Pensioenpaternalisme lijkt passé

Nederlandse werkgevers willen hun pensioenkosten echt gaan beteugelen. Werknemers moeten meer gaan betalen of meer risico's lopen als doe-het-zelver.

Dat is schrikken. De werkgevers trekken zich terug als stille kracht in pensioenregelingen. Het plezierige pensioenpaternalisme lijkt passé.

Pensioen is de duurste secundaire arbeidsvoorwaarde, goed voor 9 à 10 procent van de loonsom. Maar de meeste werknemers weten al weinig van hun eigen pensioen: 61 procent vertrouwt erop dat hun baas het voor hen goed heeft geregeld, leerde een Rabobank-enquête vorig jaar. Laat staan dat werknemers weten hoeveel geld hun baas voor hun pensioen opzij legt.

Dat wordt snel anders. Farma– en chemiebedrijf Akzo Nobel heeft deze week de vakbonden voorgesteld het doe–het–zelf pensioen, waarin werknemers zelf het beleggingsrisico lopen, uit te breiden. Het concern wil ook niet langer als reddende engel fungeren als het pensioenfonds, waarbij de werknemers verplicht zijn aangesloten, een tekort heeft. Bijvoorbeeld door gekelderde aandelenkoersen.

Akzo Nobel conformeert zich aan een brede trend. ,,Ondernemingen hebben belangstelling voor kostenbeheersing, het gaat nog niet eens om reductie'', zegt secretaris G. Verheij van werkgeversorganisatie VNO-NCW.

De pensioenwaakhond PVK rapporteert vergelijkbare trends aan demissionair staatssecretaris M. Rutte van Sociale Zaken. Bijna 300 pensioenfondsen heroriënteren zich op hun regeling gezien de gestegen kosten.

Enkele grote financiële instellingen willen niet langer alleen de pensioenpremie voor hun rekening nemen. Werknemers moeten gaan meebetalen. Einde premievrij pensioen.

De overheid (pensioenfonds: ABP) en de zorgsector (pensioenfonds: PGGM) studeren op een andere beperking: niet langer een pensioen dat is gekoppeld aan het laatst verdiende loon (eindloon), maar een pensioen dat is gebaseerd op het loon dat iemand jaarlijks verdient. Over de hele loopbaan wordt dat een middelloon.

Nu heeft 54 procent van de werknemers een eindloonpensioen en 32 procent middelloon. Als ABP en PGGM de ommezwaai maken, die overigens opgebouwde rechten niet aantast, worden de verhoudingen omgekeerd.

Verheij:,,De kosten van middelloon zijn beter beheersbaar dan die van eindloon.'' En de kosten van een puur doe-het-zelf pensioen zijn weer beter beheersbaar dan middelloon. De Nederlandse bonden zijn mordicus tegen zulke doe-het-zelf-pensioenen, die een onzekere financiële uitkomst geven.

De terugtrekkende beweging van werkgevers is geen kenmerkend Nederlands fenomeen. In het Verenigd Koninkrijk, het enige andere Europese land met vergelijkbare rijpende pensioenbesparingen als Nederland, zijn woede-aanvallen van vakbonden en werknemers als weer een werkgever zijn eindloon-regeling staakt inmiddels een regelmatig terugkerend tafereel.

De aanleiding voor de Britse versobering wordt ook in Nederland actueel: veranderende boekhoudregels. Akzo Nobel noemt de veranderingen, die in 2005 verplicht worden voor Europese bedrijven, expliciet bij zijn voorstellen.

De nieuwe regels dwingen bedrijven voor hun pensioenverplichtingen verder vooruit te kijken en daarover openheid te geven. Zij moeten tekorten boven een een bepaalde grens deels aftrekken van hun bedrijfskapitaal. De boekregels begrenzen hun actieradius voor groei door investeringen en overnames.

Dat gaat bedrijfstakken met vergrijzende werknemersaantallen (overheid, industrie) in Nederland ook ernstig parten spelen, verwachten kenners. De grootste tekorten bij Amerikaanse ondernemingen heersen bij autofabrikanten, staalbedrijven en luchtvaartmaatschappijen.