De doodstraf in blessuretijd

Amerika is een beschaafd land dat gretig de doodstraf toepast, volgens velen een paradox. Maar een nieuwe studie peilt veel minder enthousiasme voor de doodstraf dan gedacht. Bovendien is het motief voor de straf veranderd: het gaat nu om `afronding' voor nabestaanden van de slachtoffers.

Amerika omhelst de doodstraf, denkt het buitenland. In werkelijkheid wordt de straf maar in een handvol staten voltrokken, hoofdzakelijk zuidelijke staten met een geschiedenis van lynchen, en zelfs in die staten lopen de vertragingen bij de uitvoering op – zelfs de voorstanders aarzelen. De doodstraf is op sterven na dood, al kan het sterven nog lang duren.

Tot die conclusies komt Franklin Zimring in The Contradictons of American Capital Punishment, een opmerkelijk nieuw boek over de doodstraf. Zimring is hoogleraar strafrecht aan de universiteit van Californië in Berkeley en maakt, in een vraaggesprek op de campus van American University in Washington DC, duidelijk dat hij geen pleitbezorger is van de strop, de elektrische stoel of de dodelijke injectie. Dat heeft hem niet belet jarenlang met de grootste wetenschappelijke ernst te speuren naar de wortels van de doodstraf in binnen- en buitenland. Hij maakte er naam mee als een van Amerika's meest vooraanstaande kenners van de dood uit naam van de gemeenschap.

Deze meest ingrijpende van alle straffen werd in 1972 door het Supreme Court voor heel Amerika buiten werking gesteld en vier jaar later weer vrijgegeven, terwijl de meeste ontwikkelde democratieën afscheid namen van de doodstraf, of dat hadden gedaan. Sinds 1980 is het aantal ter dood veroordelingen in de VS flink opgelopen. `Death row' wordt voller en voller: op dit moment wachten 3692 veroordeelden op executie. Bij het huidige tempo van terechtstellingen betekent dat een `werkvoorraad' van vijftig jaar.

De publieke opinie over de doodstraf is `ingewikkeld en ambivalent' schrijft Zimring. Weliswaar is tweederde van Amerikanen vóór de dood als straf voor moord, maar de gemiddelde burger heeft niet veel fiducie in het systeem dat bepaalt wie er voor in aanmerking komt. In de jaren vijftig brokkelde de steun voor de doodstraf af. Het dieptepunt werd bereikt in 1966, toen nog maar 42 procent voorstander was. Sindsdien is het percentage dat de straf steunt gestaag opgelopen, tot 80 procent in 1994. Dat was voorlopig het hoogtepunt. Nu beweegt de aanhang zich ergens in de zestig-procentszone. Die steun zou geen bezwaar hoeven te zijn om de doodstraf af te schaffen, zegt Zimring. In Groot-Brittannië was 82 procent vóór toen de straf daar werd afgeschaft in 1965. In meer Europese landen gaf het volk zich schoorvoetend gewonnen nadat de elite had besloten dat het uit moest zijn met de galg.

De Amerikaanse politieke elite durft het voorlopig niet aan. President Bush was als gouverneur van Texas een verklaard voorstander. Als presidentskandidaat was hij behoedzaam voor. De meeste Democratische presidentskandidaten lijken weinig hartstochtelijk in hun steun voor de doodstraf, maar menen hun politieke kansen te ruïneren als zij zich vierkant tégen verklaren. Zoals ze ook moeite hebben de wapenlobby te weerstaan.

Opmerkelijk is dat de steun voor de doodstraf in Amerika betrekkelijk gelijk is verdeeld over het hele land. Daadwerkelijke toepassing is geconcentreerd in het zuiden (81 procent), tien procent komt voor rekening van het Middenwesten, zes procent van het Westen, en in het Noord-Oosten is de praktijk vrijwel afwezig (1 procent). Een ruime meerderheid ziet als belangrijkste motief het voorkomen dat een moordenaar in herhaling vervalt, maar bijna evenveel Amerikanen vinden het een probleem dat onschuldigen ter dood gebracht worden. Krap de helft zou eigenlijk wel een moratorium steunen, als het werd voorgesteld. Gemengde gevoelens beschrijven de toestand het beste.

,,Die tweeslachtigheid blijkt uit het debat over de doodstraf in Amerika dat nu permanent is geworden'', zegt Zimring. ,,Morele argumenten, die in Europa de boventoon voeren, worden daarbij stelselmatig vermeden. Opeens heeft iedereen het over de kosten van de doodstraf. Nu, dat is een makkelijke: advocaten zijn duurder dan gevangenbewaarders, zelfs in Californië waar we de cipiers enorme salarissen betalen.'' De discussie wordt volgens hem fundamenteler zodra de mogelijke onschuld van ter dood veroordeelden in het geding is. ,,De huidige nadruk op onschuld is een bewijs van de willekeur van de doodstraf. Zelfs voorstanders weten dat je de staat er niet veiliger door maakt. Tijdens de presidentiële debatten van 2000 kwam kandidaat Bush tot de uitspraak dat `één ten onrechte geëxecuteerde er al één te veel is'. Als je dát zegt en je kijkt met droge ogen naar het Amerikaanse strafrechtelijke systeem en de soms lachwekkende omstandigheden waaronder de doodstraf wordt toegekend, dan is het debat beslist.''

Volgens Zimring zouden overtuigde voorstanders van de doodstraf onverschillig moeten staan tegenover de executie van één enkele onschuldige. Zij zouden die kunnen afdoen als `een tragische onvermijdelijkheid in het belang van de openbare veiligheid'. Een offer om te zorgen dat er minder wordt gemoord en gekidnapt. Maar dat zegt vrijwel niemand. Men verandert liever het onderwerp van het debat, zegt Zimring. ,,De mate waarin Amerikanen bezig zijn met de onschuld van ter dood veroordeelden, is een sterke aanwijzing dat een bredere doorsnee van het Amerikaanse publiek moeite heeft met de doodstraf. Vandaar dat we ons afvragen of de geruststellende en moraliserende effecten van executies opwegen tegen de kosten. De hypergevoeligheid voor de kans op een onschuldige geëxecuteerde is een direct gevolg van het het afgenomen geloof dat deze straf absoluut noodzakelijk is ter bescherming van de samenleving. Dat is een fatale concessie. Iedere straf die zo extreem is en die zo algemeen wordt gezien als overbodig, bevindt zich in blessuretijd.''

Zimring constateert dat de doodstraf in de Amerikaanse discussie terecht is gekomen in de categorie `vermijdbare dood'. Zoals een dood door verdrukking bij een optocht of een voetbalwedstrijd. ,,Als dat waar is, hebben we het over een politiek die ten dode is opgeschreven.'' Wanneer het zo ver is, kan hij niet voorspellen, maar Zimring denkt dat het eerder over vijftien dan over vijftig jaar zal zijn. Afschaffing zal van het Hooggerechtshof moeten komen, denkt hij. Toekenning en uitvoering van de doodstraf is zo gedecentraliseerd over de staten, dat het Congres niet veel meer kan doen dan de doodstraf voor federale misdaden afschaffen. Of het Hooggerechtshof het gebruik van de doodstraf inderdaad onmogelijk maakt, zal afhangen van de vraag hoe lang het duurt voordat er weer een gematigd Hooggerechtshof is dat de gemiddelde opvattingen van de juridische beroepsgroep weerspiegelt.

Tot die tijd verwacht Zimring een langzame afbrokkeling van de politieke steun voor de doodstraf, ook in de staten die er het meest mee werken. Zes staten voeren tweederde van de executies uit. Staten als Oklahoma en Missouri (de thuisstaat van minister van justitie Ashcroft) zullen niet snel zo ver zijn, Texas wellicht nog eerder, voorziet Zimring. Het Hooggerechtshof in Washington zal waarschijnlijk eerst procedurele drempels opwerpen. ,,Als we bijvoorbeeld minimum-eisen aan het niveau van de rechtsbijstand stellen in zaken waarop de doodstraf staat, dan zou dat al enorme effecten hebben op het aantal executies. Dat zal geen verschil maken in Californië [waar tussen 1995 en 2000 maar zes executies werden voltrokken op een `death row'-bevolking van 386 eind 1995], maar in staten als Virginia en Texas des te meer. Verreweg de meeste executies vinden plaats in staten waar beroepseisen voor pro deo advocaten ontbreken. Door uniforme eisen te stellen aan de rechtsbijstand is de doodstraf al bijna tot uitsterven te brengen.''

Voor het zover is verwacht Zimring toenemende druk van Europa. Dat heeft enig effect. Rechters gaan naar congressen in Europa, hun kinderen gaan er studeren en Europese studenten komen naar Amerikaanse universiteiten. ,,In het midden van de negentiende eeuw kwamen Britse zendelingen deze kant op om ons het ware geloof bij te brengen, een eeuw later gaven zij ons onderricht tegen rassenscheiding. In de huidige open wereld is de dialoog veel intenser. Wij hebben geen handel nodig, zoals de Russen of de Oekraïners, maar wij hebben wel euro's nodig om onze tekorten vol te houden. Druk heeft altijd effect, hoeveel zal verschillend zijn.''

In zijn boek onderzoekt Zimring uitvoerig het eind van de doodstraf in diverse Europese landen. Nederland en de Scandinavische landen waren er vroeg bij, al bracht Nederland na de Tweede Wereldoorlog nog enkele oorlogsmisdadigers ter dood. Italië was vroeg met afschaffen (1889) maar voerde de straf in 1926 tijdelijk weer in. Duitsland had direct na de oorlog genoeg van de staatsdood. In landen waar de afschaffing recenter is, zoals Groot-Brittannië (1965) en Frankrijk (1981), constateert hij dat een linkse regering verantwoordelijk was voor het besluit de doodstraf te schrappen en een opvolgende rechtse regering de klok niet terugdraaide.

Het debat was in Europa meestal technisch en niet emotioneel. Pas later kwam aan de oppervlakte wat het debat al die tijd stilletjes had gedomineerd: de ervaring met het nazisme en andere totalitaire regimes. ,,Het was voor de Britse Lord Chancellor niet zo prettig geweest als men zijn werk had ingedeeld in dezelfde categorie als die regimes, die de doodstraf met zoveel inzet hadden gepraktiseerd. Dus dat hield men maar buiten de discussie.''

In zijn boek noteert Zimring dat Stalin en Hitler andere dictators als Mussolini, Franco en Salazar ver achter zich lieten in de toepassing van de doodstraf. Maar hun gezamenlijke erfenis heeft volgens hem de heftigheid bepaald waarmee later het mensenrechtenargument tegen de doodstraf in de strijd is geworpen. Die lading heeft er ook voor gezorgd dat deze zending nu over de hele wereld wordt uitgedragen, vooral in Amerika waar men anders zou verwachten.

Zimring wijst op een wijdverbreid misverstand dat de doodstraf een algemeen Amerikaans verschijnsel is. Het is waar dat nationale politici er een standpunt over moeten hebben, maar het gaat om een praktijk die goeddeels is beperkt tot een handvol staten, die – met uitzondering van het geografische grensgeval Missouri – in het zuiden liggen. De staten die nu nog actief executeren hebben daar lange ervaring mee. Er zijn geen staten die, na aanvankelijke afschaffing, weer aan het executeren zijn geslagen.

,,Je zou verwachten dat men in die actieve doodstraf-staten het executeren van van veroordeelden een bekroning van een nobele procedure zou vinden, een moreel hoogtepunt'', zegt Zimring. ,,Maar daar blijkt niets van. Er is geen morele harde kern in het Amerikaanse enthousiasme voor de doodstraf. De enige poging daartoe heeft men gevonden in de rechten van de slachtoffers. Het echte onderwerp is geworden om wie je méér geeft: om de slachtoffers of de daders. Een soort particuliere competitie, met de staat als scheidsrechter. Dat betekent een volstrekt nieuwe politieke geschiedenis van straftoewijzing.''

Zimring komt tot de conclusie dat Amerika de doodstraf zo eigenlijk opnieuw heeft uitgevonden. ,,Een bizarre doctrine is voorzien van een gloednieuwe rechtvaardiging. Het gaat nu vooral om closure, `rouwverwerking en afronding' voor de nabestaanden. Ook al gaat er gemiddeld vijftien jaar voorbij tussen veroordeling en executie.''

Bijna grimmig wordt de wetenschapper Zimring als hij de heruitvinding van de doodstraf beschrijft. De executie van Timothy McVeigh (2001), de terrorist die een federaal gebouw in Oklahomoa City opblies, leek een modelzaak te worden, tot op het laatste moment bleek dat drieduizend documenten waren zoekgeraakt, die de verdediging niet kon lezen in de toegemeten zes weken. ,,Maar minister van Justitie Ashcroft wilde geen verder uitstel geven: de noodzaak om tot een afronding te komen van het leed van de slachtoffers stond dat volgens hem niet toe. Als één zaak een schoolvoorbeeld had kunnen zijn van de gerechtvaardigde doodstraf, dan was deze het wel: het ging om een blanke verdachte, die een goede advocaat kon betalen, hij had een federaal gebouw opgeblazen uit protest tegen beleid van de federale overheid en hij vermoordde daarbij tientallen federale ambtenaren. Als je ooit een politiek misdrijf had dat de doodstraf als geëigende sanctie van de overheid kon rechtvaardigen, dan was het dit wel. Maar nee, het werd een slachtoffer-opvangproject. Closure for the victims – een begrip van epische vaagheid – ging boven een ordelijk proces én een inhoudelijke verdediging van de doodstraf.''

Zelfs het middel waarmee de dood wordt verleend, ofwel `geadministreerd', wordt steeds meer zo gekozen dat het geweten van de Amerikaan zo min mogelijk wordt belast, constateert Zimring. ,,Sommige staten schrijven ultrasnel werkende barbituraten voor. Wij gooien de terdoodveroordeelde eerst vol met valium. Dat zouden ze beter acht jaar eerder kunnen doen want `death row' is een behoorlijk stressvolle omgeving. We maken de hele procedure steeds aangenamer en schoner, opdat het vooral niet lijkt op wat het is.''

De zorgen van Zimring gaan nog verder: de enkele staten waar de doodstraf het meest wordt toegepast blijken precies de staten te zijn met een lange traditie van vigilantisme, een diep ingesleten gewoonte het recht in eigen hand te nemen, met de lynch mob als uiterste vorm van berechting door het volk. Die staten (onder meer Alabama, Arkansas, Florida, Texas, Georgia, Louisiana, Virginia) zijn ook staten waar het wantrouwen tegen de overheid het grootst is. Zimring stelde in zijn onderzoek vast dat gehechtheid na de doodstraf daar niet mee in strijd is, in tegendeel. Men ziet de ten uitvoerlegging van en doodstraf meer als het voltrekken van de volkswil dan als een overheidsdaad. ,,Inwoners van die staten hebben het gevoel dat de doodstraf een deel is van hun geschiedenis. Ze worden daarbij geholpen door de hoogst opmerkelijke herdefiniëring door politici van de doodstraf als een soort gemeenschapsproces – alles om de families van geweldslachtoffers een beter gevoel te geven. De aantrekkingskracht van de doodstraf in die staten wordt voor een deel door traditie gevoed, deels door een bewust opgezette propagandacampagne.''

De weerstand tegen afschaffing zal daarom in die staten taai zijn, verwacht Zimring. Hij is met name beducht voor de bredere gevolgen van de vigilante traditie. ,,Lynchen komt niet terug, maar vigilantisme is een aanslag op het recht op een eerlijk proces. Het gaat nu om de hegemonie van het recht in de 21ste eeuw.''

Franklin Zimring: The Contradictions of American Capital Punishment. Oxford University Press, 258 blz. €29,99