Voor mannen geen genade

De nieuwe roman van Michel Faber heeft alles van een dikke, klassieke Victoriaanse roman. ,,Mensen willen diepgang in het verleden vinden.''

Hij wordt liever niet gestoord, lijkt het. Als Michel Faber – gekleed in een joggingpak en op sloffen – de deur opent en de knalgele taxi voor zijn huis ziet staan, deinst hij verschrikt terug. Hij groet vluchtig en snelt naar binnen. Een taxi hoort niet thuis in de rust van dit landschap. Samen met zijn vrouw en haar twee zonen uit een eerder huwelijk bewoont de schrijver een oud stationshuis in een klein dorpje in de Schotse Hooglanden. Het enige contact met de buitenwereld is het boemeltreintje dat een paar keer per dag bij zijn huis stopt. En er is de post en e-mail. Als ik hem aantref in zijn werkkamer, zit hij achter de computer. Die zal gedurende het gesprek aan blijven – soms zal hij tussendoor even zijn mail checken.

Het is niet erg. Het zijn natuurlijke pauzes in een gesprek waarbij Faber regelmatig enthousiast opveert om iets te laten zien of iets uit te zoeken. Zijn werkkamer is bezaaid met boeken, cassettebandjes (,,ik leef op muziek'') en notitiebriefjes, maar hij weet precies waar hij een recensie, een brief van een lezer, een boekbespreking of zijn woordenboek Nederlands kan vinden. ,,Mensen denken vaak dat ik een wat vreemde, gekwelde kunstenaar ben die leeft als een kluizenaar in the middle of nowhere, maar ik heb een geordende, academische kant in mij'', zegt Faber.

Faber werd geboren in Den Haag en emigreerde op zijn zevende samen met zijn ouders naar Australië. Hij heeft nog altijd de Nederlandse nationaliteit en spreekt Nederlands – zij het met een licht accent. Toch wil hij liever Engels praten. ,,Toen ik acht was schreef ik in een soort kinderlijke mix van Engels en Nederlands mijn eerste boek: Knabbel en Babbel go to the moon. Nu schrijf ik alleen nog in het Engels, want gecompliceerde gemoedstoestanden kan ik niet genuanceerd in het Nederlands uitdrukken. Soms lees ik nog Nederlands, want ik adviseer mijn uitgeverij over aankopen. Ik ben onlangs begonnen in Oek de Jongs Hokwerda's kind.''

Faber wijst naar de boekenkast. Behalve het boek van De Jong staat daar ook zijn eigen werk. Er is zijn debuut, de verhalenbundel Some Rain Must Fall (1998) die hem meteen lovende kritieken en diverse literaire prijzen opleverde. Fabers twee thrillerachtige novellen, The Courage Consort (2002) en The Hundred and Ninety-Nine Steps (2001), waarin psychisch labiele vrouwen de hoofdrol spelen, staan zusterlijk naast elkaar. Het merendeel van de plank is gevuld met verschillende edities van de science-fictionachtige roman Under the Skin (2000), over de eigenzinnige Isserley, die met haar indrukwekkende boezem mannelijke lifters lokt. Met deze roman brak Faber internationaal door: er verschenen maar liefst 26 vertalingen. Faber toont de Japanse kaft, een kleurtekening (,,net een Manga-stripboekje''), de Duitse kaft waarop het Schotse landschap totaal grijs is (,,te kaal en onaantrekkelijk'') en laat de Engelse editie zien, die hij het mooist vindt, omdat daar een extra doorzichtige vuilroze kaft, een soort tweede `huid', omheen zit. En er is het Nederlands. ,,On-der-huids'', zegt Faber langzaam, alsof hij het op zijn tong proeft.

Soap

Deze week verschijnt Lelieblank, scharlaken rood, de Nederlandse vertaling van The Crimson Petal and the White. Meer dan twintig jaar werkte Faber aan zijn meest ambitieuze en omvangrijke roman tot nog toe, die meer dan 950 pagina's telt. De roman heeft alle ingrediënten van een klassieke Victoriaanse roman: er is een alwetende verteller die ons meeneemt naar het Londen van 1875 en de personages aan ons voorstelt. Twee verhaallijnen worden als een soap met elkaar afgewisseld. We volgen de geheime relatie tussen de slimme hoer Sugar en de door haar geobsedeerde, getrouwde, rijke zeepfabrikant William Rackham. Zijn vrouw Agnes heeft niks in de gaten: zij ligt ziek in bed. Daarnaast is er de naar liefde verlangende oudere dame Emmeline Fox, die verliefd is op Henry, de broer van Rackham, een priester die nog nooit een vrouw heeft aangeraakt, maar steeds meer door de gedachte geobsedeerd raakt. Met speels gemak en stilistisch vernuft, zoals de vermakelijke dialecten van zijn kleurrijke personages, weet Faber een negentiende-eeuwse sfeer op te roepen. ,,Ik was negentien toen ik aan deze roman begon. Ik studeerde Victoriaanse literatuur en was er gek op'', vertelt Faber. ,,Ik verslond Charles Dickens en George Eliot. Hun romans zijn complex, gelaagd en spannend vanwege de vele cliffhangers. Ik wilde ook zoiets maken. Niet een postmoderne pastiche, maar een echte Victoriaanse roman. Dat het tien jaar duurde voordat ik de eerste versie af had, kwam doordat er zoveel gebeurde in mijn leven. Door mijn roerige eerste huwelijk bleef er weinig energie over om te schrijven. Toen ik weer alleen woonde, rolde het boek er zo uit.''

The Crimson Petal, dat verfilmd zal worden met in de hoofdrol Kirsten Dunst (bekend van Spiderman), is niet de enige Victoriaanse roman die op dit moment succes geniet. Ook The Mulberry Empire van Philip Hensher en het voor de Man Booker Prize genomineerde Fingersmith van Sarah Waters doen het goed in de verkoop. ,,Ik denk dat het succes van de Victoriaanse roman misschien te maken heeft met het begin van een nieuw millennium. Mensen verlangen naar een soort diepgang en ze gaan terug naar het verleden om dat te vinden. Maar als er een hype is, betekent dat alleen maar dat veel mensen die boeken kopen en ze op hun plank zetten. Het zegt niets over de wijze waarop lezers zich verhouden tot die boeken. Een hype wil niet zeggen dat je gelezen wordt. Hoeveel mensen hebben tijdens de triphop-rage niet een Massive Attack-album in huis gehaald om dat één, twee keer te draaien?''

Voor dat laatste hoeft Faber, wiens roman lange tijd de Schotse, Amerikaanse en Australische bestsellerlijsten aanvoerde, niet te vrezen. Faber paste het feuilletonprincipe van de negentiende-eeuwse roman op eigentijdse wijze toe. Op internet publiceerde hij het eerste deel van The Crimson Petal, dat totaal uit vijf delen bestaat. Lezers van The Guardian konden iedere week een nieuwe aflevering downloaden. Dat deden ze, massaal. En ook na de publicatie wilden de lezers méér. ,,Ik ontvang dagelijks brieven van lezers die smeken om een vervolg. Ze vinden het onvergeeflijk dat ze niet weten hoe het met Sugar afloopt. Die boosheid verbaast me, maar ik vind het ook grappig. Ze kopen het boek en denken: wat een pil, dat ga ik nooit lezen. En bij het einde roepen ze verontwaardigd: `Waar is de rest!'''

Frustraties

Faber pakt een brief van zijn bureau en citeert daaruit. ,,`Ik verzoek u om alstublieft, alstublieft, ALSTUBLIEFT een vervolg te schrijven.' Het is nota bene een man! De meeste brieven krijg ik van vrouwen. Eén vrouw schreef dat ze in een boekhandel werkt en dat ze iedereen adviseert The Crimson Petal niet te kopen, omdat je gefrustreerd achterblijft als lezer. Maar ik denk niet dat er een tweede deel komt, ik weet het eigenlijk zeker. Ik geef lezers liever iets waarvan ze niet wisten dat ze het wilden. Op verzoek van mijn Amerikaanse uitgever schreef ik bijvoorbeeld voor Valentijnsdag een kort nieuw Crimson Petal-verhaal, getiteld `Chocolate Hearts from the New World', waarin we teruggaan in de tijd. We ontmoeten Emmeline als tiener die correspondeert met een Amerikaanse man over de afschaffing van slavernij. Voor kerst deed ik iets soortgelijks. In `Christmas on Silver Street' zien we hoe het met Sugar ging, twee jaar voor The Crimson Petal aanvangt.''

,,Aanvankelijk is Sugar een mannenhaatster, maar hoe langer Sugar bij William is, hoe verwarder ze raakt. Halverwege de roman gaat ze zelfs van hem houden, althans, ze wordt minder zeker van haar haatgevoelens. De eerste versie van The Crimson Petal was ronduit anti-man. Deze versie is eerlijker, echter. Als een man en een vrouw langer bij elkaar zijn, weten ze soms niet goed meer wat ze voor elkaar voelen. Sugars verandering weerspiegelt de mijne. Ik sta minder gekweld in het leven en ben optimistischer over de relatie tussen de seksen. Dat is vooral te danken aan mijn vrouw, die me aanspoorde om mannen beter te behandelen.''

Precies op dat moment, alsof toeval bestaat, komt zijn vrouw, de lerares Eva Youren, thuis van haar werk. ,,Mijn lief!'' Faber springt op van de bank en omhelst haar. Ze gaat in de bureaustoel zitten en luistert mee. ,,Mijn eerste vrouw was een radicale feministe en betrokken bij homobevrijding'', vertelt Faber. ,,Ik las vooral boeken over vrouwen die lesbisch werden. Kortom, ik was geen lid van de machoclub. Dat ik mij lange tijd een angry young feminist heb genoemd was geen grapje. Ik zat vol woede. Ik zag veel voorbeelden in mijn leven van vrouwen die beter communiceerden dan mannen, en mannen en vrouwen die er niet in slagen met elkaar te communiceren.

,,Het is waar dat ik vaak vrouwen als hoofdpersonages heb. Hoe het komt, weet ik niet precies. Ik heb altijd gedacht dat het gewoon logisch was, gegeven het verhaal dat ik wilde vertellen. Bij Under the Skin wilde ik schrijven over iemand die zo aantrekkelijk was dat mannelijke lifters geen seconde aarzelen en zo bij haar in de auto springen. Dan moest het wel een vrouw zijn, nietwaar? Ik zei ook: vrouwen hebben meer toegang tot hun emoties en ze denken meer na over hun gevoelens. Dus als je een roman schrijft, dan kun je sowieso het beste over een vrouw schrijven. Als je een man neemt, heb je niks om over te schrijven. Maar eigenlijk is dat bullshit. Want Isserley uit Under the Skin is totaal geblokkeerd in haar gevoelens; ze is in feite zeer mannelijk. In de honderden recensies die er over mijn werk zijn verschenen, zijn er enkele die beweren dat ik vrouwen graag slechte dingen aandoe in mijn boeken. Ik zorg er eerst voor dat je als lezer om ze gaat geven, en dan laat ik ze martelen, doodgaan of verdwijnen. Ik vond die analyse verontrustend. Ik doe mannen ook verschrikkelijke dingen aan in mijn boeken. En er zitten ook aardige mannen tussen! Henry uit The Crimson Petal, bijvoorbeeld. Tuurlijk, hij is fucked-up, maar zijn we dat niet allemaal op een bepaalde manier?''

Zijn vrouw Eva, die tot dan toe zwijgend heeft toegeluisterd, onderbreekt nu het gesprek: ,,Je bent ontwijkend, Michel.''

Faber, instemmend: ,,Eva is mijn allerbelangrijkste critica. We praten over al mijn stukken samen. Ze legt altijd precies de vinger op de zere plek.''

Eva: ,,Ik ben zijn critica, niet zijn muze. Er had makkelijk iets in onze relatie kunnen veranderen, nu Michel zoveel aandacht krijgt. Maar dat is niet gebeurd.''

Maar is hun leven dan niet veranderd, door alle aandacht?

,,Ja, we reizen veel samen. Volgende week gaan we naar Griekenland'', vertelt Faber. ,,Ik werk mee aan een `wereldroman', een project op initiatief van mijn Griekse uitgever Kastaniotis. Samen met veertien schrijvers uit de hele wereld gaan we een boek schrijven.''

,,Maar als we daar zijn, ga ik niet op eigen houtje de stad in'', zegt Eva. ,,Ik ga mee naar alle interviews. Ik ben nieuwsgierig naar de journalisten. Ik wil weten wat ze Michel vragen en wat ze over hem schrijven.''

Die nieuwsgierigheid lijkt Faber met zijn vrouw te delen. Hij laat de ladekast zien waarin hij de recensies van zijn werk bewaart. ,,Ik verzamel alle recensies van mijn werk. Ik correspondeer zelfs met recensenten, als ik het niet met ze eens ben. Een voorbeeld? Het zit me dwars als ik word vergeleken met lichtgewicht-schrijvers als Nick Hornby of Nicci French. Ik schreef ooit een roman, A Photograph of Jesus, over een computerprogrammeur die achtervolgd wordt door een sekte. Het is mijn enige boek vol verwijzingen naar de popcultuur, maar ik vond het te Nick Hornby-achtig, te licht, en heb het niet gepubliceerd. Ik wil iets schrijven dat beklijft, boeken die je achtervolgen. Soms lijken recensenten niet zo goed te weten waar ze mij moeten plaatsen, want ik word met zoveel uiteenlopende schrijvers vergeleken: van Ian McEwan tot en met Henry James. Het is natuurlijk geweldig om met Dickens vergeleken te worden, maar het is ook een beetje een luie vergelijking: feuilleton, negentiende eeuw, Dickens! De enige schrijver die me overigens werkelijk beïnvloed heeft, Bruno Schulz, wordt nooit genoemd.''

Grote prijs

Lovende recensies, een bestseller en hongerige lezers. Wat wil Faber nog meer? Een grote literaire prijs? ,,Mijn uitgever heeft mij onlangs gevraagd een Brits paspoort te nemen, zodat ik mee kan dingen naar de Man Booker Prize. Dat verzoek heeft me aan het denken gezet. Niet zozeer wegens de prijs – ik heb genoeg prijzen gewonnen en krijg genoeg geld en waardering, maar wegens mijn nationaliteit. Ik dacht altijd dat het me niet zoveel kon schelen of ik nu te boek sta als Nederlands, Australisch, Brits of Schots auteur. Maar het zou toch een vreemd moment zijn om juist nu een Brits paspoort te nemen. Ik weiger het beleid van de Britse regering in de kwestie-Irak te ondersteunen. Ik heb jaren als verpleger gewerkt, en de manier waarop Britse politici optreden in deze oorlog is vergelijkbaar met de conditie van een schizofreen. Ze denken dat je iets moet vernietigen om het te beschermen. Ik heb het geluk dat ik mijn stem kan verheffen in Schotse kranten – en ik doe dat ook.

,,Ik ben nu bezig met een verhaal waarin mijn gevoel over de oorlog in Afghanistan wordt uitgedrukt. Ik vind trouwens wel dat er enige tijd tussen fictie en werkelijkheid moet zitten. Iain Banks kwam na zes weken met een roman over 11 september, zoiets kan ik me niet voorstellen. Het kan wel even duren voordat ik klaar ben. Misschien wordt het wel nooit gepubliceerd. Ik geef maar de helft uit van wat ik schrijf. Soms is mijn proza te gekweld, en ik ben allergisch voor art that is not shaped.''

We moeten het gesprek afronden. De laatste trein van die dag komt er bijna aan. Als we gedrieën op het verlaten perron voor zijn huis staan te wachten, veert Faber weer onverwachts op. ,,Wacht even, ik wil u nog iets van mijn werk laten zien!'' Hij springt naar binnen en haalt een mapje. Er zitten opmerkelijke foto's in: poppen zonder kleren verspreid in weilanden, soms met een losgerukte arm of been. En er zijn foto's van een mannenhoofd in een weiland. ,,Die vond ik in Glasgow'', vertelt Faber. Heeft de kop niet veel weg van Faber zelf? ,,Mmm, ja'', zegt hij ontwijkend.

Eva Youren glimlacht. ,,Zijn ze niet verontrustend, deze sick-doll pictures? Ze suggereren een gekwelde kunstenaar.'' Ze pakt een foto waarop een grote pop met tegenlicht is gefotografeerd op iets wat op een spoorbaan lijkt. ,,Maar deze is mooi. Hier wordt innerlijke pijn omgezet in kunst.''

De trein komt. Op een verlaten perron ben ik de enige passagier die instapt. Michel Faber en Eva Youren lopen gearmd naar binnen.

`Lelieblank, scharlaken rood', vert. Harm Damsma en Niek Miedema. Uitg. Podium.

`Onderhuids', `Honderdnegenennegentig treden/Het Courage Ensemble'. Uitg. Podium. `Some Rain must Fall' uitg. Canongate.

`Chocolate Hearts from a New World' zal verschijnen in juni, in: Armada. Tijdschrift voor wereldliteratuur. `Christmas on Silver Street' in het kerstnummer.