Tbs wegens doden bewaker

Tegen de 29-jarige gedetineerde Bruno M. is vanmorgen voor de rechtbank in Leeuwarden tbs met dwangverpleging en ontslag van rechtsvervolging geëist. De man wordt ervan verdacht op 29 januari jl. de 51-jarige gevangenismedewerker C. Hofman-Van Ark van de Leeuwarder gevangenis De Marwei te hebben doodgestoken.

Officier van justitie J. Stoffels achtte doodslag bewezen, maar vroeg ontslag van rechtsvervolging, omdat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was. Omdat de kans op herhaling groot is, eiste hij tbs met dwangverpleging.

M. was eerder al tot achttien maanden cel en tbs veroordeeld wegens poging tot doodslag op zijn vader. De man, die de Joegoslavische nationaliteit heeft en in 1994 naar Nederland kwam, was in afwachting van plaatsing in een tbs-kliniek. Hij leed al jaren aan angsten, was paranoïde en zeer bang voor de tbs-behandeling. Op 29 januari jl. was hij alleen met medewerkster C. Hofman-Van Ark op de creatieve afdeling van De Marwei. Toen zij op zijn verzoek een zaag pakte om een biljartpoortje voor hem te zagen en een opmerking maakte over zijn aanstaande opname in de tbs-kliniek ,,knapte er iets in mij', zei hij vanmorgen. ,,Ik was misselijk van de koffie, kreeg steken in mijn hart en dacht dat ze iets in mijn koffie had gedaan. Ik voelde me bedreigd.'

Hij sloeg haar eerst met een hamer op het achterhoofd, waarna hij haar toen ze op de grond lag met een beitel 32 messteken in de borstkas toebracht. De vrouw overleed ter plekke aan haar verwondingen. Ze had geen tijd meer om haar persoonlijke alarmering in werking te stellen.

Het was de eerste keer in ons land dat een gevangenismedewerker door een gedetineerde werd gedood. Uit psychiatrisch onderzoek bleek dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was. Een psychiater omschreef hem als ,,een emotiearme man met een gestoorde realiteitsbeleving.' De kans op herhaling werd groot geacht. Zelf zei hij spijt te hebben van zijn daad. ,,Hoe heb ik dit in godsnaam kunnen doen. Ik heb hulp nodig.' Advocaat P.A. van der Vliet vroeg vrijspraak, omdat opzet niet bewezen zou zijn. ,,De opzet om te doden was niet aanwezig, omdat hij geen benul had van wat hij deed. Daarom kunnen we hem deze daad niet aanrekenen.'

De man was eerder in Moldavië betrokken bij een juwelenroof, in 1994 kwam hij naar Nederland. Enkele jaren geleden was hij bij een schietpartij betrokken in Amsterdam. Hierna zou hij paranoïde gedrag hebben vertoond.