DNA-onderzoek in Drentse moordzaak

Het openbaar ministerie in Assen heeft in de moordzaak-Van Offeren negentig mannen gevraagd om vrijwillig mee te werken aan een DNA-onderzoek. Binnenkort krijgen zij een brief waarin zij worden opgeroepen wangslijm af te staan.

Het stoffelijk overschot van de 79-jarige Johanna van Offeren uit Emmen werd 20 februari van dit jaar aangetroffen in een bos bij de wijk Emmerschans. De vrouw, die daar geregeld wandelde, bleek te zijn verkracht en vervolgens te zijn doodgeslagen met een schop. Op de plaats van het delict werden DNA-sporen aangetroffen van de dader.

De mannen die gevraagd worden mee te werken, zijn geselecteerd uit eerder buurtonderzoek, uit onderzoek naar mensen die in het bos wandelden en naar aanleiding van tips die een uitzending van Opsporing Verzocht in maart opleverde. Volgens een woordvoerster van het Ministerie van Justitie in Assen heeft het klassieke rechercheren tot nog toe ,,niets opgeleverd''. ,,Daarom gebruiken we deze nieuwe DNA-methode. Doel is om mannen op deze wijze als verdachte uit te sluiten en om de verdachte te achterhalen.''

Afgelopen week werd tevens begonnen met een zogeheten stofkamonderzoek in de wijk Emmerschans onder 1600 buurtbewoners van veertien jaar en ouder. De politie hoopt hierdoor een goed beeld te krijgen van de buurt ten tijde van de moord op de vrouw. Rechercheurs stellen hierbij vragen aan buurtbewoners. Alle mannen in de wijk van zestien jaar en ouder is tevens gevraagd of ze in principe DNA zouden willen afstaan.

Eind april werd een 18-jarige jongen uit het Zeeuwse Sint Philipsland aangehouden op grond van zijn DNA-profiel. Hij heeft de moord bekend op Jakoba Serné (80), eind vorig jaar. Zijn aanhouding en bekentenis volgde op een grootschalig DNA-onderzoek onder tachtig mannen die mogelijk ooit bij het slachtoffer in huis zijn geweest.