat vragen. Dan moeten Ethiopië en Eritrea de afspraken die ze in het vredesakkoord van Algiers hebben gemaakt wel ,,vertalen in daadwerkelijke actie'', dicteert een recente resolutie van de Veiligheidsraad. Dat wil zeggen: beginnen met het afpalen van de grens.

Maar Ethiopië kan zich nog niet neerleggen bij de feiten. Zowel de Ethiopische premier Meles Zenawi als zijn minister van Buitenlandse Zaken Tekeda Alem heeft de afgelopen maanden verklaard dat ze Badme onmogelijk als Eritrees grondgebied kunnen zien. De president van de Noord-Ethiopische deelstaat Tigray, Tsirgay Berhe, zei onlangs dat de plaatselijke bevolking het grensbesluit mogelijk niet zal accepteren en hij waarschuwde voor ,,botsingen''.

Voor Ethiopië is het moeilijk te verkroppen dat het de oorlog heeft gewonnen maar Badme verliest. Kwijtraken van Badme versterkt het wijdverbreide gevoel in Ethiopië dat de oorlog onnodig was en dat in totaal meer dan honderdduizend soldaten voor niks zijn gestorven. De waardeloze grensstreek was nooit meer dan een aanleiding. `De kam waar twee kale mannen om vochten', zoals het Britse weekblad The Economist schreef. Voorwendsel voor een oorlog die, ontdaan van retoriek, een onverhulde machtsstrijd was tussen twee regeringsleiders, twee voormalige strijdmakkers, die elkaar niet meer konden luchten of zien. Allebei hoopten ze dat de oorlog tot de politieke ondergang van de ander zou leiden. Allebei kwamen ze bedrogen uit. Het grensbesluit knaagt nog het meest aan de positie van de Ethiopische premier Zenawi. Hardliners binnen de regeringspartij verweten hem aan het eind van de oorlog dat hij te makkelijk vrede had gesloten en niet naar Asmara was doorgestoten of toch ten minste de havenstad Assab had bezet.

Speciaal afgevaardigde Legwaila begrijpt heel goed dat de Ethiopische regering in een lastig parket zit. Hij vindt dat de internationale gemeenschap Ethiopië moet helpen bij het accepteren van een ongewenst grensbesluit, ook als dat leidt tot ,,een, twee of drie maanden vertraging''. ,,Zolang een duurzame oplossing daarmee is gediend.''

Realpolitik

De Eritrese regering meent dat de Verenigde Naties eens moeten ophouden met het goedpraten van de Ethiopische sabotagepraktijken. De vredesmissie kost de internationale gemeenschap op jaarbasis 230 miljoen dollar. Waarom mag Ethiopië het markeren van de grens straffeloos traineren? ,,Als Ethiopië het internationaal recht aan zijn laars mag lappen en het grensbesluit mag negeren'', dreigt een nieuwe oorlog, waarschuwde de Eritrese minister van Buitenlandse Zaken, Ali Said Abdella, onlangs in een brief aan de Veiligheidsraad.

,,Wat willen ze dat ik doe?'', reageert speciaal afgevaardigde Legwaila. ,,Moet ik Ethiopië veroordelen? Dat is niet de stijl van de Verenigde Naties. Dat levert niets op.'' VN-commandant Gordon zegt dat Eritrea moet wennen aan de Realpolitik. ,,Als je een lange grens deelt met een een veel groter buurland, en je wilt werkelijk dat het tussen beide landen goed gaat, moet je de grenskwestie niet willen regelen op een manier waarmee de ander niet kan leven. Dat leidt alleen maar tot problemen in de toekomst.'' Niet dat aan het fundament van het grensbesluit kan worden getornd. Maar het is volgens Gordon ook in het belang van Eritrea dat dit besluit voor Ethiopië verteerbaar wordt gemaakt.

In het Ethiopische Adigrat, op 35 kilometer van de grens, zouden ze blij zijn als de twee landen weer met elkaar konden omgaan als bedrijvige buren. Adigrat was vroeger een bloeiende handelsplaats op de weg van de Tigrayse hoofdstad Mekele naar de Eritrese hoofdstad Asmara. Sinds de oorlog zitten de zaken in het slop en hangen duizenden jonge mannen werkeloos rond. Een stad met 124.000 mensen bloedt geleidelijk dood.

Berhe Gebrehiwot die in Adigrat verantwoordelijk is voor Industrie en Stedelijke Ontwikkeling, bidt elke dag dat de grens weer opengaat en dat de handel weer opleeft. ,,Normalisering van de betrekkingen'' , zegt hij, ,,is in het belang van zowel Eritrea als Ethiopië.''

Een ober valt hem bij: ,,Trots en koppigheid hebben de laatste jaren al genoeg schade aangericht.''