Rechtbank erkent noodweer juwelier

De rechtbank van Breda heeft gisteren een 41-jarige juwelier uit Tilburg vrijgesproken van doodslag op een 27-jarige overvaller. Volgens de rechtbank handelde de man uit noodweer. De juwelier werd wel veroordeeld tot 200 uur werkstraf en drie maanden voorwaardelijke celstraf voor poging tot zware mishandeling en verboden wapenbezit. Het openbaar ministerie had twee jaar cel geëist.

Begin vorig jaar schoot de juwelier in zijn winkel een gewapende overvaller neer, die kort daarna in een politiecel overleed. Een tweede overvaller raakte gewond. De rechtbank oordeelt dat het schieten door de juwelier toelaatbare zelfverdediging was, omdat de overvallers op dat moment winkelpersoneel onder schot hielden. Ook het openbaar ministerie nam dit standpunt in. Wel signaleren de rechters dat het schieten tot escalatie had kunnen leiden. ,,De rechtbank hecht er dan ook aan op te merken dat dit optreden van verdachte geen navolging verdient.''

Officier van justitie R. de Beukelaer verweet de juwelier tijdens de behandeling van de zaak ,,een zeer ernstige vorm van eigenrichting'', omdat hij de overvaller na zijn aanhouding nog een trap tegen het hoofd gaf en naliet de politie te vertellen dat hij had geschoten. Omdat er geen zichtbare wond was, bracht de politie de man naar het bureau en niet naar het ziekenhuis. Een chirurg heeft verklaard dat snel medisch ingrijpen mogelijk zijn leven had kunnen redden.

Wegens de trap tegen het hoofd is de juwelier volgens de rechtbank schuldig aan een poging tot zware mishandeling. De rechtbank keurt ,,dergelijk onbeheerst gewelddadig optreden tegen een door de politie aangehouden persoon ten zeerste af'', aldus het vonnis. Daarnaast is de juwelier veroordeeld voor verboden wapenbezit. Hij had geen vergunning voor zijn pistool, dat hij bewaarde in een kluis om zich tegen eventuele overvallers te kunnen verweren.

De rechtbank noemt het ,,moreel verwerpelijk'' dat de juwelier de politie niet vertelde dat hij had geschoten op de overvaller, maar stelt ook vast dat dit zijn goed recht was. Omdat hij had geschoten met een wapen zonder vergunning, was hij volgens de wet op dat moment een verdachte. Verdachten hebben het recht te zwijgen.

Advocaat R. Milo van de juwelier is blij dat de rechtbank stelt dat zijn cliënt ,,de grenzen van het noodweer niet overschreden heeft''. Volgens hem mag de juwelier de trap tegen het hoofd ook niet worden aangerekend, omdat hij op dat moment zeer geëmotioneerd zou zijn geweest.

De tweede overvaller wist te ontkomen, maar is later opgepakt. Tegen hem is onlangs drie jaar cel en tbs geëist.