Zingen voor de koningin

Op 5 mei zong ik voor koningin Beatrix, `s avonds tijdens het Bevrijdingsconcert in Amsterdam. Het orkest zat op een groot podium op de rivier de Amstel.

Met een groepje zangers zongen we aan het slot een afscheidslied. Vóór het concert konden we zien hoe er over de Koningin werd gewaakt. Op en om de rivier krioelde het van de soldaten en politieagenten. Mannen in zwarte duikpakken keken of het onder water wel pluis was. Een agent veegde met een kartonnen doos de drollen van een politiepaard van de straat. Want de Koningin mag natuurlijk niet in de paardenvijgen stappen!

's Avonds wachtten we op de stoep voor theater Carré op de Belangrijke Personen die daar lopend of met de auto aankwamen. Tsjoep-tsjoep: daar wipte minister-president Balkenende het theater in! Ministers, Kamerleden, de burgemeester en mensen uit het leger in hun mooiste uniformen volgden. Eindelijk kwam de Koningin aan in een zwarte auto. Ze zag er mooi en eenvoudig uit in een grijze stola met een bontrandje. Ze droeg geen hoed of kroon, maar gewoon haar eigen, bolle kapsel. De Koningin lachte ons vriendelijk toe en wuifde. Máxima en Willem-Alexander waren er niet bij. Tot verdriet van een van onze zangeressen die een beetje verliefd is op Willem-Alexander en de hele middag had lopen zeuren dat ze hem een zoen wilde geven.

Nadat de Belangrijke Personen zich hadden verzameld in Carré, liepen ze langs ons naar hun zitplaatsen tegenover het orkestpodium. Weer lachte en wuifde de Koningin heel lief. Aan het eind van het concert stapte ze in een bootje en voer langs het podium terwijl wij uit volle borst het afscheidslied zongen. Duizenden mensen op de kade zongen mee.

Na afloop spraken we een hele gewichtige dame die naast de koningin had gezeten. De koningin had het mooi gevonden, vertelde ze. Nou, dat vonden we erg fijn. Zwaaiend met een rood-wit-blauw vlaggetje namen we de laatste tram naar huis.