Shakespeare zonder verhevenheid

De Vlaamse regisseur Jan Decorte zal een toneeltekst nooit `mooi' maken of `gevoelig' spelen. Voor hem is theater geen kunstvorm om emoties als medelijden of inleving op te roepen. In tekst en spelvorm overheersen kille distantie en een beredeneerde zakelijkheid. Al enkele decennia maakt hij theater waarin de personages vaak knullige typetjes zijn. Zo maakte hij recentelijk Ammlett, zijn versie van Hamlet. Bij hem zijn alle mensen klein.

Nu komt Decorte met Cannibali!, de nogal oorlogszuchtige titel voor een van Shakespeare's wonderlijkste en lichtste stukken, De Storm (The Tempest) uit 1611-'12. Het stuk begint met een schipbreuk, altijd een heerlijk theatraal gegeven om vliegende wind, klapperende zeilen en woelende golven te tonen.

Zo niet bij Decorte. Een helrood uitgelicht toneelgordijn hangt roerloos boven de speelvloer die het eiland verbeeldt, waarop de schipbreukelingen terechtkomen. Het zijn de tovenaar en ex-koning Prospero en zijn dochter Miranda. Het eiland is behekst en wordt bestierd door de luchtgeest Ariël en het aardse monster Kalibaan. Bij Decorte bestaat dit eiland uit niet meer dan een hardstenen plateau van Belgische kasseien. Ariel en Kalibaan zijn naakte actrices; de eerste glanst overal op haar lichaam van de honing, de tweede heeft zich ingesmeerd met chocola. In trage, kalm gespeelde scènes ontwikkelt zich het feeërieke verhaal.

Ontluistering van verhevenheid: dat is Decorte's dramaturgie. Een koning en hertog lopen in ondergoed. Miranda (Sigrid Vinks) draagt een wat slonzig vallend nachtgewaad en Jan Decorte zelf in de rol van Prospero gaat in een ruimvallend, grijs kostuum. Met zijn lange haren, baard en op blote voeten oogt hij als een verdwaalde hippie uit de jaren zestig. De mooiste scènes zijn die tussen Prospero en dochter Miranda; ze zijn intiem, hebben de juiste sfeer van wederzijdse aanhankelijkheid.

De titel Cannibali! moeten we overdrachtelijk begrijpen. Het monster Kalibaan wil iedereen opeten en dat is precies wat Decorte aantoont: mensen zijn gulzig naar elkanders vlees en bloed. Het is niet eenvoudig de juiste sleutels tot Decortes voorstelling te vinden. Door het gemis van elke openheid moet de toeschouwer scherp luisteren en de kleinste details interpreteren. Het rode voordoek duidt op de toneeltovenaar die Prospero is; hij is zowel de auteur als acteur die de theatrale illusie oproept die het publiek in haar ban moet houden. Het lukt Jan Decorte en zijn gezelschap niet altijd die aandacht op te eisen. Ik begrijp dat zijn langdurige zoektocht naar het minimale in theater voortkomt uit onvrede met de traditie van inleving. Het nadeel hiervan is dat hij de toeschouwer buitensluit. Wat er op dat betoverende eiland gebeurt blijft iets van ver weg. Ik word liever de voorstelling ingezogen. Want bij de magie van het theater hoort, hoe dan ook, verleidingskunst; dat kun je in een schouwburg niet zomaar aan je laars lappen. En juist verleiding hoort bij een prachtig stuk als De Storm.

Voorstelling: Cannibali! naar De Storm van Shakespeare door Het Toneelhuis, Antwerpen. Gezien: 7/5 Stadsschouwburg, Groningen. Tournee t/m 31/5. Inl.: 0049-32248844.