Banksaldo, aandelen, uitkering, alle gegevens zijn te koop

Zo'n honderd informatiemakelaars verzamelen gegevens over nietsvermoedende burgers. Talloze instanties leveren de vertrouwelijke informatie.

In de zomer van 2002 meldt zich een man bij het College bescherming persoonsgegevens, de voormalige Registratiekamer, die zetelt op bovenste etages van het Paleis van Justitie in Den Haag. Hij heeft een dossier bij zich waarin hij allerlei informatie over zichzelf heeft aangetroffen. Per ongeluk in handen gekregen, zo heet het in de officiële stukken die later over de zaak zullen verschijnen.

In het dossier staat allerlei persoonlijke informatie over de man. Zijn sofinummer staat erin. Maar ook het merk en het type auto waarin hij rijdt, inclusief de kleur. Dat was nog tot daaraan toe, maar het dossier ging verder: zijn banksaldi bij verschillende banken stonden erin, zijn aandelenbezit, er waren gegevens afkomstig van een aantal uitkeringsinstellingen. Uit het dossier maakte de man bovendien op dat hij was geobserveerd.

Bij nadere bestudering bleek het dossier een zogenoemde verhaalsrapportage te zijn, opgesteld door medewerkers van een handelsinformatiebureau uit de regio Haaglanden in opdracht van een financiële instelling die meer wilde weten over de financiële positie van de betrokkene. Dat komt vaker voor, zegt de voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens (CBP), mr. P.J. Hustinx. Hij noemt als voorbeeld een bank, een verzekeraar, een advocaat of een deurwaarder die ,,wil weten of iemand zijn schulden nog wel kan afbetalen, of op welke rekeningen ze eventueel beslag kunnen leggen''. Maar financiële instellingen horen die informatie over hun cliënten niet te geven, zegt Hustinx, ,,dus wordt het uitbesteed'' aan een handelsinformatiebureau. ,,Als een advocaat een cliënt heeft die op het punt staat een deal te sluiten met een ander, dan wordt vaak gezegd: trek eens even wat inlichtingen na over die partij. Kan ik ze vertrouwen, met wie gaan ze om, zijn er strafrechtelijke feiten bekend? Dat soort vragen kon dat bureau beantwoorden.''

Maar zo bont als dit hadden de naar schatting honderd Nederlandse handelsinformatiebureaus of informatiemakelaars het nog niet gemaakt, zo bleek uit het onderzoek dat in juli vorig jaar begon. Het CBP bereidde in samenwerking met het Bureau Recherche Expertise Haaglanden en het Nederlands Forensisch Instituut een inval voor bij de vestiging van de informatiemakelaar, waarvan de naam zowel door het CBP als door het openbaar ministerie geheim wordt gehouden. Het handelsinformatiebureau werd in 1996 opgericht. Bij het ,,onaangekondigde bezoek'', op 3 september vorig jaar, namen de onderzoekers vele duizenden documenten mee, waaronder verhaalsrapportages, telefoonlijsten en brieven met offertes.

De rapportages bevatten tal van gedetailleerde gegevens, zo bleek uit het onderzoek. ,,De heer [..] heeft van 1 september 1999 tot 1 mei 2002 een WAO-uitkering van Cadans ontvangen. De uitkering werd verstrekt onder registratienummer [..] Zijn sofinummer is [..] De uitkering bedroeg laatstelijk 791,05 euro netto per maand. Cadans heeft de WAO-uitkering op laatstgenoemde datum beëindigd omdat men de man minder dan 15% arbeidsongeschikt acht. Verder is bekend geworden dat aangevraagde om een herkeuring heeft verzocht die zeer waarschijnlijk eind mei zal plaatsvinden.''

De informatiemakelaar bediende zich soms van ,,listige'' methoden om de informatie te vergaren, zegt CBP-voorzitter Hustinx, waarbij in strijd met het wetboek van strafrecht is gehandeld. Zo bellen medewerkers van het bureau met valse namen en onder valse voorwendselen op om gegevens te verzamelen. Daarnaast blijkt het bureau gebruik te maken van contactpersonen bij de instanties waarvan zij de informatie kregen. In veel gevallen is daarbij sprake van schending van het ambts- of beroepsgeheim.

Op die manier wint de informatiemakelaar ,,routinematig niet-openbare informatie'' in bij ,,justitiële bronnen'' en bij de belastingdienst, aldus het CBP. Bovendien bleek een waaier van instanties, variërend van banken tot verzekeringsmaatschappijen, van sociale diensten tot zorgverzekeraars toegankelijk voor het bureau. In feite, concludeert het CBP, zijn er ,,geen instanties'' waar ,,dit bureau geen informatie kon krijgen''.

In een brochure bestemd voor cliënten stelde het bureau in het vooruitzicht: ,,Bovendien wordt bij de grote banken onderzoek verricht naar rekeningen ten name van de debiteur. Dit kunnen zowel betaalrekeningen als spaarrekeningen en effectenportefeuilles zijn.'' Om vast te kunnen stellen of ,,beslag enig soelaas zal bieden, wordt melding gemaakt van de stand op de betreffende bankrekeningen'', aldus de brochure. De onderzochte personen werden niet op de hoogte gesteld van de onderzoek.

Bovendien is gebleken dat de gegevens die het bureau verzamelde, nooit zijn vernietigd, ondanks een verzoek hiertoe van het CBP – en ondanks een toezegging van de makelaar om dat te doen.

Hustinx noemt de manier van werken van het bureau ,,schokkend'' vanwege de bewuste schending van de privacy van nietsvermoedende burgers. Daarnaast vindt hij het op zijn minst opmerkelijk dat bij zoveel instanties blijkbaar werknemers en ambtenaren zitten die bereid zijn in strijd met de regels vertrouwelijke gegevens te verstrekken. ,,Al die instanties hebben hun eigen integriteitsbeleid'', zegt Hustinx. ,,We hebben ze allemaal van deze zaak op de hoogte gebracht, inclusief de betrokken ministers, in de hoop dat er maatregelen worden genomen om te voorkomen dat dit weer kan gebeuren.''

Ook plaatst Hustinx vraagtekens bij de opdrachtgevers van een handelsinformatiebureau. ,,Advocaten, banken, recherchebureaus, verzekeraars, incassobureaus en deurwaarders horen te weten dat ze zo'n bureau vragen gegevens te verzamelen die alleen beschikbaar zijn via onrechtmatige wegen, uitlokking, corruptie. Die opdrachten zijn ook niet kosjer – zij kunnen onder omstandigheden onder crimineel gedrag vallen.''