Twintigers komen tot inkeer

Een blankhouten zolderkamer met een vuurrode ijskast en daarnaast een slordige stapel lege pizzadozen – hier woont Dennis, de ritselaar met de grote bek die wat in wiet en coke dealt, en verder op kosten van zijn ouders leeft. Als de bel gaat is het zijn vriend Sander, die van huis is weggelopen met een dik pak geld van zijn vader. En als de bel nog een keer gaat, is het de mooie Kim. Met haar zou Sander wel wat willen.

Veel meer is er qua plot niet gaande, in This is our youth van de Amerikaanse scenarist Kenneth Lonergan, dat in Nederland onder de titel Onze jeugd! wordt gespeeld door drie toneeldebutanten: de in de soap-sector opgebloeide Katja Schuurman, Johnny de Mol en Teun Kuilboer. Zo volgt producent REP het voorbeeld van Londen, waar het stuk al twee keer met succes is gespeeld door jonge Hollywood-acteurs. De drie hoofdrollen lenen zich immers bij uitstek voor het theater-ingénue van zulke twintigers; herkenbaarheid is het streven, de toneeltaal lijkt op de taal van de straat.

This is our youth klinkt als zo'n fel-realistische film uit de jaren vijftig, die het publiek een verontrustend beeld voorzette van de asfaltjeugd van toen. Lonergan doet dat subtieler. Hij schreef behendige dialogen, die hier levendig werden verrotterdamst door de thriller-auteur Charles den Tex, met behoud van een paar grappig geformuleerde botsingen. Maar als hij die troeven na de pauze goeddeels heeft uitgespeeld, begint ook bij hem het moralisme door te klinken. Ditmaal komen de jongeren echter zelf tot inkeer – vooral Dennis. Hij is helemaal niet zo'n branie als hij wel lijkt, legt hij omstandig uit, en dat gedoe met die coke moet nu óók maar eens afgelopen zijn. Dat is namelijk heel slecht voor een mens.

Dat deze drie spelers hun teksten zo veel kleur geven, is vast en zeker ook de verdienste van regisseur Peter de Baan. De onbetwiste ster van Onze jeugd! is Katja Schuurman, die geloofwaardig werk maakt van een onvolwassen meisje, dat oprecht probeert volwassen te denken. Met kleine zenuwschokjes in haar lijf, een beetje onhandig, en met een monotoon, ietwat lijzig stemgeluid dat mooi effect sorteert in zinnetjes als: ,,Val je op mij of zo?'' Tegenover haar is Johnny de Mol de bink, de lefgozer, die wel raad weet met zijn gespierde woordenschat (,,stomme kutmongool!'') en in zijn hele optreden het begin van toneelraffinement vertoont. Teun Kuilboer, de jongste, heeft een wat huilerige rol, maar ook hij zit dicht op de puberende jongen die hij moet zijn. Alle drie zijn ze de soaps ontstegen.

Maar erg interessant kan ik dit drietal desondanks niet vinden. Misschien omdat ik zelf geen twintiger meer ben, maar misschien toch vooral omdat Lonergan zijn personages zo weinig karakter heeft gegeven. En om nou te zeggen dat Onze jeugd! een confronterend beeld oproept van de leegte van deze tijd – ach. Daarvoor is de tekst te vlak, en tenslotte ook te sentimenteel.

Voorstelling: Onze jeugd! (This is our youth) van Kenneth Lonergan, door REP. Regie: Peter de Baan. Gezien: 8/5 in Oude Luxor, Rotterdam. Aldaar t/m 31/5; tournee 22/8 t/m 1/11. Inl. (0900) 9203, www.onzejeugd.nl