De dood is een vergaller

Veel verhalen in Mensje van Keulens nieuwe bundel `Het andere gezicht' gaan over angst. ,,Ik laat in het midden hoe het afloopt – er kan nog van alles gebeuren.''

Hartelijk, is het woord dat me te binnenschiet, als ik Mensje van Keulen observeer terwijl ze met thee en lekkernijen heen en weer loopt tussen haar keuken en de stadstuin. Een Japanse kers staat in volle glorie te bloeien, zangvogels brengen hun aria's ten gehore en de onwaarschijnlijk magere, want stokoude kater miauwt daar tussendoor luidkeels om voer en wordt op zijn wenken bediend. Hartelijk is ze en mooi, met nog altijd die wilde donkere krullen en dromerige ogen. Ze woont schitterend, in een huis aan een slaperig hofje in Amsterdam-Zuid. De kamers hangen vol met werk van bevriende kunstenaars. Zelf heeft ze ook geschilderd, zowel in Den Haag als in Londen volgde ze de kunstacademie, maar haar eigen scheppingen zijn nergens te bekennen. ,,Mijn schilderijen verstopte ik thuis al in de kast en hier liggen ze in de kelder. Ik wil ze niet om me heen hebben.''

Ze verlangt nog wel eens naar schilderen, misschien gaat ze het ook weer doen als ze `heel oud' is, maar ze vond dat ze moest kiezen tussen schilderen en schrijven. ,,Schilderen was heerlijk omdat het iets aards heeft. En je kunt er muziek bij hebben, bij schrijven niet, dus eigenlijk begrijp ik niet waarom ik voor schrijven heb gekozen.''

Zo stuiten we direct op een wezenskenmerk van Mensje van Keulen, in 1946 in Den Haag geboren als Mensje Francina van der Steen: ze kan moeilijk kiezen. ,,Zelfs als ik in de supermarkt sta, aarzel ik welke bak tomaten of druiven ik moet pakken.'' Misschien dat dit eeuwige geaarzel het schrijven voor haar soms tot een kwelling maakt. Aan haar boeken, aus einem Guss geschreven lijkt het, zie je het niet af, maar ze werkt jaren aan haar romans en verhalen. Ze schrapt, schift en slijpt en blijft tot op het laatste moment onzeker. ,,Schrijven blijft een kwelling, ja, dat wordt met de jaren niet minder, maar erger. Iedere keer weer zie ik er tegenop, maar op een gegeven moment zit ik er toch weer middenin en voltrekt het zich. Als ik niet aan het werk ben, vind ik het leven al snel leeg.''

Tijdens het schrijven laat ze niemand iets lezen. Pas als ze een boek heeft ingeleverd, valt de spanning enigszins van haar af. Na enige aarzeling wil ze wel kwijt dat ze blij is met haar nieuwe boek, Het andere gezicht. ,,Ik heb het geklaard, daar gaat het om. Mijn uitgever Emile Brugman is altijd heel voorzichtig, maar aan zijn reactie merkte ik: het is gelukt.''

De uitgever is niet de enige die tevreden is. Het boek is juichend ontvangen. Het gonst rond dat Mensje van Keulen `helemaal terug' is. Onzin natuurlijk, want sinds ze in 1972 debuteerde met de roman Bleekers zomer is ze nooit weggeweest. Behalve succesvolle romans publiceerde ze geliefde kinderboeken en treedt ze regelmatig op tijdens literaire manifestaties met lezingen en voordracht uit eigen werk. Met `Mensje van Keulen is terug' wordt misschien bedoeld dat ze terug is als schrijfster van korte verhalen, een genre waarin ze bij uitstek excelleert. Het andere gezicht is haar eerste verhalenbundel sinds De ketting (1983).

Ze trekt een vies gezicht als ik vraag of ze geniet van de reacties. ,,Ik geniet niet zo makkelijk van iets. Geluksmomenten ken ik tijdens het schrijven, als het met een personage de kant op gaat die ik wil of als het me juist verrast.''

Werkwijze

Het heeft alles met haar aarzelende manier van werken te maken dat het zo lang geduurd heeft voor er weer een verhalenbundel kwam. ,,Zoiets moet groeien. Ik wilde het een jaar of acht geleden al, omdat ik houd van het korte verhaal. In fictie verhevig je de werkelijkheid, en in een kort verhaal doe je dat nog sterker.''

Wat Mensje van Keulen met haar verhalen beoogt is `een explosie' teweegbrengen in het hoofd van haar lezers. Daar slaagt zij in met de nieuwe bundel, vooral met het verontrustende titelverhaal over een vrouw wier gezicht is verbrand, en niet minder met het onheilspellende `De hulp'. Het is het enige verhaal dat zich afspeelt in Van Keulens geboortestad Den Haag, waar in een verdacht verpleegtehuis een relatief gezonde oude vrouw op dubieuze wijze aan haar eind komt.

,,Bijzonder is dat dit voor een deel op waarheid berust. Niet dat het iets te maken heeft met berichten over moord op rijke dames in een duur Haags verpleeghuis of met die verpleegster Lucia de B., het is geënt op een verhaal dat ik ooit van mijn moeder heb gehoord. Net als mevrouw Apon, die in `De hulp' figureert, hielp mijn moeder als werkster tot op hoge leeftijd oudere dames die ze aardig vond. Op een gegeven moment kwam ze erachter dat één van die vrouwen in een verpleeghuis terecht was gekomen, waar ze waarschijnlijk slecht behandeld werd, want ze mocht geen bezoek ontvangen. Wat daar precies achter zat, hoe het in werkelijkheid is gegaan, weet ik niet. Ik heb een nieuwe werkgeefster, Emma, bedacht voor deze werkster, om op die manier haar gedachteleven binnen te kunnen dringen. Zij vertelt het verhaal over de dood van de oude mevrouw in het verpleegtehuis aan Emma.''

Waarna je als lezer met het lugubere gevoel blijft zitten dat deze Emma niet helemaal veilig is bij mevrouw Apon, een werkster die zo voorbeeldig, zo slijmerig is dat je al meteen het gevoel krijgt dat ze misbruik van Emma zal gaan maken. ,,Het heeft iets unheimlichs'', beaamt Van Keulen. ,,Ik laat in het midden hoe het afloopt – er kan nog van alles gebeuren. Bij een goed verhaal moet het zo werken dat je over de personages kunt blijven fantaseren.''

`Het andere gezicht', over een vrouw die na een auto-ongeluk verder moet leven met een verminkt gezicht, appelleert aan wat waarschijnlijk ieders grote angst vertegenwoordigt. Te gruwelijk om je in te verdiepen. Van Keulen: ,,`Het andere gezicht' heb ik een jaar geleden geschreven. Natuurlijk gaat het over een oerangst. En dat is ook een drijfveer: waar je bang voor bent, proberen te bezweren. Van kinds af aan ben ik bang geweest voor verminking, voor het idee dat je verbrand zou raken. Iedere keer als ik iets zag op het gebied van brandwonden, gaf dat een huivering, maar op een gegeven moment wilde ik voor het verhaal meer details weten over wat er komt kijken bij de behandeling van verbrandingsslachtoffers.

,,Waarom ik van de hoofdpersoon in dat verhaal een lesbische vrouw heb gemaakt, weet ik niet. Ik zag haar zo voor me. Ik wilde bovendien dat ze weerbaar zou zijn. Het is verschrikkelijk als zoiets je overkomt, maar ik wilde dat ze het aankon, ook de angst overwon anders te moeten gaan leven. Ze durft een aantal stappen te nemen, durft uiteindelijk naar zichzelf in een spiegel te kijken, durft zelfs haar vriendin, die haar heeft bedrogen, de deur uit te zetten en dan doet ze ineens iets wonderlijks: ze kleedt zich aan en bezoekt een darkroom. Dat is iets wat ik niet van tevoren heb bedacht.''

Ze heeft ook niet van tevoren bedacht wat ze de vrouw in de darkroom zou laten doen: een kerel aftrekken en vervolgens zijn zaad diep bij zichzelf naar binnen smeren. ,,Vraag me niet waarom ze dat doet. In die darkroom wordt ze iemand anders, iemand naar wie ik kijk, maar die scène voelde ik bijna lijfelijk.''

Macht

Er staan ook luchtige, sprookjesachtige verhalen in Het andere gezicht, soms zelfs met een goede afloop, maar de grondtoon is toch wel angst. Angst voor verval, verlatenheid, eenzaamheid, ouderdom. Van Keulen sputtert even tegen: ,,Er is ook altijd een laconieke ondertoon. Ik vind het moeilijk om over een lijn of een grondtoon in mijn verhalen te praten, omdat er veel is wat ik zelf niet kan verklaren. Je hebt als schrijver een eigenaardige macht. Al gaan de personages vaak een eigen leven leiden, je kunt uiteindelijk met ze doen wat je wilt.''

Het verwijt dat haar in het verleden wel eens is gemaakt dat ze te realistisch zou schrijven en zich bezondigt aan kopieerkunst van het dagelijks leven, raakt haar niet en heeft haar ook nooit geraakt. ,,Ik heb namelijk niets tegen realisme, als het maar niet te gemakkelijk, te voor de hand liggend is en dat zijn mijn verhalen niet. Het zijn geen in de tram gehoorde gesprekken die ik opteken. Het realisme bestaat eruit dat wat ik verzin zou kunnen gebeuren. Dan kan zich ook ineens iets heel merkwaardigs voltrekken. Mijn voorkeur gaat uit naar fictie. Bij lezingen merk ik dat veel lezers juist willen dat iets waar is, maar ik hecht meer waarde aan de waarheid van fictie. Zo kijk ik ook naar andere schrijvers. Een verhaal moet door de verbeelding op zijn minst zijn aangeraakt.''

Opvallend is dat in Het andere gezicht sommige verhalen niet in de derde persoon, maar in de ikvorm zijn geschreven, terwijl Van Keulen zich ooit had voorgenomen dat nooit te doen. ,,Ik heb vroeger wel eens gezegd dat ik niet in de eerste persoon wilde schrijven, omdat het dan te persoonlijk lijkt, maar in mijn vorige romans, De rode strik en De gelukkige, ontdekte ik dat dat helemaal niet zo hoeft te zijn.''

Toch kan het geen toeval zijn dat ze in haar nieuwe bundel de ikvorm gebruikt voor `Niemandsland', een verhaal over een au pair in Londen dat duidelijk autobiografische elementen bevat. Ook Mensje van Keulen ging na haar middelbare school een jaar als kindermeisje naar Londen.

,,`Niemandsland' is het verhaal in de bundel dat ik het laatst heb geschreven. Een jaar geleden ging ik weer eens naar Londen en toen kwam dat gevoel van verlatenheid terug, van helemaal alleen zijn in zo'n vreemde stad. Het verhaal gaat over dat gevoel, maar het is niet mijn verhaal. De hoofdpersoon heeft een vieze vette kerel als stiefvader, die haar betast en voor wie ze vlucht. Dat is mij niet overkomen. Ik heb helemaal niet zo'n beroerde jeugd gehad.''

Behalve Olifanten op een web (1997), naar aanleiding van de plotselinge dood van haar moeder, heeft ze nooit autobiografisch geschreven. ,,Ik ben niet geïnteresseerd in al dat zoeken naar `eigen identiteit'. Er zijn gebieden die ik graag duister houd. Met Olifanten op een web ben ik wat dat betreft over een grens gegaan. Dingen waarover ik nooit iets heb willen zeggen, bijvoorbeeld over de manier waarop ik als kind al wilde schrijven en schilderen, schreef ik ineens op. Dat werd teweeggebracht door de schok van de dood van mijn moeder. Ik ging bijvoorbeeld naar haar huis om de voorwerpen aan te raken die zij een paar dagen daarvoor nog had aangeraakt, met het gevoel dat ik háár aanraakte. Ik zag mezelf die rare handeling uitvoeren en wilde dat ook durven opschrijven. In dat boek kon ik eindelijk ook de dood als personage opvoeren. Die vergaller die ik al van kind af aan eens een mep had willen geven.''

Angst voor de dood heeft haar al in de greep zolang ze zich kan heugen. Enkele maanden geleden, toen ze voor een zware operatie stond die niet zonder risico's was, is ze, hierdoor gedreven, haar eerste dagboeken, waarmee ze in 1976 begon, op diskette gaan zetten. ,,Ik dacht: ik wil niet dat iemand dit gejeremieer zo vindt. Ik ontleen er geen ideeën aan voor mijn boeken. Het verhaal van mijn moeder over dat verpleeghuis heb ik niet eens in mijn dagboek opgezocht. Fictieschrijven is een ander proces dan klakkeloos iets noteren in een dagboek. Ik weet nog helemaal niet wat ik met die dagboeken zal gaan doen. Of ik ze ooit zal publiceren? Misschien, ik wil eerst meer uittikken.''

Schaamte

Ze is niet geneigd veel over zichzelf te vertellen, het meeste is trouwens wel bekend uit Olifanten op een web. Daarin schrijft ze over haar Haagse jeugd. Later verhuisde ze naar Amsterdam. Ze trouwde met de man wiens achternaam ze nog steeds draagt en van wie ze op haar 32ste een zoon kreeg. Inmiddels woont ze alweer jaren samen met haar vriend. Haar weinig gebruikelijke voornaam Mensje – waarvoor ze zich als kind een beetje schaamde – erfde ze van haar grootmoeder. ,,Thuis en op school werd ik altijd bij mijn roepnaam, Mennie, genoemd, en voor familie en vrienden heet ik nog steeds zo. Als ik in Duitsland bij een lezing vertel dat ik Menschlein von Köln heet vinden ze dat komisch.''

Mij intrigeert het dat iemand die zo is geïnteresseerd in haar personages, zich zo in hen weet verplaatsen, zich nauwelijks lijkt te verdiepen in zichzelf. Of is dat maar schijn en verdiept ze zich in zichzelf via haar personages?

,,Wie weet. Ach, dat zal wel. Als ze ervan langs krijgen in recensies, trek ik me dat aan. Mijn roman Engelbert heeft een paar meedogenloze recensies gekregen. Toen had ik het gevoel dat ik bloedde voor die mensen in dat boek. Een vreemde wisselwerking: ik was om hen in tranen, maar natuurlijk was ik dat ook om mezelf, het viel samen. Wat is dat, waar komt dat vandaan? Daar zal een echt slimme psychiater misschien het antwoord op weten.''

Vooralsnog krijgt zo'n psychiater bij Mensje van Keulen geen schijn van kans. ,,Betalen voor een beetje zogenaamde zelfkennis. Ik hecht daar weinig geloof aan.'' Het ziet er ook niet naar uit dat ze op hulp zit te wachten. Schrijven mag dan een kwelling zijn, zeker sinds ze dat zonder whisky en nicotine doet, ze zal er tot haar laatste snik mee doorgaan. Met haar zachte, melodieuze stem zegt ze: ,,Ik heb een aantal ideeën en notities. Wat ik ermee ga doen – ik weet het echt niet. Misschien weer een roman. Ik hoop dat de muze me welgevallig is.''

`Het andere gezicht' is verschenen bij Uitgeverij Atlas. Gebonden, 169 pag. €16,50.