De verbeelding verwoest alles

Het opvallendst aan de nieuwe roman van Renate Dorrestein Het duister dat ons scheidt is de vorm. Het boek is opgezet als een leescursus, waarin de hoofdstukken verwijzen naar de letters van het alfabet, zoals in het antieke kinderboekje: A is een aapje dat eet uit mijn poot. Het duister dat ons scheidt begint met het hoofdstuk `A is een aardbei' en eindigt met `Z is een zwaard'. Daar tussenin wordt in drie delen, getiteld `Zes', `Twaalf' en `Achttien' de ontwikkeling geschetst van het zwaar dyslectische meisje Loes. Bijzonder en nogal on-Dorresteiniaans is dat het eerste deel in de wijvorm is geschreven. De anonieme vertelster spreekt hierin namens een groep kinderen die in de jaren tachtig opgroeit in een dorp onder de rook van Amsterdam, in een nieuwbouwwijk met woonerven die namen dragen als Schapendrift. Hun ouders, keurige vertegenwoordigers van de middenklasse, zijn de eerste bewoners en hebben rond dezelfde tijd hun eerste kind gekregen. Die kinderen wonen in identieke huizen, hebben vrijwel identieke vaders en moeders die zich op identieke wijze vervelen.

Voor afleiding zorgt de moeder van Loes, de enige van alle moeders die niet in de nieuwbouwnegorij woont, maar in een oude pastorie in de dorpskern haar leven deelt met haar dochtertje en haar minnaars Duco en Ludo, bijgenaamd de Luco's. Loes' moeder heeft een beroemd kinderboek geschreven en geïllustreerd, ze legt voor de andere moeders tarotkaarten en ze is zo aantrekkelijk dat de vaders 's avonds voor de pastorie rondhangen, zogenaamd om hun hond uit te laten. Loes is zo mogelijk nog origineler en creatiever dan haar moeder en het populairste meisje van het dorp. Tót de kinderen op de basisschool leren lezen en Loes daartoe niet in staat blijkt. Ze valt van haar voetstuk en als haar moeder dan ook nog eens veroordeeld wordt voor de moord op de vader van Loes' beste vriendje Thomas, wordt ze het mikpunt van groepshaat en pesterijen.

Evenals veel van haar vorige romans is Het duister dat ons scheidt een psychologische thriller, waarin eigentijdse thema's en aan de actualiteit ontleende gebeurtenissen zijn verwerkt. Zoals Een Hart van steen (1998) gebaseerd was op de tragedie in Hoofddorp waarbij ouders hun drie kinderen vermoordden, is Het duister dat ons scheidt geënt op de Leidse balpenmoord. In 1996 werd in hoger beroep een jongeman vrijgesproken die ervan werd verdacht zijn moeder te hebben vermoord door met een kruisboog een balpen in haar oog te schieten. In de roman wordt de vader van Thomas omgebracht met een tekenpotlood van Loes' moeder.

Als thriller zit het boek goed in elkaar: tot vrijwel op het einde blijft onduidelijk wie de moord heeft gepleegd en met welk motief. Er zijn wel aanwijzingen, maar die lijken vooral bedoeld om de lezer op het verkeerde been te zetten. Zeker is dat alle personages op een of andere wijze medeschuldig zijn, de groep kinderen, inclusief Thomas, maar ook hun door en door fatsoenlijke ouders. En er is een verband met de woordblindheid van Loes, die zichzelf het meest schuldig voelt van iedereen.

Wreedheden

De wijvorm in deel I is effectief omdat Dorrestein ermee laat zien hoe groepsprocessen zich voltrekken, hoe een wij-zij gevoel ontstaat en tot wat voor wreedheden dat kan leiden. Een nadeel is wel dat de met één mond sprekende groep hierdoor nogal schematisch wordt voorgesteld, geheel in strijd met Dorresteins eigen credo, uitgesproken in Verborgen gebreken, dat elke familie haar eigen geheimen heeft. Op de woonerven van de nieuwbouwwijk zijn alle families hetzelfde en heeft niemand geheimen of gebreken. Het afwijkende wordt afgestraft. Het middle class gezinsleven is geestdodend, maar worden grootgebracht door twee minnaars van je moeder zonder te weten wie van de twee je heeft verwekt, is ook niet alles.

Na zes jaar komt de moeder van Loes vrij uit de Bijlmerbajes. Zodra ze zich weer in het dorp vertoont wordt ze het slachtoffer van grimmige wraakacties, zo bedreigend dat ze besluit om samen met Loes en de twee mannen uit te wijken naar het Schotse eiland Lewis. Het is een locatie die Dorrestein goed kent en die ze schitterend schildert in dreigende sombere tinten. De Luco's zijn handelaars in effecten en kunnen hun lucratieve werk overal ter wereld verrichten, zolang er maar een telefoon in de buurt is.

Vlak voordat Loes' moeder terugkomt uit de gevangenis schakelt Dorrestein van de wijvorm over op de eerste persoon. Het is nu Loes die vertelt en dat blijft zo tot het einde. In deel II lezen we over een redelijk onbezorgde periode waarin het twaalfjarige meisje wordt opgenomen in een groep pubers die haar neemt zoals ze is. Het is alsof ze haar jeugd overdoet, letterlijk, want juist als alles in balans lijkt, verlaat haar moeder haar en de Luco's opnieuw. Ze keert vrijwillig terug naar de Bijlmerbajes waar ze werkbegeleidster wordt.

Deel III van de roman begint met het hoofdstukje `T is de tijd'. Loes is inmiddels achttien en vertrekt naar Nederland voor een opleiding tot kleuterleidster. De Luco's hebben als liefdevolle vaders voor haar toekomst gezorgd. Omdat ze dol is op aardbeien hebben ze in het Westland een aardbeienakker voor haar gekocht, `Strawberry fields forever', als `vangnet voor materiële zekerheid'. Waar de beide mannen echter niet in hebben voorzien is een vangnet voor psychische stabiliteit. Zodra Loes in Amsterdam arriveert, stort ze volledig in. Nu komt het aan op zelfreflectie en op het reconstrueren van haar herinneringen. Is ze wel (mede)schuldig aan de moord, wie is haar vader, wat is de rol van haar moeder geweest in het drama, hoe hebben de gebeurtenissen haar, Loes, beschadigd? Ze ontdekt het allemaal, maar je voelt aan dat het met dit kind nooit meer echt in orde zal komen.

Verbeeldingskracht

Evenals haar moeder is Loes het slachtoffer van een overvloed aan verbeeldingskracht, ze heeft moeite fictie en werkelijkheid uit elkaar te houden. In dat opzicht doet ze sterk denken aan Briany Tallis uit Ian McEwans briljante roman Atonement, in het Nederlands uitgebracht onder de titel Boetekleed (2002). Briony begaat op haar dertiende een misdaad waarmee ze de rest van haar leven in het reine moet zien te komen. Er is één belangrijk verschil: McEwans hoofdpersoon is literair begaafd en reconstrueert haar herinneringen op papier. Het duister dat ons scheidt heeft evenals Boetekleed de soms verwoestende kracht van de verbeelding als thema. McEwan koos voor een schrijfster als vertelster, Dorrestein voor een woordblinde die (nog) geen manier heeft gevonden om haar duizelingwekkende creativiteit tot ontplooiing te brengen. Dat verklaart de opzettelijk kinderlijke vorm van de roman, alsmede de bizarre coïncidenties en gekunstelde oplossingen waar het de vertelster niet lukt het verhaal van haar herinnering te `lezen'. Loes herinnert zich bijvoorbeeld wat haar moeder haar verteld heeft als foetus en baby. Hier wordt de dyslexie van de hoofdpersoon een kunstgreep. Daar staat tegenover dat Het duister dat ons scheidt een mooi psychologisch portret oplevert van een aanbiddelijke tomboy en minstens zo vaardig geschreven is als Verborgen gebreken, Een hart van steen en Zonder genade. De kunstgrepen en de ongerijmdheden in het verhaal, schrijf ik maar toe aan vertelster Loes, de tragische heldin die alle witte plekken in haar gebrekkige geheugen nu eenmaal opvult met krankzinnige beelden.

Renate Dorrestein: Het duister dat ons scheidt. Contact, 351 blz. €18,50