Theaterfestival in verval

Na een jaar lang uitputtend toneelkijken maakte de jury van het Theaterfestival zaterdag aan de wereld bekend welke toneelstukken als `de meeste belangwekkende' van het afgelopen seizoen in september op het festival mogen spelen. Hoewel de wereld doorgaans wat minder smachtend op de bekendmaking wacht dan de festivalleiding denkt, is het voor de betrokkenen ieder jaar weer een plechtig en feestelijk moment.

Zo niet deze keer. Het werd een chaotische bijeenkomst vol onvrede, waarin de festivaldirecteur Arthur Sonnen zijn eigen woorden herhaaldelijk herriep en openlijk ruziede met Roel Verniers, directeur van de Vlaamse festivalpoot. Aan het begin van de avond had Verniers, vaak genoemd als Sonnens opvolger, zijn vertrek aangekondigd.

Niet de selectie was dit keer onderwerp van debat, maar de selectieprocedure. Aan een verbijsterde jury maakte Sonnen bekend dat hij het kiezen van de toneelstukken voortaan anders wil aanpakken. De jury – die hij terloops ontsloeg – wil Sonnen vervangen door een Vlaamse en een Nederlandse programmeur. Toen hij merkte dat dit niet goed viel, draaide hij snel bij: het was alleen nog maar een ideetje. Niets was nog definitief. Hij dacht ook aan een jury van meer programmeurs, of aan een combinatie. Het kon ook best zijn dat de jury volgend jaar alsnog moest opdraven. De zojuist ontslagen juryleden werden vervolgens weer aangenomen als `oproepkracht'.

Het relletje geeft aan dat het Theaterfestival steeds meer in moeilijkheden raakt. Om te beginnen de positie van Sonnen. Hij wilde al eerder weg, maar is op verzoek van het bestuur wat langer aangebleven. Onder druk van de vertrekkende Roel Verniers en het Vlaamse bestuur van het festival moet Sonnen nu half tegen zijn zin een hervorming doorvoeren. Hij lijkt de regie volledig kwijt te zijn.

Hoewel het Theaterfestival in zijn begintijd een belangrijke functie vervulde in het weer populair maken van theater, heeft het de laatste jaren flink aan belang ingeboet. Afgezien van Sonnen en zijn jury ziet niemand de toneelstukken die het presenteert als `de meest belangwekkende' van het seizoen. Doorgaans is de keuze een merkwaardig soepzootje van compromiskeuzes, met de nadruk op avant-gardetheater. Zo krijgen de bezoekers beslist geen goede indruk van het afgelopen seizoen. Voor theatergezelschappen is spelen op het festival niet meer het hoogst bereikbare op aarde. De eer willen ze graag, maar spelen doen ze alleen als het Theaterfestival flink betaalt. Bovenop de gebruikelijke uitkoopsom moet het festival meestal ook nog `instudeerkosten' toezeggen.

De vreemde sprongen die Sonnen maakt mogen niet verhullen dat de voorgestelde hervormingen de redding van het festival kunnen betekenen. Een constructie met twee programmeurs kan er voor zorgen dat het programma weer coherentie krijgt. Dat de selectie op deze manier wél een goede indruk van het afgelopen seizoen zal geven, zou mooi meegenomen zijn, maar is niet gegarandeerd. Een programmeur heeft als het goed is immers ook zo zijn grillen. Maar in de kunst geldt het ondemocratische principe: je kunt beter de eigenzinnige keuze van een bevlogen alleenheerser hebben dan de willekeurige greep van een groep.