Groningse bouwlust

Twee bewoners van Noorderhaven 66-66a in Groningen schreven de geschiedenis van hun woonhuis. Een hommage aan de Hoek van Ameland.

Het is een naam als uit een historische roman: Piebe Belgraver, een bouwer en architect uit Groningen die aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw een waar imperium aan huizen in die stad bouwde. Hij leefde tussen 1854 en 1916. Was eigenlijk al vergeten in zijn laatste jaren. Bij zijn dood wijdde zelfs het Nieuwsblad van het Noorden geen letter aan hem en bij de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) is hij een volstrekt onbekende.

In mijn jeugd moet ik vaak langs een van zijn huizen zijn gelopen, ongetwijfeld dat ene statige pand aan de Praediniussingel, en later overnachtte ik eens in een van zijn goed-Hollandse, fraaiste en tegelijk soberste scheppingen, de woning gelegen aan de Noorderhaven Z.Z. 66 en 66a. Dat adres heb ik altijd intrigerend gevonden: de `Zuid-Zijde' van de Noorderhaven. Nog mooier is de historische benaming van deze plek, Hoek van Ameland. Hier eindigde in de negentiende eeuw de stad, aan de overzijde begon het water. Afgemeerd in de Noorderhaven lag de Sophia, de stoomboot die in de zomermaanden een dienst op Schiermonnikoog onderhield.

Zomaar een woonhuis aan een willekeurige kade in Nederland. 's Avonds valt het zonlicht op de gevel met de talloze ramen, waarvan enkele bovenlichten uit glas-in-lood bestaan. Bakstenen muren, hardstenen trap. Maar het besef van willekeur, van `zomaar een huis', verdwijnt als de verborgen geschiedenis van het huis bekend wordt. In 2001 bestond het honderd jaar, reden voor de huidige bewoners het verleden van dit pand te onderzoeken. In het vorige week verschenen Hoek van Ameland. De geschiedenis van een plek, een huis en zijn bewoners doen Anton Brand en George Mulder verslag van die speurtocht. Het boek is niet alleen een liefdesverklaring aan de Noorderhaven Z.Z., het geeft een interessant beeld van de bouwgeschiedenis van Groningen en we komen te weten welke bewoners in de loop van een eeuw onderdak vonden van kelder tot zolder in dat huis.

Oorspronkelijk stond op deze plek een pittoresk woonhuis met tuin. Over de stenen schutting woekerde een boom. Piebe Belgraver liet er zijn blik op vallen en begon koortsachtig te denken: daar wilde hij als projectontwikkelaar in spe een pand bouwen. Dat lieflijke huisje met tuin moest gesloopt worden en op het vrijgekomen perceel zou onder zijn leiding een woonhuis komen te staan.

Spannend is de beschrijving van Belgraver en zijn werkwijze. Dankzij naspeuringen in archieven, in de lijst van opgeleverde woonhuizen en adresboeken van de gemeente Groningen komt hij tot leven. Belgraver was geen architect in de strikte betekenis van het woord, eerder een aannemer die met betrekkelijk primaire bouwtekeningen, waarin uiteindelijk alles weer veranderde, bij de gemeente de vergunningen wist los te krijgen. Uit Hoek van Ameland komt het beeld te voorschijn van een krachtdadig bouwmeester en dromer; hij deinsde niet terug voor moeilijkheden. Zo bleek de linkerhelft van het perceel geen rechte hoeken te bevatten. Hindert niet: dit deel van het tweepandige huis werd het architectonische stiefkind met schuine hoeken.

De kleine geschiedenis van Noorderhaven Z.Z. behelst tegelijk de grotere geschiedenis van de Groningse stadsontwikkeling. Boeiend is het hoofdstuk waarin historische kaarten met elkaar vergeleken worden en, via simulatie door de computer, over elkaar heen worden geprojecteerd. Hieruit blijkt dat zeventiende-eeuwse kaarten helemaal niet werden gemaakt om een exacte reconstructie van een gebied te maken, ze geven vooral macht, stand en hiërachie aan. `Sierobjecten' waren het die de grootsheid van de stad moesten uitdrukken. De Hoek van Ameland veranderde geleidelijk van een groene rivieroever tot een stenen stadskade. Het is nu onvoorstelbaar dat eertijds het golvende water van de Noordzee slechts op enkele kilometers afstand van de Noorderhaven lag.

Dank zij de adresboeken konden de auteurs de vroegere bewoners van het huis opsporen. In elk hoekje werd gewoond, geleefd, gekookt, gedoucht. Dienstbodes leefden er, een propagandist van de Duitsers, er was een tijdlang een vroedvrouwenpraktijk gevestigd. Ook de schilders uit de stad lieten zich door de Noorderhaven inspireren. Van een ongedateerd doek door H.H. Hendrikse is gereconstrueerd waar deze schilder zijn schildersezel plaatste. De entree van Groningen toentertijd, komend vanaf het Reitdiep, geeft het beeld van een sfeervolle, Hollandse stad met een drukte van boten, een hotel en pakhuizen. Nog altijd bieden de ramen van Noorderhaven Z.Z. uitzicht op die boten, op dat water. Hoek van Ameland is een voorbeeldige leidraad voor iedereen die stil weet te staan bij de geschiedenis van zijn eigen huis, en eens flink de historische diepte in wil duiken.

Anton Brand en George Mulder `Hoek van Ameland' Uitg. Passage, Groningen. €34,00.