Gestolen erfgoed

Naar aanleiding van de inbeslagname in de VS van geroofd Irakees cultureel erfgoed, roept mevrouw Van der Sman op tot ratificatie van het Unidroit-Verdrag (NRC Handelsblad, 29 april).

Dit verdrag ziet op de teruggave van gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen. Volgens mevrouw Van der Sman is Unidroit een voorbeeld van een sterk juridisch instrument. Nadere bestudering van het Unidroit-Verdrag leert echter dat het juridisch juist een zeer zwak instrument is.

Zo botst het verdrag met internationaal recht en biedt het geen ruimte tot het maken van voorbehouden. Het door mevrouw Van der Sman aangehaalde feit dat er, in geval van teruggave door een bezitter te goeder trouw, slechts beperkte schadevergoeding wordt uitgekeerd, is zeer discutabel en leidt zeker niet tot een beter teruggavenbeleid. Al met al is Unidroit te kenschetsen als een theoretisch, juridische regeling, die opvallend weinig oog heeft voor de praktijk van alledag.

Het is dan ook bijzonder spijtig dat mevrouw Van der Sman geen woord heeft gewijd aan hèt alternatief bij uitstek; de Unesco Conventie uit 1970. Genoemde zwakheden zijn in de Unesco Conventie niet aanwezig, mede dankzij het feit dat de Conventie, in tegenstelling tot Unidroit, een zekere mate van vrijheid biedt ten aanzien van de implementatie ervan in het Nederlands recht.

Daarenboven is de Unesco Conventie meer dan enkel een juridisch instrument voor teruggave. Met échte realiteitszin verplicht de Conventie landen ook tot het bieden van de broodnodige hulp, kennis en internationale samenwerking aan landen die hieraan behoefte hebben. Over deze zaken zwijgt het Unidroit-Verdrag totaal.

Illustratief is in dit verband dat slechts een paar landen, waaronder weinig belanghebbende, zich hebben aangesloten bij Unidroit, een scherp contrast met de bijna honderd die de Unesco Conventie hebben omarmd.