Gezelligheid

Het grote voordeel van de Nederlandse literatuur is dat het er zo gezellig aan toegaat. Dat bleek ook weer tijdens de uitreiking van de Libris-prijs, waar het barstte van de gezelligheid. Weliswaar werd er naar goed Hollands gebruik een dineetje opgediend dat naar verluidt regelrecht uit de gaarkeuken kwam, maar dat kon niet verhinderen dat bij de koffie een gezellige sigaar werd opgestoken en een gezellig pijpje werd gerookt.

Op de televisie werd het evenement ondersteund door een literair theekransje, waar de genomineerde boeken op gezellige wijze werden besproken. Alleen Kristien Hemmerechts viel even uit haar rol, toen zij wees op het slordig taalgebruik van een der boeken, maar toen juist dat boek kort daarop met de prijs werd bekroond, krabbelde ze gauw terug en bleek ze toch vreselijk blij dat het boek met dat slordig taalgebruik had gewonnen. Het moest natuurlijk wel gezellig blijven. Mijn naam viel ook nog even op het theekransje, toen de presentator op gezellige toon verklaarde dat ik het een schande zou hebben gevonden dat Adriaan van Dis niet was genomineerd, een zo hilarische onzinnigheid dat ik begreep dat de presentator nog nooit een letter van mij heeft gelezen.

De prijs werd uitgereikt door de gezelligste politica van Nederland. In het hectische jaar dat Pim Fortuyn werd vermoord was zij even fractieleider van een partij in de Tweede Kamer. Zij maakte twee verkiezingen mee, reisde het land door om spreekbeurten te houden en was niet van het televisiescherm te slaan. Dat zij daarbij de tijd vond om de jury voor te zitten en al die boeken te lezen – de genomineerde boeken zelfs wel twee keer, zei ze – mag een wonder heten, zeker als je bedenkt dat je als politica ook nog netjes gekleed moet gaan en je haar moet verven.

De winnaar bleek een allochtoon te zijn, maar een Hollandser boek dan het zijne is bijna niet denkbaar. De personages zijn goedwillend van aard, ook al zit het in het leven wel eens tegen. Zijn boek is helemaal geschreven volgens de Hollandse literatuuropvatting dat je maar ergens begint en verder kijkt waar het schip strandt. Er is veel emotie in het boek, maar weinig structuur. Je zou een krantenpagina kunnen vullen met niet-lopende zinnen uit zijn boek. De winnaar heeft zijn prijs ongeveer tien jaar te vroeg gekregen.

Toen ik de ochtend na de prijsuitreiking de krant ging halen bij mijn boekhandelaar om de hoek bleek hij het winnende boek niet in huis te hebben. Ik liep door naar een boekhandelaar twee straten verder, maar die had het ook niet. Weer thuis gekomen, belde ik met boekhandel Athenaeum, maar nee, ze hadden het niet in huis. Ik werd nieuwsgierig. Ik stapte op de fiets en reed naar de grootste boekhandelaar van de stad. Onderweg stopte ik bij een paar kleinere boekwinkels, maar nergens te krijgen. In heel Amsterdam leek er geen enkel exemplaar van het winnende boek voorhanden. Niemand leek op deze winnaar gerekend te hebben. Ik kreeg een beetje te doen met de schrijver. Gisterenavond gelauwerd op de televisie, de volgende morgen onvindbaar in de schappen – succes als nachtmerrie.

Inmiddels zag ik nog maar één kans: een Libris-winkel. Maar Libris-winkels zijn niet erg populair in Amsterdam. De boekhandels in de hoofdstad zijn liever zelfstandig en zien niets in die dozen met driehonderd Baantjers, die door de centrale inkoop

worden afgeleverd. Steeds meer boekhandelaren zijn afgehaakt en nu is er nog maar één Libris-winkel in Amsterdam. En

inderdaad, daar hadden ze nog een exemplaar. Een hardcover, en die had ik nog niet.

Daarom sprong ik opnieuw op mijn fiets, reed naar de rand van de stad en kocht het als een hommage aan de schrijver.