Rotterdam wil van tippelen af

De Rotterdamse tippelzone aan de Keileweg wordt vervangen door een `inpandige voorziening'. In dit gebouw mogen alleen niet-verslaafde prostituees werken.

Dat heeft het Rotterdamse college van B en W (Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD) besloten. Het voorstel is deze week in een brief aan de commissie bestuur en veiligheid van de gemeenteraad gestuurd, die het gisteren voor het eerst besprak. Eerder al kondigde het college aan de tippelzone aan de Keileweg per 31 december 2005 te willen sluiten.

In de buurt van de Keileweg is sinds de opening van de tippelzone, in 1994, steeds meer overlast ontstaan van klanten en prostituees die elkaar in de omringende straten ontmoetten, drugsdealers en (mannelijke) verslaafden die op de dealers afkwamen. Eerder werden om vergelijkbare redenen tippelzones aan de G.J. de Jonghweg en in Katendrecht gesloten.

Aan de Keileweg werken ten minste 198 prostituees het aantal dat het toegangspasje heeft aangevraagd dat de gemeente eerder dit jaar verplicht stelde. Van deze prostituees zijn er 148 verslaafd. Het college zegt hen te willen plaatsen in een `zorgtraject': veel van hen zijn zowel psychiatrisch patiënt als polydrugsgebruiker (heroïne en crack).

Omdat het Rotterdamse college wel een vorm van `laagdrempelige prostitutie' wil handhaven, komt er tevens `inpandige raamprostitutie': een soort bordeel, waarin niet-verslaafde prostituees een kamer kunnen huren. Deze kamers kijken met een raam uit op een gang, maar het gebouw zelf heeft volgens B en W ,,geen uitstraling naar buiten''. Waar dit gebouw komt is nog niet duidelijk.

B en W verwachten dat er in de nieuwe opzet niet opnieuw problemen met uitwaaierende straatprostitutie ontstaan. De prostitutie wordt ,,beheersbaar'' gemaakt, aldus het college, dat ter inspiratie de afgelopen maanden prostitutiegebieden bezocht in Groningen, Arnhem, Utrecht, Den Haag, Antwerpen en Frankfurt. Uit deze laatste stad komt het idee van de `inpandige voorziening'.

Een ruime meerderheid in de gemeenteraad steunt de plannen.

TIPPELPROBLEEM: pagina 2