Het is feest, quarantaine opgeheven!

Tientallen mensen zaten twee weken opgesloten in hun met SARS besmette flat in Peking. Een van hen vertelt over een overleden vriend: ,,Hij is zonder enige ceremonie gecremeerd.''

Stralend staan vader, moeder en hun volwassen dochter met grote bossen bloemen te poseren voor de camera's van de overvloedig aanwezige Chinese pers. Zij hebben het overleefd. De quarantaine van hun flat, opgelegd omdat er gevallen van de besmettelijke longziekte SARS waren geconstateerd, is na veertien dagen eindelijk opgeheven, en ze zijn niet ziek geworden. Dat wordt ook van overheidswege volop gevierd. Het hek voor de flat is versierd met vlaggen, er hangen foto's die de `oorlog tegen SARS' moeten illustreren en een agente en een gemeente-ambtenaar houden geëmotioneerde speeches. Uit de enorme geluidsinstallatie klinkt stemmige muziek.

Hoe was het om zo lang in zo'n angstige situatie binnnen te zitten? ,,Het viel best mee hoor, we zijn goed verzorgd, het was alleen wel lastig dat we niet naar buiten konden natuurlijk'', zegt de vader enigszins laconiek, maar na wat doorpraten komt de onderliggende spanning naar buiten. ,,Er zijn vier mensen uit deze flat gestorven, zeker tien zijn er besmet geraakt. We wonen hier met allemaal collega's, want het is een gebouw voor mensen die aan de Centrale Universiteit voor Financiën en Economie lesgeven. Een van de overledenen was een naaste collega. We konden geen afscheid van hem nemen, en hij is zonder enige ceremonie gecremeerd. Dat heb ik heel erg gevonden'', vertelt hij, met tranen in zijn ogen.

Een docent van rond de 45 staat nog verdwaasd met zijn ogen tegen de zon in te knijpen. Zijn vrouw is er niet bij: zij ligt in het ziekenhuis met SARS. ,,Ze ligt niet meer op de intensive care. Ze redt het wel.'' Samen met zijn 18-jarige zoon zat hij veertien dagen binnen. ,,Niet altijd, hoor. We mochten hier voor het gebouw wanneer we maar wilden een luchtje komen scheppen'', zegt hij, wijzend op een miniem betonnen plaatsje met een fietsenstalling. ,,We gingen niet meer bij de buren op bezoek, want we waren veel te bang dat we elkaar zouden besmetten.''

Aan het begin van de quarantaine kreeg iedereen een grote hoeveelheid rijst, meel, groente, eieren, spijsolie en vlees om zelf te kunnen koken. ,,Mensen die dat niet konden of wilden konden via een speciaal telefoonnummer bij het wijkbestuur ook kant-en-klare maaltijden bestellen. En we konden vragen om andere zaken waar we behoefte aan hadden. Dat werd dan voor het gebouw neergezet, we kregen een telefoontje dat we de spullen naar binnen konden halen.'' Twee keer per dag werden de openbare ruimten in de flat ontsmet. Sinds de quarantaine hebben zich geen nieuwe besmettingen voorgedaan.

,,Ik maakte me wel veel zorgen om mijn vrouw, maar ik kon haar gelukkig bellen op haar mobiele telefoon. We stuurden elkaar ook regelmatig SMS-jes.'' Verder bracht hij de tijd door met schoonmaken, spelletjes doen en tv kijken. En zijn zoon? ,,Die heeft helemaal geen tijd gehad om zich te vervelen. Hij doet dit jaar toelatingsexamen voor de universiteit, dus hij heeft de hele tijd hard zitten blokken.''

Er wonen zo'n zestig families in de geel geschilderde flat. Naar schatting twintig families hebben het gebouw verlaten nog voordat de quarantaine werd opgelegd, en zij zijn vermoedelijk veel minder strak in de gaten gehouden dan de achterblijvers. ,,We moesten twee keer per dag onze temperatuur opnemen, en buiten zat altijd politie. Maar we hadden zelf genoeg verantwoordelijkheidsbesef om binnen te blijven'', aldus de leraar.

Even verderop, aan de rand van de zwaar door SARS getroffen universiteitswijk van Peking, bevindt zich een uitgewoonde laagbouwwijk waar vooral gelegenheidsarbeiders van buiten Peking wonen. De wijk is afgeloten met een hefboom, die bediend wordt door een ongeschoren boer in Mao-jasje. Voor de hefboom ligt een oud rood tapijt, dat wordt natgehouden met ontsmettingsvloeistof. Daar moeten alle auto's eerst overheen rijden. Er is sprake van een soort halfslachtige quarantaine: alleen de mensen die in de wijk wonen mogen de slagboom door, mensen van buiten komen de wijk niet in. Waarom? ,,Wij hebben hier nog geen SARS, maar we willen het niet krijgen ook'', zegt de boer, die zijn werk vrijwillig doet op initiatief van het wijkcomité.

Een meisje in schooluniform geeft een ander verhaal. ,,Iemand in deze wijk heeft hoge koorts gekregen, en misschien is het SARS. Dat weten ze nog niet zeker, maar voorlopig wordt de wijk extra afgeschermd.'' De meeste bewoners hebben de wijk al twee weken geleden verruild voor de boerendorpen waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Die liggen door heel China verspreid. De oude huisjes liggen er troosteloos en uitgestorven bij.

Als ik het personeel van een stille winkel naar de hefboom vraag, herhalen ze het verhaal van de oude boer. ,,Maar er was toch iemand met hoge korts hier?'' ,,Ja, maar die bleek geen SARS te hebben'', zegt het personeel meteen in koor.

Op straat staat een man hangend over zijn fiets te niksen. ,,Ik heb gezien dat ze hier gisteren iemand hebben weggehaald met een ambulance. De politie was er ook bij.'' Was dat SARS? Niemand weet het nog, maar het lijkt al met al goed mogelijk dat de wijk juist deels is afgesloten om de rest van Peking te beschermen tegen besmettingen vanuit de wijk. Een dergelijk halfslachtige maatregel lijkt typerend voor een stadsbestuur dat enerzijds de crisis snel hoopt te bedwingen, maar dat de stap tot werkelijke openheid tegenover de bevolking niet durft te maken. De angst voor onbeheersbare paniek onder de mensen lijkt daarvoor te groot.