Europa past geen bescheidenheid

`Maar laat ons vandaag ter harte nemen de ene allerbelangrijkste les die uit het verleden valt te leren. Die is dat deze kans op vrede te kostbaar is om te worden verspild. Die kans zal binnen de tijd van ons leven misschien niet terugkeren. We mogen ons er niet van afkeren. We hebben ons vandaag op een weg begeven die leidt naar een Midden-Oosten dat zich onderscheidt van het Midden-Oosten dat we hebben gekend.''

Met deze woorden zou de conferentie kunnen openen die voorzien is om het nieuwe vredesproces tussen Israël en de Palestijnen vorm te geven. Zij waren echter een passage uit de rede die minister Van den Broek eind oktober 1991 hield ter gelegenheid van de Madrid-conferentie over hetzelfde thema. Deze was bijeengeroepen door de VS en de Sovjet-Unie. Van den Broek trad er op als voorzitter van de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschap. Deelnemers waren verder: Spanje, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Syrië en een Palestijnse delegatie.

De conferentie werd twee jaar later gevolgd door de zogenoemde Beginselverklaring voor de vestiging van ,,een Palestijnse Interim-Autoriteit voor Zelfbestuur'' op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza. De voorgenomen overgangsperiode mocht de duur van vijf jaar niet overschrijden. Weer twee jaar later kwam de interim-overeenkomst tot stand, waarmee de opmaat was gegeven tot wat de beslissende fase in het vredesproces had moeten worden.

Nu is er dan het Kwartet, zoals de betrokken partijen zichzelf hebben genoemd: de VS, Rusland, de VN en de Europese Unie. Zij hebben zich opgeworpen als initiatiefnemers van de `road map' ter overbrugging van de historische geschillen tussen Israël en de Palestijnen. De katalysatoren voor dit initiatief zijn de Palestijnse zelfmoordaanslagen en de gewelddadige Israëlische herbezetting van de Westelijke Jordaanoever. Een periode van onthouding door de internationale gemeenschap, in het bijzonder door de regering-Bush, komt zo ten einde. Plaats en tijdstip van een nieuwe conferentie zijn nog niet vastgesteld (Parijs en opnieuw Madrid bieden zich aan) en evenmin is bekend wie behalve de Vier zullen deelnemen. Maar het ligt voor de hand dat onder de Arabische landen, anders dan in 1991, Saoedi-Arabië een plaats zal innemen, gezien het vredesvoorstel dat dit land heeft gedaan.

Het georganiseerde Europa heeft het intussen niet bij deelname aan de conferentie van Madrid gelaten. Steeds is het zich zeer bewust geweest van de noodzaak van bevordering van vrede en veiligheid in het mediterrane gebied, aanvankelijk beschreven als de `zuidelijke flank' van het Europese continent. Naar het voorbeeld van de vredebevorderende inspanningen van de Organisatie voor Vrede en Veiligheid in Europa (OVSE) werden de staten rondom de Middellandse Zee bij herhaling aangespoord eveneens tot de schepping van een zone van collectieve veiligheid over te gaan.

Een studie van de Universiteit van Rouen laat de zoektocht in het midden van de jaren zeventig beginnen met wat toen werd genoemd de Euro-Arabische Dialoog. Die samenspraak vloeide rechtstreeks voort uit de Israëlisch-Arabische oorlog van oktober 1973 en de aansluitende aanzienlijke verhoging van de olieprijs en de olieboycot door de OPEC van de VS en Nederland. Maar de dialoog bleef zonder resultaat als gevolg van de tegengestelde uitgangspunten van de deelnemende landen. De Arabieren hadden vooral politieke, de Europeanen economische motieven.

Gelouterd door deze ervaring stelde de Franse president Mitterrand in 1983 een samenwerkingsovereenkomst voor, die zich beperkte tot het westelijke Middellandse-Zeegebied. Vraagstukken als het Arabisch-Israëlische conflict en de Turks-Griekse tegenstelling konden zo buiten de discussie worden gehouden. In 1990 kwam er een nieuw Europees initiatief, nu van Spanje en Italië. Maar de tijd bleek niet rijp voor een Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in het gebied van de Middellandse Zee, naar het voorbeeld van de CVSE, voorganger van de OVSE. Nog in 1995 probeerde de Inter-Parlementaire Unie tevergeefs de zaak nieuw leven in te blazen.

Meer succes leken aanvankelijk de VS te hebben na hun overwinning op Irak in de vorige Golfoorlog. De conferentie van Madrid was het resultaat, met vier economische vervolgconferenties in haar kielzog waarvan de laatste in 1996 in Kaïro plaatshad. Doel was een Economische Unie voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika die de integratie van Israël in de eigen regio mogelijk moest maken.

In 1992 kwam het nog tot initiatieven van de West-Europese Unie en van de NAVO, de eerste gericht op een omvattende dialoog, de tweede op een Partnerschap voor vrede in het mediterrane gebied. In 1994 probeerde de OVSE een gesprek te beginnen. In 1996 stelde de WEU voor de competitie tussen Europese en Atlantische instellingen te beëindigen en de inspanningen te coördineren. In 1995 werd ten overvloede in Barcelona een conferentie van 27 deelnemers gehouden voor samenwerking in de Europees-Mediterrane Regio. Een vervolgconferentie had twee jaar later plaats op Malta.

De Europese Unie (voorheen EG) heeft zich evenmin onbetuigd gelaten. In de Verklaring van Venetië van 1980 werd het fundament gelegd voor haar opstelling in het vredesproces voor het Midden-Oosten. Op opeenvolgende top- en ministersconferenties is die opstelling in de loop der jaren herbevestigd. Zelf zegt de EU als een vooraanstaand politieke en economische acteur in de wereld een beslissende rol te spelen in het Arabisch-Israëlische vredesproces. Dat vindt onder meer uitdrukking in financiële en technische steun aan de Palestijnse Autoriteit. Tussen 1994 en 1998 nam de EU samen met haar lidstaten vijftig procent van de internationale steun voor haar rekening. De totale hulp aan Palestijnen beliep in die periode twee miljard euro.

Het is onbekend hoe de EU als lid van het Kwartet zal opereren. Trouw aan haar optreden tot dusver zal zij opnieuw een constructieve rol willen spelen. Tijdens de jongste Israëlische operaties is veel van wat met Europees geld was opgebouwd, verwoest. Er is tegen deze achtergrond geen enkele reden voor de Unie zich bescheiden op te stellen. Van de vier Kwartet-leden heeft zij, waar het om de verzekering van vrede in het Midden-Oosten gaat, de geloofwaardigste geloofsbrieven.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.