De neo's en de jaren zestig

Dit lijkt me een experiment voor de faculteit wijsbegeerte, geschiedenis of politicologie van een of andere universiteit. Draai voor een representatieve verzameling proefpersonen achter elkaar af: een onderdeel uit het oude VPRO-programma Het gat van Nederland en een lang fragment van bijvoorbeeld Fear Factor of de Jerry Springer Show. Tweemaal tien minuten; langer hoeft niet. Het eerste is een typisch product van de vroege jaren zeventig (ondenkbaar zonder de jaren zestig), het tweede komt voort uit de wedijver op de vrije markt, het streven naar de hoogste kijkdichtheid, een jaar of dertig later. De proefpersonen moeten nu op een formuliertje invullen wat ze het mooist, het leerzaamst, en in morele zin het meest verheffend vonden, met misschien een paar woorden toelichting.

Waarom zo'n experiment? Omdat met de opkomst van de neoconservatieven in Washington opnieuw de aanval is geopend op wat we `de jaren zestig' zijn gaan noemen. Legendarisch tijdperk van omwenteling en onzin, bevrijding en verwoesting, waarover het debat, of de ruzie pas zal verstommen als de laatste mens met `bewuste herinneringen' zal zijn gestorven. Dat is de overeenkomst met het debat over de Tweede Wereldoorlog. Na dat laatste sterfgeval is alles geschiedenis.

Maar nu gaat het over de moraal. De neo's schrijven al het verval in het westen toe aan de funeste invloed van dit decennium. Dat doen ze al een jaar of dertig, of nog langer, niet alleen in Amerika. Ook in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië, overal waar op den duur de radikalinski's toen de agenda van het publieke debat bepaalden. Ze zouden gelijk gehad hebben, als ze niet de extreemste extremisten als de typische vertegenwoordigers van de historische beweging hadden uitgezocht. Maar daarover mogen die dan weer niet klagen, want ze hadden dezelfde hebbelijkheid. Het resultaat was dat het politiek en filosofisch debat tot een verbitterd gekijf werd. Met het einde van de Koude Oorlog is het uitgedoofd, en zoals we zien: nu herleeft het.

In de jaren negentig hebben we betrekkelijk weinig van de neo's gehoord. Kwam het doordat het na het verslaan van het Rijk van het Kwaad plotseling veel beter met de moraal van het westen gesteld was? Ik heb een ander antwoord. Vooral in de tweede helft van het decennium ging het economisch zo geweldig goed met het westen, dat je wel een geboren brombeer, zeurpiet moest zijn om daar nog je kritische woordje over te durven spreken. Of de burgerlijke moraal hoog werd gehouden, is een andere kwestie.

Het zijn ook de jaren van de grote concentraties in de media, de fabricage van de content die de grootste kijkdichtheid `genereert', en die daarvoor de hemeltergendste platvloersheden voor zijn rekening neemt. En dan komt het monsterverbond tot stand. De taboes zijn in de jaren zestig met de grond gelijk gemaakt. Op deze, zeker in de ogen van de neo's verschroeide aarde, bouwen de mediaconcerns hun nieuwe imperia, met grover, platter, barbaarser content dan de extreemste radikalinski's het een jaar of dertig eerder hadden kunnen dromen. Allan Bloom, profeet van de hedendaagse neo's, zag in zijn The Closing of the American Mind (1987) de bui aankomen. Zijn volgelingen hebben niet kunnen beletten dat die zich een paar jaar later begon te ontladen, en nog steeds niet is uitgewoed. Rupert Murdoch, uitgever van The Weekly Standard,het blad van de neo's, heeft zijn imperium gebouwd op de tabula rasa die de jaren zestig hebben achtergelaten.

Althans, zo onwelwillend kunnen we het uitleggen. Maar ook dan maken we een karikatuur van wat die ingewikkelde periode werkelijk is geweest. Het wordt tijd opnieuw een poging te doen om te laten zien hoe de werkelijkheid was. Daarvoor heb ik een voorbeeld. Een jaar of zeven geleden is in het Whitney Museum of American Art een tentoonstelling geweest, Beat Culture and the New America, 1950-1965, een alomvattende voorstelling, als een Gesamtkunstwerk van het tijdvak. Meeslepend is het woord. Toen ik die gezien had, verlangde ik ernaar dat voor Nederland, in de Europese omgeving, ook zoiets op touw zou worden gezet. Literatuur, beeldende kunst, televisie, film, al het nieuwe van toen waardoor je je ervan zou kunnen overtuigen dat het land, met gemartel, weeën en grote vrolijkheid zich losmaakte uit de cocon van het verleden.

Het is er toen niet van gekomen. Nu heeft het Stedelijk Museum een nieuwe directeur. Met gepaste bescheidenheid, omdat ik besef hoeveel zo'n functionaris in Amsterdam aan zijn hoofd heeft, leg ik de heer Hans van Beers dit idee voor, opdat de jaren zestig, in hun grandeur en misère aan het volk kunnen worden getoond, zodat het zonder tussenkomst van wie dan ook zal kunnen oordelen. Mij dunkt, het is weer van de hoogste actualiteit.