Afghaan gezocht in zaak-Vaatstra

Het openbaar ministerie in Leeuwarden is op zoek naar de 23-jarige Afghaan Mohammed A. als verdachte in de moordzaak-Vaatstra. In maart heeft justitie een internationaal opsporingsbevel doen uitgaan naar deze man, een oud-bewoner van asielzoekerscentrum ,,De Poelpleats'' in Kollum.

Enkele dagen na de moord op de 16-jarige Marianne Vaatstra uit Zwaagwesteinde op 1 mei 1999, vertrok de Afghaan uit het Kollumer azc. Hij werd indertijd gezocht als getuige toen justitie op zoek was naar een toen 26-jarige Irakees, die ook kort na de moord was vertrokken uit Kollum. Deze man werd in oktober 1999 aangehouden in Istanboel. Uit DNA-onderzoek bleek dat hij niet de dader kon zijn.

Marianne Vaatstra werd in de nacht van 30 april op 1 mei 1999 verkracht en vermoord in een weiland bij Veenklooster, nadat ze was uitgeweest in Kollum. De dader van de moord is tot op heden niet gevonden. Twee jaar geleden baarde de toenmalige Leeuwarder zaaksofficier R. de Graaf opzien, door in een documentaire van Omrop Fryslân te verklaren dat de aanhouding van de Irakees onder druk van de publieke opinie had plaatsgevonden.

Volgens de Leeuwarder persofficier O. Brouwer wordt de Afghaan gezocht, nadat het second opinion-team, dat vorig jaar het dossier van de moord opnieuw ging bestuderen, ,,alles nog eens op een rijtje had gezet''. In een interview met Panaroma in 2001 zei Brouwer aangaande A.: ,,Ik heb hem al zo vaak besproken met het team, dat verzekert mij dat hij voor honderd procent niet de moordenaar is. (..) Hij staat niet op onze wensenlijst voor DNA-profielen.'' De familie Vaatstra drong er al jaren bij justitie op aan de Afghaan toch op te sporen. Zij zijn blij dat hij nu gezocht wordt.

Twee weken geleden werd een 19-jarige man postuum vrijgepleit als verdachte van de moord. Hij had zelfmoord gepleegd enkele maanden na de dood van de scholiere. Uit vergelijking van het DNA van zijn moeder met dat van het DNA dat op de plek van het misdrijf werd aangetroffen, bleek dat hij niet de dader kon zijn. Een week geleden werd het stoffelijk overschot van een man in Bolsward, die in 2001 was overleden, opgegraven voor DNA-onderzoek. Ook die uitkomst was negatief. Overigens was de opgraving achteraf onnodig, omdat de hoogbejaarde moeder van de man nog bleek te leven in een verzorgingshuis in Friesland. De andere familieleden hadden dit de politie niet verteld.