Strenge regels chemische stoffen in EU

De Europese Commissie wil alle chemische stoffen onderwerpen aan regels voor registratie, beoordeling en toelating. De bewijslast dat een stof ongevaarlijk is, verschuift van de overheid naar het bedrijfsleven.

De Europese Commissarissen Margot Wallström (Milieu) en Erkki Liikanen (Bedrijven) hebben gisteren dit ingrijpende en omstreden hervormingsplan gepresenteerd, dat in elf jaar volledig moet zijn doorgevoerd. ,,De Europese Unie produceert per jaar 400 miljoen ton chemische stoffen en van slechts drie procent zijn de details bekend'', zei Commissaris Wallström. Volgens de huidige regelgeving gelden alleen informatie-eisen voor nieuwe chemicaliën, die na 1981 op de markt kwamen. De Europese Commissie trekt acht weken uit voor consultatie van belanghebbenden, waarna een definitief voorstel volgt.

De chemische industrie is uiterst kritisch. ,,Dit kost de industrie tientallen miljarden euro's en een groot aantal proefdieren gedurende vele jaren om alle tests te doen'', aldus directeur P. Noordervliet van de Nederlandse sectororganisatie VNCI. Hij pleit voor een in Nederland gebruikelijke 'snelle scan' op bepaalde risicostoffen. De Europese Commissie denkt dat alleen de tests ruim 3 miljard euro kosten, maar de industrie rekent op hoge indirecte kosten van het goedkeuringssysteem. Milieu-organisaties zijn kritisch, onder meer omdat de verplichting ontbreekt minder risicovolle vervangende stoffen te gebruiken. Het plan kan ook tot een nieuw handelsconflict met de VS leiden. Amerikaanse autoriteiten wezen gisteren op de handelsbelemmerende effecten van de nieuwe regels, die van toepassing zijn op zowel producenten als importeurs.

De Commissie denkt dat in de praktijk bij circa 80 procent van alle stoffen kan worden volstaan met registratie. Dat komt omdat de regels minder streng zijn voor stoffen waarvan het minder waarschijnlijk is dat mens en milieu eraan worden blootgesteld en voor stoffen die bedrijven in geringere hoeveelheden produceren. Ook kan eventueel worden volstaan met al beschikbare informatie over een stof. Tussenproducten en polymeren, van belang voor innovatie, worden grotendeels van de registratieplicht uitgezonderd. Ook mag onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe stoffen vijf tot tien jaar zonder registratie plaatsvinden. Voor het midden- en kleinbedrijf gelden minder zware eisen. Volgens het plan komt er een nieuw `agentschap' voor chemische stoffen dat het nieuwe systeem moet laten functioneren en de Europese Commissie moet adviseren.