Rotterdam heeft `nieuw museum'

Directeur Chris Dercon van Boijmans van Beuningen gaf gisteren een toelichting op de verbouwing van het museum, dat morgen wordt heropend.

De vernieuwing van Museum Boijmans van Beuningen ging gepaard met tal van hindernissen en duurde twee jaar langer dan gepland. Nu het gebouw bijna af is, heeft directeur Chris Dercon het gevoel dat hij Rotterdam ,,een nieuw museum heeft geschonken''. Morgen verricht burgemeester Opstelten de officiële opening.

Dercon zei dat het hem niets zou verbazen wanneer het museum over vijf jaar toe zal zijn aan een volgende uitbreiding: ,,een collectie moet immers blijven groeien en daar moet het gebouw zich naar voegen.'' In juni wordt Dercon, wiens zevenjarig directeurschap tot veel onrust leidde onder het museumpersoneel, intendant van het Haus der Kunst in München.

Het smalle gebouw van het Gentse architectenbureau Robbrecht & Daem, dat zich als een glazen schil voegt rondom de bestaande bebouwing, breidt het Boijmans uit in de richting van het centrum. In de kop van de transparante nieuwe vleugel is de bibliotheek gevestigd waarvan Dercon hoopt dat hij zich ontwikkelt tot `kenniscentrum' voor de kunst. Kennis kan ook worden opgedaan in de `datawolk', een digitaal depot dat bezoekers informeert over elk van de 116.000 museale voorwerpen.

De Belgische architecten Paul Robbrecht en Hilde Daem kregen opdracht tot ,,uitbreiding én verdichting'' van het gebouw. In totaal beschikt Boijmans nu over 5.000 vierkante meter extra vloeroppervlak. Robbrecht wilde het gebouw herstructureren ,,met respect voor het bestaande''. Allereerst werd het oorspronkelijke bakstenen gebouw van Van der Steur uit 1935 (sinds 2000 op de monumentenlijst) ontdaan van `aangroeisels' als noodkantoren en opslagruimte. De voorheen afgesloten binnenplaats van het gebouw met de markante toren, herbergt de nieuwe ingang en een museumshop. Het maakt door zijn openheid nu weer deel uit van de publieke ruimte.

Het is niet de eerste uitbreiding van het museum. Tussen 1963 en 1972 voegde Alexander Bodon aan de oostzijde een vleugel toe. En Hubert-Jan Henket bouwde in 1991 aan de zuidkant in het park een glazen paviljoen voor de collectie kunstnijverheid. Alleen de entree en museumshop uit 1991 zijn voor de ingreep afgebroken. De verbinding tussen het oude gebouw en de nieuwe vleugels wordt gevormd door een imponerend houten trappenhuis. Robbrecht noemt het een moderne variant van het monumentale trappenhuis in de Van der Steur-vleugel.

De uitbreiding en renovatie bieden nieuwe mogelijkheden voor de presentatie van de collecties. De surrealisten, onder wie Dalí en Magritte, krijgen een permanente plek. Voor de omvangrijke pren-

tencollectie creëerde Robbrecht lage, intieme zalen waar de prenten bij een minimale lichtsterkte worden geëxposeerd. Daar hangen tot en met eind augustus de tekeningen die de Britse kunstenaar Richard Hamilton maakte bij de roman Ulysses van James Joyce.

De openingsexpositie Het ontstaan der dingen in de Bodon-vleugel toont een internationaal overzicht van design. De vroegste periode wordt vertegenwoordigd door William Morris met behang- en stofontwerpen terwijl Rem Koolhaas de huidige tijd vertegenwoordigt met een interieurontwerp voor een winkel van Prada in New York. In de vitrines staan opvallende prototypes: een stofzuiger van James Dyson en een fluitketel van Wim Gilles. Blikvanger is de futuristische Dymaxion Car met ultrakorte draaicirkel.

Rotterdam mag dan zijn `nieuwe museum' hebben, de gemeente heeft nog een netelige kwestie op te lossen. De bouwkosten zijn opgelopen van de geraamde 9 miljoen euro tot 17,5 miljoen euro. Het in maart weggestuurde bouwbedrijf Hulshof eist 2,5 miljoen euro genoegdoening. En SP-raadslid Theo Cornelissen eist een enquête.