Rotterdam wil tippelprobleem nu écht oplossen

De tippelprostitutie in Rotterdam moet voor de derde keer in twintig jaar verhuizen. Nu moeten de vrouwen naar een `inpandige voorziening'. Dat moet goed gaan, denkt het college van B en W.

Elke avond pakken zo'n zeshonderd mannen de auto naar de Keileweg in Rotterdam. Tweehonderd van hen doen dat om te kijken. Die rijden rondjes over het industrieterrein waar in een van de zijstraten een roodverlichte poort de toegang tot de tippelzone vormt. Zo nu en dan rijden ze over de tippelzone zelf, waar vanaf zes uur onder afdakjes met roze neonlicht de prostituees staan. De Praxis Megastore aan de Vierhavensstraat, pal om de hoek, is dan nog drie uur open.

Tweederde is klant. Zij komen voor wat in Rotterdamse beleidstermen `laagdrempelige prostitutie' heet: goedkopere, anoniemere en vrijblijvender (het hoeft niet) seks dan in clubs, bars of privé-huizen, waarvan de stad er officieel ruim zeventig telt. Die seks krijgen ze op de zone of daarbuiten, als zij of de prostituee dat liever hebben.

Mocht de tippelzone verdwijnen, dan zullen deze mannen blijkens een onlangs onder hen gehouden enquête een vergelijkbare plek opzoeken: een andere tippelzone of raamprostitutie, maar zeker geen club of bar.

Maar de Keileweg verdwijnt. Het Rotterdamse college van Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD wil de ,,mensonterende prostitutie'' door verslaafde vrouwen ,,niet meer faciliteren'' en de drugshandel en overlast die ermee samenhangen ,,niet langer tolereren'', schreven burgemeester en wethouders deze week in een brief aan de gemeenteraad. Op een nieuwe, nog aan te wijzen plek zal alles anders worden, belooft het college. Zoals een eerder college beloofde dat het aan de Keileweg (1994) beter zou worden dan aan de G.J. de Jonghweg (1985). Waar het beter had moeten worden dan in Katendrecht (jaren zeventig).

De derde verhuizing van de tippelzone binnen twintig jaar werd gisteren besproken in de commissie bestuur en veiligheid van de gemeenteraad. Op de tafels van de commissieleden lag de acht kantjes tellende brief, waarin ze konden lezen dat ,,de conclusie van de afgelopen jaren moet zijn dat het gedogen van situaties waarbij prostitutie en drugsverslaving samengaan tot ernstige vormen van overlast leiden, die door de gemeente niet kunnen worden beheerst''. Maar deze keer zal het dus wél goed gaan.

Om te beginnen dankzij het ,,nieuwe concept'', aldus de brief, waarbij ,,de zieke en verslaafde prostituees via een zorgtraject zullen worden verwijderd''. Daarna zal een `restgroep' van niet-verslaafde prostituees, die dit werk nu eenmaal willen doen, toegang krijgen tot een ,,kleinschalige, inpandige voorziening zonder uitstraling naar buiten'': een soort bordeel, waar de prostituees werken in gehuurde kamertjes met ramen die uitkijken op een gang.

Het college meent dat vanaf dat moment de overlast zal stoppen: ,,straatprostitutie komt in dit gebied niet overlastgevend voor omdat naast de politie ook de bordeelexploitant hiertegen optreedt (zelfregulering)''. Een voorbeeld van deze `inpandige raamprostitutie' heeft het college gezien in het Duitse Frankfurt.

De gemeenteraad bleek gisteren in overgrote meerderheid `blij' dat er wat gaat gebeuren. De meesten vonden het ook `fijn' dat er geen rosse buurt komt, een ander mogelijk alternatief dat is overwogen. Maar er waren ook vragen. Bijvoorbeeld waar de nieuwe inpandige voorziening dan moet komen. De Keileweg, op een industrieterrein, was eigenlijk `het meest ideaal', maar kon nu natuurlijk niet meer. Daar waren de problemen zodanig `uitgewaaierd' dat de omwonenden in opstand waren gekomen, net als eerder bij de andere tippelzones.

Dus dat was de volgende vraag: als we die uitwaaiering al twintig jaar niet hebben kunnen voorkomen, waarom nu dan wel? Ook wilden ze weten hoe het zat met `het fraaie streven' om prostitutie en verslaving los te koppelen. Het college hanteerde weliswaar `mooie ronde cijfers' als 150 verslaafde prostituees, een restgroep van 50, en, voor de inpandige voorziening, 400 bezoekers per avond, maar waren die cijfers `allemaal wel reëel'?

Wie van de gemeenteraadsleden het oor te luisteren had gelegd bij de verslavingszorg in de stad, had bovendien gehoord dat er te weinig opvang is: daar is geen extra geld voor uitgetrokken.

Ook hadden zij daar gehoord dat het voor de verslavingszorg moeilijker is geworden contact te houden met de verslaafde prostituees: het cameratoezicht, de fouilleeracties en de regelmatige controle van de toegangspasjes voor prostituees schrikken klanten af. Zij blijven liever buiten de zone, waar zich dus nu ook weer vaker de prostituees ophouden.

Wethouder De Faria (Leefbaar Rotterdam, Veiligheid) voorzag niet veel problemen. Het zal tijd kosten, iets meer dan twee jaar, maar dan zal het ook opgelost zijn. Burgemeester Opstelten was iets terughoudender. ,,Het wordt een kwestie van lange adem'', dacht hij.