Calculerende havist omzeilt het vwo

Een recordaantal havisten gebruikt het hbo als een sluiproute om op de universiteit te komen. Maar daar zijn ze niet meer welkom. ,,Ze missen de intellectuele nieuwsgierigheid.''

Hij wil een eigen bedrijf beginnen, droomt van een kledingzaak. Michaël Simon (14), een lange jongen met zwart rastahaar, staat in de hal van het Thorbecke Lyceum in Rotterdam en leunt tegen het mededelingenbord. ,,Na de havo moet je dus economie doen'', zegt hij. ,,Als je ondernemer wil worden moet je wel zo lang mogelijk doorstuderen'', vindt zijn klasgenoot uit 3-havo, Vincent Nolles (15). ,,Niet alleen hbo doen.''

Michaël ziet het hoger beroepsonderwijs ook niet zitten. Hij wil het liefst zo snel mogelijk naar de universiteit. Dus wil hij zich na zijn propedeuse aan de Hogeschool voor Economische Studies (HES) aan een universiteit inschrijven voor economie. ,,Met een universitair diploma op zak kom je veel verder op de arbeidsmarkt. En zo bereik je dat het snelst.''

De collegezalen op de universiteit zitten er vol mee, studenten die na zich een hbo-propedeuse op de universiteit inschrijven. Vorig jaar schreef zich volgens cijfers van universiteitskoepel VSNU een recordaantal van ruim 2.300 `hbo-p-studenten' voor het eerste studiejaar in. Meestal bezitten deze studenten naast hun propedeuse alleen een havo-diploma. ,,Een kwestie van calculeren'', zegt decaan Dick Jager van het Eindhovense Christaan Huygens College. ,,Het kost twee jaar om via het vwo op de universiteit te komen. Via het hbo kost dat maar één jaar.''

Maar de universiteiten hebben er genoeg van. Zij willen een verbod op deze `sluiproute'. De `hbo-p-studenten' vallen veel sneller uit dan studenten die eerst vwo hebben gedaan of het hbo helemaal hebben afgerond. Na één jaar heeft 80 procent van de hbo-p-studenten nog geen universitaire propedeuse. Het gemiddelde onder studenten is tien procentpunt lager. Slechts twee van de vijf hbo-p-ers slaagt erin de studie af te maken, tegen meer dan 60 procent gemiddeld.

En de hbo-studenten die niet afvallen, lopen meestal grote studievertraging op. Daardoor, schreef voorzitter Ed. d'Hondt vorige week aan demissionair staatssecretaris Nijs (Onderwijs), blijft het rendement van de instellingen achter bij wat de overheid eist.

Deze cijfers verbazen decaan Jager van het Christiaan Huygens College niets. Hij krijgt regelmatig havo-scholieren aan zijn bureau die via een jaartje hbo naar het wetenschappelijk onderwijs willen. Maar hij raadt het ze altijd af. ,,Het havo bereidt niet voor op de universiteit, dus storten ze zich er onvoorbereid in. Het aantal studieuren ligt veel lager, dus ze beginnen met een grote achterstand. En ze missen de kennis, zoals bij wiskunde, of de culturele bagage.'' En het havo duurt slechts vijf jaar, het vwo duurt zes jaar.

De invoering van de tweede fase in het voortgezet onderwijs, in 1998, heeft dit verschil de laatste jaren groter gemaakt, zegt coördinator aansluiting Ad van Hout van de Katholieke Universiteit Nijmegen, die de resultaten van havo- en vwo-leerlingen op de universiteit onderzocht. Sinds vijf jaar kiezen leerlingen in de bovenbouw van het havo en vwo niet langer hun eigen pakket, maar hebben zij de keuze uit vier profielen.

Het aantal uren dat zij moeten studeren, is bovendien fors omhoog gegaan. Op die manier zou de universiteit voor een beperktere groep leerlingen toegankelijk worden, hoopte toenmalig minister Ritzen.

Sinds het vwo ten opzichte van het havo is verzwaard, kiest vrijwel geen havist na zijn diploma er meer voor. Volgens de Onderwijsinspectie stapten in 1997 nog 3.607 leerlingen na hun havo-diploma over naar het vwo. In 2001 was dat aantal nog maar 758.

Havo-scholieren laten zich alleen niet sturen, zegt oud-voorzitter H.J. Kemner van de HBO-raad en midden jaren negentig adviseur van minister Ritzen over het havo en vwo. ,,Het vwo is wel zwaarder geworden, maar nu proberen havo-scholieren via het hbo de universiteit te bereiken.'' En daardoor is de strengere selectie makkelijk te omzeilen, zegt Kemner.

De gevolgen merkt de Leidse hoogleraar klinische en gezondheidspsychologie Willem van der Does. Circa 250 hbo-p-studenten komen er ieder jaar binnen op de Universiteit Leiden, meestal bij psychologie en rechten. ,,Studenten met alleen een hbo-propedeuse zijn vaak heel praktisch, maar missen de intellectuele nieuwsgierigheid. Als ze een paper schrijven hebben ze meer moeite om literatuur te zoeken en om alle regels met bronvermelding te volgen.''

Net als zoveel havo-scholieren met een hbo-propedeuse moest student Karin Falkenhagen (25) ,,enorm omschakelen'' op de universiteit. Na het havo en een propedeuse Economisch linguïstisch aan de HES studeert ze sinds vijf jaar Theaterwetenschappen in Amsterdam. Ze is, een klein beetje vertraagd, nu met haar scriptie bezig. ,,Ineens zat ik daar met grote lappen tekst voor mijn neus, dat was ik helemaal niet gewend. Ik was klassikaal onderwijs gewend, waarbij je verplicht aanwezig moet zijn en in groepjes moet werken. De universiteit laat je veel meer aan je lot over.''

Die gebrekkige begeleiding is een belangrijke oorzaak van de hogere uitval van hbo-p-ers, zegt voorzitter Franks Leijnse van de HBO-raad. ,,Vaak missen ze de kennis van één vak, zoals wiskunde. Universiteiten kunnen dat probleem ondervangen door zomercursussen of bijles te geven.''

Zo geeft de Universiteit van Amsterdam havisten die zich aanmelden voor psychologie bijles in wiskunde-A. ,,Dat werkt beter dan de deur dichtgooien.'' Leijnse verwerpt het argument dat havisten met een hbo-propedeuse uitvallen omdat ze geen academisch denkniveau hebben. ,,Een ons-soort-mensen-redenering. Het verschil tusen hogeschool en universiteit is helemaal niet meer zo groot.''

De Katholieke Universiteit Nijmegen is daar niet van overtuigd. Hbo-studenten die zich inschrijven bij bedrijfswetenschappen en economie moeten vooraf een test economie en wiskunde maken. Staatssecretaris Nijs vindt het goed als universiteiten hbo-studenten aan de poort selecteren, zei ze deze week. Maar voor een verbod voelt ze niets.

Volgend studiejaar gaan ook de sociale wetenschappen op de KUN een strenger toelatingsbeleid voeren. Wie niet slaagt, wordt niet toegelaten. Van Hout: ,,Laat ze maar bewijzen dat ze het vwo-niveau aankunnen.''