Tussen praktijk en principe

WASHINGTON maakt haast met het op poten zetten van een nieuw interim-bestuur in Irak en de gelijktijdige vorming van een internationale troepenmacht. Die laatste moet toezien op de bevordering van vrede, veiligheid en stabiliteit in het door dictatuur, oorlog en anarchie getroffen land. Het ziet ernaar uit dat de vredesmacht onder Amerikaanse druk zal worden gevormd door landen die zich in de Irak-crisis achter de VS hebben opgesteld. Nederland behoort tot deze `coalitie van bereidwilligen' en is met enige bedenkingen bereid om militairen voor Irak te leveren, zoals het dat eerder deed voor de vorming van de internationale veiligheidsmacht in Afghanistan. Er is echter een verschil: de Afghaanse missie kreeg de unanieme zegen van de Verenigde Naties.

Het is op dit moment onwaarschijnlijk dat de vredesmacht voor Irak het door veel landen – ook Nederland – gewenste VN-keurmerk zal dragen. Aanhangers van de harde lijn in Washington vinden dat helemaal niet nodig. Zonder in detail te treden zei president Bush dat voor de VN in Irak ,,een essentiële rol'' is weggelegd. Dit klinkt veelbelovender dan het is. Bush gebruikte het onbepaalde lidwoord, daarmee naar twee kanten ruimte scheppend. Gelet op alle geruzie in de aanloopfase van de oorlog, zullen de VN genoegen moeten nemen met een ondergeschikte rol in Irak – hoe betreurenswaardig op zichzelf ook. Want de volkerenorganisatie is inderdaad essentieel in de wederopbouw van het land. Alleen zij geeft de voorbereidingen op de politieke toekomst van de Irakezen de benodigde legitimiteit. Niemand kan echter de ogen sluiten voor de `nieuwe realiteiten' van de wereldpolitiek. De VS zijn unilateraal de strijd in Irak aangegaan, hebben die gewonnen en zijn niet van plan zich nu veel van de VN aan te trekken. Landen als Nederland, die een bijdrage aan de troepenmacht voor Irak willen leveren, zullen er dus rekening mee moeten houden dat de VN hier niet zo prominent aanwezig zijn als in Afghanistan. VN-chef Kofi Annan zei zelf onlangs al dat de verwachtingen niet te hooggespannen mogen zijn.

Betekent dit dat een VN-mandaat voor de vredesmacht in Irak bij voorbaat is uitgesloten? De wonderen zijn de wereld niet uit, maar de kans erop lijkt klein. De Amerikanen trekken hun eigen plan, getuige ook het eenzijdig opschorten door president Bush van de VN-sancties tegen Irak. Aangezien het voorlopig ook niet waarschijnlijk is dat de troepen in Irak onder het vaandel van die andere landenorganisatie zullen werken, de NAVO, zijn het bevriende staten die de vredeshandhaving van enige `multinationaliteit' moeten voorzien.

VIJF NEDERLANDSE `verkenners' gaan binnenkort naar Irak om de mogelijkheid van een bijdrage aan de internationale troepenmacht te onderzoeken. Er zou al bepaald zijn welk onderdeel en hoeveel manschappen naar Irak vertrekken: zeshonderd mariniers die in Zuid-Irak met de Britten moeten samenwerken. Zo werkt het kennelijk in de praktijk. Maar dit is koren op de molen van degenen die menen dat het debat en de besluitvorming over zoiets belangrijks als het sturen van troepen naar (voormalig) oorlogsgebied `aangroeiend' en fragmentarisch is. Een integrale afweging is inderdaad meer dan gewenst. Temeer daar het grondwetsartikel waarin staat dat de regering de internationale rechtsorde bevordert geen dode letter is.

Nederland steunde de oorlog politiek, maar niet militair. In Washington is die voor binnenlands gebruik toegevoegde nuancering verloren gegaan. Nederland hoorde bij het pro-oorlog kamp, al was er geen VN-resolutie die de strijd goedkeurde. De regering heeft eerder aangegeven voorkeur te hebben voor een VN-mandaat van de vredesmacht in Irak. Terecht. Om principiële reden is daar alles voor te zeggen. Kabinet en Kamer kunnen nu laten zien waar ze staan; er valt een duidelijke keus te maken tussen praktijk en principe. Àls Nederlandse mariniers in Irak worden ingezet, dan alleen onder VN-vlag.