De vrije val van Irak

De wachttijd bij de benzinepomp in Irak is inmiddels opgelopen tot drie dagen. De elektriciteit, nodig voor water en koeling, knippert aan en uit. Onopgehaald huisvuil ligt te rotten in de warme straten. Woensdag is in Basra een uitbarsting van cholera gemeld. Ook stijgen de gevallen van diarree bij jonge kinderen. De ziekenhuizen functioneren gebrekkig, doordat hun medicijnen en apparatuur zijn weggeplunderd. Weinig Irakezen hebben heimwee naar de sadistische terreur van Saddam Hussein. Maar in de slechte oude tijd waren de basisvoorzieningen betrouwbaarder.

[...]De eerste paar weken van de Amerikaanse bezetting onder leiding van luitenant-generaal b.d. Jay Garner hebben heel wat te wensen overgelaten. Voor de meeste Irakezen lijkt het overheersende gevoel nog steeds de opluchting over het einde van ruim dertig jaar wrede dictatuur van de Ba'ath-partij. Maar als de onlangs versterkte ploeg uit Washington onder Paul Bremer III niet vlug voor een ommekeer zorgt, kon het met de goodwill wel eens snel gedaan zijn.

De Iraakse olie-industrie, infrastructuur en gezondheidszorg zijn verzwakt door diverse oorlogen en twaalf jaar sancties. Dit jaar is daar nog de schade van het Amerikaanse luchtbombardement en de grondoorlog bovenop gekomen. Maar de huidige chaos is niet zozeer het gevolg van de recente oorlogsschade, die vrij beperkt was, als wel van een ontbrekend plan bij de regering-Bush voor de vervanging van een bewind dat het Iraakse leven langdurig tot in detail heeft bestierd. Het antwoord is niet dat de Amerikaanse bezettingsautoriteiten weer zo'n beetje proberen het hardvochtige Ba'ath-bewind te herstellen [...]. Het is bijzonder verontrustend dat Garner op hoge posten – zoals ministers en universiteitsbestuurders – weer hoge Ba'athisten schijnt te hebben aangesteld.

De wens van de regering-Bush om liever Irakezen dan Amerikanen in zichtbare machtsposities te plaatsen is prijzenswaardig, maar op dit moment niet uitvoerbaar. Zolang Washington en de internationale gemeenschap nog geen nieuwe, democratischer orde hebben geschapen, zullen er in groten getale bestuurders en vakmensen van buiten nodig zijn om Irak draaiende te houden.