Servië: verdachten naar Den Haag

Servië mag Jovica Stanišic, oud-chef van de geheime dienst, en zijn vroegere medewerker Franko Simatovic uitleveren aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Dat besliste gisteren een rechtbank in Belgrado. De twee werden eerder deze week door het Joegoslavië-tribunaal in staat van beschuldiging gesteld wegens oorlogsmisdaden.

Stanišic en Simatovic ontkennen schuld, maar verzetten zich niet tegen hun uitlevering, omdat ze in Den Haag hun onschuld willen bewijzen, zo zeiden hun verdedigers gisteren.

(AP)

Een onzer redacteuren voegt hieraan toe: Stanišic was tot oktober 1998 chef van de geheime dienst en de nauwste medewerker van toenmalig president Miloševic. Simatovic was de oprichter en eerste commandant van een elite-eenheid van de geheime dienst, de Eenheid voor Speciale Operaties, JSO. Die eenheid pleegde volgens het Joegoslavië-tribunaal onder Simatovic' leiding oorlogsmisdaden in Bosnië.

Slobodan Miloševic staat in Den Haag terecht omdat hij de commando-verantwoordelijkheid draagt voor wandaden die door of op initiatief van Stanišic en Simatovic – de `uitvoerders van zijn wil' – werden gepleegd. In het proces tegen Miloševic hebben recentelijk getuigen verteld dat Stanišic een sleutelrol speelde bij de bewapening van Bosnische en Kroatische Serviërs en dat Simatovic zijn belangrijkste vertegenwoordiger op het slagveld was.

In de Servische media wordt gespeculeerd over de vraag waarom het Joegoslavië-tribunaal er twaalf jaar over heeft gedaan om de twee in staat van beschuldiging te stellen en waarom hun namen na de val van Miloševic zo veel minder zijn genoemd dan die van bijvoorbeeld Rade Markovic, in 1998 de opvolger van Stanišic als chef van de geheime dienst. Het weekblad NIN schreef gisteren dat het antwoord op die vraag ligt in de omstandigheden van Stanišic' ontslag in 1998: hij vertrok na conflicten met Miloševic over diens Kosovo-beleid, over zijn stappen tegen onafhankelijke media en over zijn samenwerking met de ultra-nationalist Vojislav Šešelj. Door zijn conflict met Miloševic – zo schrijft NIN – veranderde hij voor de toenmalige oppositie van een loopjongen van Miloševic in een acceptabele figuur. Volgens NIN kan Stanišic' eventuele getuigenis tegen Miloševic de `smoking gun' worden die het tribunaal in het proces tegen de Joegoslavische ex-president zoekt.