Doorgestoken kaart: geen probleem

Een van de deelnemers aan het World Wide Video Festival is de Libanese New Yorker Walid Ra'ad. ,,Al mijn video's hebben te maken met Libanon en de burgeroorlog.''

De Chevrolet was bruin, hij stond geparkeerd op de Antelias Highway in Beiroet en hij had tweehonderdvijftig kilogram TNT in de kofferbak. Op 17 augustus 1985 om 11.45 ging hij de lucht in. Aantal doden: 62. Aantal gewonden: 122. Afmetingen van de bomkrater: vier bij anderhalve meter.

De Libanese kunstenaar Walid Ra'ad stelt op het World Wide Video Festival bladzijdes tentoon uit een kladblok; ze staan vol plaatjes van Libanese auto's. Het kladblok is afkomstig van professor Fakhouri, een Libanese historicus die is gespecialiseerd in de burgeroorlog die dat land tussen 1986 en 1991 verscheurde. Telkens na een aanslag ging Fakhouri de straat op om een auto te fotograferen van hetzelfde merk en kleur als de auto die zojuist de slachtoffers had gemaakt. De uitgeknipte foto's van schuldige auto's zijn verzameld in Notebook nummer 72. Schots en scheef op de pagina geplakt, zoals een klein jongetje zou doen. Linksboven de gegevens: merk, kleur, type, soort bom, tijdstip en datum van explosie, aantal doden, aantal gewonden. Hier en daar staan er nog speciale opmerkingen bij. Professor Fakhouri's Notebook van Missing Lebanese Cars, pardon Wars.

Deze professor Fakhouri, nu we het toch over hem hebben, had nog andere typische gewoontes. In een video die ook te zien is op het World Wide Video Festival, vertelt Ra'ad over Fakhouri's bezoeken aan de paardenrennen in Beiroet. ,,Zoals iedereen weet'', zegt Ra'ads kalme stem op de band terwijl we oude foto's zien van bekranste volbloeds, ,,zijn Libanese historici fervente gokkers. Op de renbaan zie je nationalistische en socialistische historici, die wedden op de renpaarden. Fakhouri en zijn collega's hadden de gewoonte zich op te stellen achter de man die de finishfoto van het winnende paard moest maken. De historici wedden erom of hem dat zou lukken, en om welk moment de foto uiteindelijk zou laten zien: voor, tijdens of nadat het paard de finishlijn passeerde.''

Ra'ad heeft de professorale anekdotes omstandig vastgelegd, maar de professor zelf zie je niet. Dat is geen wonder, want de professor bestaat niet. Hij is een van de personages die Walid Ra'ad (1967) opvoert in zijn werk. ,,Zo'n figuur'', vertelt hij, ,,wortelt in iets uit de werkelijkheid, maar uiteindelijk wordt hij een zelfstandig iemand. Zo ben ik bijvoorbeeld zelf een fan van de paardenrennen. Ik ga er graag heen al weet ik dat alles doorgestoken kaart is. Ik houd van het hippodroom van Beiroet, dat werd gebouwd door de Fransen en tijdens de oorlog op de grens lag tussen Oost- en West-Beiroet. Ik houd er ook van in die Franse koloniale sfeer te verkeren, en na te denken over het gokken op dat éne onbetekenende moment.

,,Kranten in Libanon drukken altijd een foto af van het winnende paard, in zwart-wit, zodat je het ene paard niet van het andere kunt onderscheiden. Waarom doen ze dat? Ik was altijd verbijsterd dat de fotograaf vrijwel nooit het moment wist te vangen dat het paard de finish passeerde. Het cruciale, historische moment mis je kennelijk vaak, zelfs als je weet dat het eraan zit te komen. Het moment dat je uiteindelijk wél vangt, wordt na verloop van tijd vanzelf het echte, historische moment.''

Groepsportretten

Walid Ra'ad is videokunstenaar – zijn werk was te zien op eerdere World Wide Video Festivals en op de laatste Documenta in Kassel – maar hij gedraagt zich in zijn werk ook als romanschrijver, historicus, dichter en documentalist. Vooral dat laatste; zijn foto's, video's en dialezingen gaan vergezeld van nummering en documentatie, en ze draaien ook weer om partijen foto's of documenten die op een bepaalde manier zijn opgeslagen. Maar deze droge archiefneigingen mengt Ra'ad met poëzie, zoals hij oude foto's met video mengt, en humor met melancholie. De Fakhouri-filmpjes en documenten, zo wordt bijvoorbeeld gemeld, zijn onderdeel van het archief van de `Atlas Group', een organisatie die zich tot doel stelt zoveel mogelijk visueel materiaal te verzamelen over de Libanese burgeroorlog. De Atlas Group is eveneens half fictie, half werkelijkheid, getuige bijvoorbeeld de grote partij `blue prints' die de organisatie heeft laten onderzoeken en die onder het blauw groepsportretten van omgekomen en verdronken soldaten bleken te bevatten. De foto's zijn echt; in een videofilm zie je de rijen vergeten gezichten tevoorschijn komen vanonder vlakken van mediterraan blauw.

Ook dit filmpje, Secrets of the Opaque Sea, heeft te maken met de geschiedenis van Libanon, vertelt Ra'ad. Met het oog op de naoorlogse welvaart vond het nieuwe stadsbestuur dat Beiroet het financiële centrum moest worden voor het Midden-Oosten. ,,In het centrum kwam een financieel complex van banken en kantoren. Ongeveer vijfhonderd huizen, die gehavend waren maar de oorlog hadden doorstaan, zijn daarvoor gesloopt. Het puin is in zee gedumpt om een kunstmatig eiland te vormen, waarop vervolgens een yuppenwijk is gebouwd. In het centrum is men gaan graven alvorens met de nieuwbouw te beginnen. De verschillende gemeenschappen claimden elk de gevonden archeologische voorwerpen voor hun eigen geschiedenis. De geschiedenis werd een soort wedstrijd, terwijl hij elders werd gedumpt.''

Misschien is het daarom dat de kunstenaar wat argwanend is ten aanzien van de Passengers Terminal in Amsterdam, de plek waar het World Wide Video Festival zich dit jaar afspeelt en waar zijn werk dus getoond zal worden. De terminal is pas een paar jaar oud; nog zonder geschiedenis. Ook de IJ-oevers zijn hier een niemandsland; de geschiedenis is er gesloopt, nieuwe gebouwen van betekenis zijn er nog niet.

Het is maandag, en overal wordt getimmerd aan de grote kubussen die in het glazen gebouw het tonen van video's mogelijk moeten maken. Het is zo ongeveer voor het eerst dat het festival, dat dit jaar zijn twintigste editie beleeft, zich in één ruimte afspeelt, en nog maar weinig Nederlanders zullen de terminal voor cruise-passagiers al van binnen hebben gezien. Ra'ad heeft zijn twijfels over de locatie: ,,Het gebouw oogt anoniem. Het is een typische doorgangsruimte. Ik vraag me af of mensen er wel willen blijven.''

Vlucht

Ra'ad is net aangekomen uit New York, waar hij woont sinds hij in 1981 Libanon ontvluchtte. ,,Ik moest weg om aan rekrutering door een van de talloze milities te ontkomen. Elke familie met geld hielp zijn zonen te ontvluchten, en gelukkig hadden wij wat geld. Mijn vader gaf me duizend dollar en instructies. Ik moest de boot naar Cyprus nemen, naar Parijs vliegen, vandaar naar New York, en zo is het gegaan. Sindsdien heb ik in New York de kunstacademie gedaan en geef ik er les. Maar mijn interesse ligt er niet. Al mijn werk gaat over Libanon; zeker de helft van het jaar zit ik in Beiroet.''

Het lijkt alsof de kunstenaar, met zijn rustige ogen achter een montuurloze bril en zijn basisoutfit van wit T-shirt en spijkerbroek, er zo eentje is die het liefst achter zijn mystificaties verdwijnt – hij wil bijvoorbeeld niet op de foto. Maar dat is een vergissing: ,,Ik probeer nooit te verhullen dat professor Fakhouri een verzinsel is. Maar het gaat me wel om die verzinsels, en niet om mijzelf.''

Ra'ads verzinsels hebben steeds te maken met de opslag van menselijke ervaringen, een thema dat hem bezighoudt sinds hij in New York werd geconfronteerd met een vloed van oorlogsbeelden van thuis, beelden die hem nooit het hele verhaal vertelden. Via zijn werk vraagt hij zich af wanneer, waarom en hoe menselijke ervaringen worden vastgelegd, om welke andere redenen dan toeval en hoe ze worden vervormd, wanneer ze worden opgeslagen, of dat nu in kranten, archieven en geschiedenisboeken gebeurt, in videofilms en databases, in het geheugen of, als traumatische herinnering, in het onderbewuste.

,,Wat je ook doet met de ervaringen van de burgeroorlog; ze dumpen in zee, ze stileren in boeken en videofilms, op een dag komen ze eruit, in hun allerruwste vorm, omdat er altijd vragen onbeantwoord blijven. Neem de geschiedenis van al die auto's die in een autobom zijn veranderd. In de krant lees je over kleur, type en het aantal doden, en daar klamp je je aan vast; de gegevens werken als afweer tegen je angst. Over je werkelijke angst – waarom? wanneer gaat het mij gebeuren? – wordt niet geschreven. Die angst sla je op, en daar heb je soms jaren later nog last van. Tijdens mijn jeugd in Beiroet hadden milities de gewoonte auto's te merken om hun eigen mensen te waarschuwen. Je liep schichtig over straat. Je moest voortdurend kijken naar eventuele merktekens op auto's. Dat heeft consequenties voor de manier waarop je je in een stad beweegt.''

In Libanon, zegt Ra'ad, is nooit een oorlogstribunaal geweest. ,,De burgeroorlog wordt ontkend. Men geeft de schuld aan buitenlandse interventies, wijzelf hadden er in elk geval geen schuld aan. Misschien laat ons collectief geheugen eerlijkheid nog niet toe. Maar er is geen ontkennen aan. De gevolgen zijn aan alles te zien.''

Illusie

Ik vraag waar zijn voorkeur voor oude foto's vandaan komt, en hoe het komt dat juist die oude foto's aan zijn werk zo'n indruk van authenticiteit geven. ,,Het is waar'', zegt hij, ,,dat mijn video's sterk op het idee leunen dat oude foto's de geschiedenis tonen zoals die was, terwijl dat natuurlijk een illusie is. Het grappige is dat men in de begintijd van de fotografie foto's helemaal niet zag als waarheidsgetrouw; ze waren immers zwart-wit, ze leken niet op de echte wereld.''

,,Aan oude foto's lijkt vanzelf al een verhaal te kleven; ze lijken uniek, omdat het er niet zoveel zijn. Vandaag hebben we zo'n vloed aan beelden dat alleen het getal nog belangrijk is; het meest ware is datgene waarvan we de meeste beelden zien. De beelden zelf bestaan uit nummers, uit pixels en nullen en enen. Bovendien staan beelden nu vaker in dienst van cijfers; ze worden alleen geconstrueerd omdat er geld mee te verdienen valt. Terwijl er ook een tijd was dat fotografie diende als bevestiging van een gemeenschap.''

Samen met zijn collega Akram Zaatari heeft Walid Ra'ad een flinke collectie portretfoto's aangelegd uit de jaren twintig tot zeventig van de vorige eeuw, toen ook in het Midden-Oosten overal de studio's uit de grond schoten om de hoogtepunten uit het familieleven vast te leggen. Een deel van die verzameling is te zien in Amsterdam. Schitterende series zijn dat, afkomstig uit de enorme verzamelingen fotodozen en bakjes negatieven van `Foto Jack', `Studio Sherazade' en `Studio Soussi'. Mapping, Sitting toont rijen groepsfoto's uit het leger, klassefoto's en pasfoto's, maar ook foto's die de fotografen op straat namen tegen betaling; rijen poserende mannen op het strand, met ingehouden buik om de borst meer op die van Johnny Weismuller te doen lijken. Voor de goede orde: deze foto's zijn echt.

De studiofotografie van vroeger, erkent Ra'ad, heeft de laatste jaren de belangstelling gewekt van meer fotografen en kunstenaars. ,,Wij vinden die foto's ongelooflijk verleidelijk,'' zegt Akram Zaatari, die ook is aangeschoven. ,,Maar het gaat ons ook om de wereld die erachter schuilgaat, de sfeer van saamhorigheid, van burgerschap. Komt dat alleen doordat iedereen zich op dezelfde manier door de lokale fotograaf liet fotograferen? Of is er inmiddels echt iets veranderd?''

Er zijn nog maar weinig fotostudio's in Libanon, zeggen de twee. Maar één doet op het moment goede zaken. Daar kun je je, met een steen in de hand, laten fotograferen tegen de achtergrond van de Tempelberg in Jeruzalem, terwijl je een gooibeweging maakt. Echt waar, bezweren ze. Ra'ad beaamt het, dat zou ook een verhaal kunnen zijn uit een van zijn eigen video's.

World Wide Videofestival: t/m 25 mei in de Passengers Terminal, Piet Hein Kade 27 Amsterdam. Morgen, 10 mei, geeft Walid Ra'ad een lezing/performance in het auditorium van het festival. Zie www.wwvf.nl