Het water eist ook zijn tol

Twee zinnen bepalen het lot van het meisje Kata. De eerste zin is: `Mijn moeder had geen afscheid van ons genomen'. De tweede zin luidt: `Ze was in een trein gestapt, richting westen, richting Wenen'. Kata is de vertelster in Zsuzsa Bánks roman Der Schwimmer en we weten niet hoeveel jaren er tussen het vertellen en het vertelde liggen. We weten wel dat Kata nog maar klein was toen haar moeder haar verliet. En dat de Hongaarse opstand nog maar net was neergeslagen.

Op de achtergrond speelt de geschiedenis mee en op de voorgrond lijdt het volk, dat bij Bánk kapot is gemaakt zonder erover te klagen. Stilletjes draagt men zijn kruis en niet de politiek zelf maar de doffe berusting is het die Kata's moeder haar land Hongarije uit jaagt, om in den vreemde opnieuw in apathie te vervallen, want ook daar valt het leven tegen. Van haar oma, tegen het eind van het boek, hoort Kata hoe het haar mamma is vergaan, maar dan is het al te laat om de scheidingspijn goed te maken. Het moederloze gezin is aan het zwerven geslagen: de vader met zijn twee kinderen vlucht van familie naar familie, als een radeloos antwoord op de vlucht van zijn vrouw. Steeds verder oostwaarts gaat de odyssee, en niet alleen de fysieke afstand komt er tussen moeder en achtergelatenen, maar ook de moedwillige poging om haar voorgoed te vergeten. De kleine Isti schrijft haar helemaal af, wat niet goed lukt, natuurlijk. De vader zakt weg in depressies. En de familie probeert, zoals altijd bij iets moeilijks, te zwijgen.

De toon van dit alles is zo authentiek dat je een autobiografie in handen denkt te hebben. Maar Zsuzsa Bánk werd later geboren dan Kata, in 1965. Haar ouders kwamen als vluchtelingen uit Hongarije naar Duitsland en waarschijnlijk noteerde de dochter de verhalen die zij over verwanten vertelden. Net als Kata observeert Bánk de mensen zachtmoedig en precies: zonder hen te veroordelen beschrijft ze hun zwakte, hun afgestomptheid, hun onvermogen zin aan hun leven te geven. De volwassenen in haar roman hebben zichzelf al opgegeven, maar de kinderen bezitten nog wel een sprankje fantasie, waarmee ze de wereld kunnen betoveren. En de wereld betovert hen, vooral wanneer ze zwemmen. Dan voelen zij een lichtheid die hen gelukkig maakt. Het water geeft hen de rust terug van voor de geboorte. Maar ook van voor het leven, van de dood. Het water eist zijn tol en Kata's kleine broertje wordt eraan geofferd.

Maar daar is wel een heleboel poëzie aan voorafgegaan, want de schilderingen van het meer en de rivier waaraan de kinderen een tijdje wonen, behoren tot de mooiste natuurlyriek van de laatste jaren. De zinnen van Zsuzsa Bánk zijn simpel en melodieus en onnadrukkelijk; ze willen niet bezeren en toch schokken ze, net zoals er in hun naïviteit toch levenswijsheid zit. De armoede en het harde leven op het platteland, de hulpeloosheid van kleine lieden en hun onhandige uitingen van tederheid en liefde: dat alles heeft in deze bescheiden roman een blijvende plaats gekregen.

Zsuzsa Bánk: Der Schwimmer. S. Fischer, 284 blz. €18,90. Vertaald door Nelleke van Maaren als De zwemmer. De Bezige Bij, €19,90