Oorlogskunst terug naar erfgename

De Restitutiecommissie heeft de regering geadviseerd om twee oud-Hollandse meesters terug te geven die in de Tweede Wereldoorlog aan Hitler werden verkocht en door Nederland werden teruggehaald.

Dat heeft de commissie gisteren bekendgemaakt. De erfgename van de verkoper, zijn schoondochter, die de claim heeft ingediend, moet wel een kwart van de getaxeerde waarde van de werken aan de staat betalen.

Het gaat om Portret van een man met hazewindhond van Thomas de Keyser en De slapende herbergierster van Nicolaas Maes (die overigens niet meer wordt aangemerkt als een orginele Maes). Deze stukken werden in 1941 en 1942 verkocht aan Hitler ten behoeve van het zogeheten Führer-museum dat hij wilde oprichten in zijn geboorteplaats Linz.

De verkoper was een commissionair in effecten van Oostenrijkse afkomst. Omdat hij niet behoorde tot een vervolgde bevolkingsgroep achtte de Restitutiecommissie, voorgezeten door oud-staatsraad J.M.Polak, nader onderzoek nodig of sprake was van onvrijwillig bezitsverlies. Zij leidt uit de omstandigheden af dat er sprake was van een vorm van chantage.

Aangezien de verkoper meteen na de oorlog al een verzoek tot teruggave had ingediend, heeft de Commissie-Polak ook bekeken of dit niet een afgehandelde zaak betrof. In dat geval is restitutie na zoveel jaar uitgesloten. De verkoper liet in 1949 weten dat hij de schilderijen niet wilde terugkopen. De commissie concludeert dat dit meer een kwestie was van financieel onvermogen dan afzien van restitutie. Van een afgehandelde zaak is dus geen sprake.

De commissionair had bij de verkoop wel een voor oorlogsomstandigheden ,,redelijk bedrag' ontvangen. Aangezien restitutie niet tot ongegronde verrijking mag leiden, adviseert de commissie-Polak de regering bij teruggave een bedrag te vragen aan de schoondochter. Of dat bedrag een bepaalde bestemming behoeft, laat de commissie open.

Op een discussie over cultuurgoederen en verjaring bij Christie's werd gisteren meegedeeld dat tot dusver vijftien claims zijn ingediend bij de Restitutiecommissie. Deze heeft zeven adviezen uitgebracht, vijf claims zijn in behandeling en drie zijn aangehouden.

Gerectificeerd

Oorlogskunst

In het bericht Oorlogskunst terug naar erfgename (8 mei, pagina 9) staat dat de verzoekster om teruggave van een aantal schilderijen een kwart van de getaxeerde waarde ervan aan de staat moet betalen. Dit is een onjuiste weergave van het advies van de Restitutiecommissie, die de regering aanbeveelt ,,een beëdigd taxateur de hoogte van de vergoeding te laten vaststellen aan de hand van wat de schilderijen nu zouden opbrengen als zij onderhands verkocht zouden worden, met aftrek van de provisie die men destijds moest betalen'. Voor deze aftrek gaat ze uit van 25 procent van de getaxeerde waarde.