Belgen blijven kannibalen

Hoe komt het dat Congolezen nog steeds geloven dat de Belgische kolonisten kannibalen waren, die uit waren op het vlees van hun kinderen? Wellicht ging het oorspronkelijk om een aansprekend beeld voor de dodende onderdrukking door de kolonisatoren. Vergelijk het met wat Thomas More iemand laat zeggen aan het begin van de Utopia, namelijk dat de Engelse schapen sinds enige tijd mensen verslinden.

Anders dan bij More werd de beeldspraak van de Congolezen een echte mythe. Velen gingen geloven dat de Belgen waarachtig mensen verslonden. Grappig is het wel, want meestal werd het omgekeerde beweerd: Europeanen die elkaar vertellen dat de `zwartjes' kannibalen waren. Bovendien lijkt die mythe in strijd met nog iets anders wat Belgen vaak horen en graag horen. Namelijk dat Congolezen wel eens aan Belgen vragen wanneer de onafhankelijkheid nu eindelijk is afgelopen en de Belgen terugkeren. Hoe je dergelijke berichten met elkaar moet rijmen probeert de antropologe Bambi Ceuppens uit te leggen in Onze Congo?

Haar boek gaat uit van het collectieve geheugen. Bronnen zijn er genoeg. Mondelinge herinneringen van Congolezen over de kolonisatie zijn in tal van boeken opgetekend. De antropologie weet dat het collectieve geheugen selectief werkt. Volgens Ceuppens is die selectie niet gebaseerd op wat men wél en níet wil onthouden van dat verleden, maar op wat relevant is voor het heden. Nostalgische uitlatingen van Congolezen moet men dus vooral lezen als een commentaar op de miserabele toestand waarin Congo nu verkeert. De contradictie tussen bepaalde uitspraken, zegt de schrijfster, is zuiver aan de context gebonden. Van een haat-liefdeverhouding met de vroegere kolonisator is geen sprake. De Congolezen hebben echt geen heimwee naar le temps des oncles, alsof ze de Belgen zouden erkennen als hun natuurlijke meerderen.

Ceuppens formuleert haar conclusies zeer zorgvuldig. Bijna voortdurend verkeert ze in discussie met andere antropologen of Congowatchers. Dat doet ze in een bondige en heldere taal. Zij gaat ervan uit dat het collectieve geheugen in Congo niet anders werkt dan elders. Om dat te verduidelijken vergelijkt ze het met dat van de Belgen, het belangrijkste deel van haar lezerspubliek. Ze haalt daarvoor haar informatie uit interviews met ex-kolonisten en dat levert boeiende vraagstukken op: waarom krijgen ex-kolonisten tranen in hun ogen als ze het hebben over `onze Congo' en zijn bewoners, terwijl ze tijdens de kolonisatie met hun zwarte medemens in een strikte apartheid leefden? Of met hoeveel recht glimlachen westerlingen om de primitieve complottheorieën over blank kannibalisme, terwijl in België zelfs kwaliteitskranten, in de ban van de Dutroux-affaire, hebben geloofd dat met name politici zich in kasteelparken vermaakten met satanische jachtpartijen op mensenkinderen. Blijkbaar is er niet zo'n groot verschil in de manier waarop Afrikanen en Europeanen hun onbehagen uitdrukken in kwesties van onmacht.

Bambi Ceuppens: Onze Congo? Congolezen over de kolonisatie. Davidsfonds, 112 blz. €9,95