Europa lonkt steeds meer naar handel in broeikasgas

De Europese Unie heeft grote moeite om de voldoen aan het Kyoto-protocol over het terugdringen van broeikasgassen. Dan maar `vervuilrecht' inkopen in het buitenland.

Als Europa zijn doelstellingen voor het terugdringen van broeikasgassen nog even niet haalt, is dat goed voor het milieu.

Broeikasgassen leiden tot opwarming van de aarde en blijvende verandering van het klimaat. In Kyoto is daarom in 1997 afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen (vooral kooldioxide, CO2) terug te dringen. Maar het Kyoto-protocol treedt pas in werking als het is geratificeerd door ten minste 55 landen die samen verantwoordelijk zijn voor 55 procent van die uitstoot. Hoe moeilijker het voor Europa wordt om de Kyoto-norm te halen, hoe groter de kans dat het protocol in werking treedt.

Canada (3,3 procent van de uitstoot) was eind vorig jaar het 99ste land dat ratificeerde. De Europese Unie (24,2 procent), de meeste andere Europese landen (8,4 procent) en Japan (8,5 procent) gingen Canada al voor. Daarmee komt het uitstoot-percentage van de deelnemers op 44,4 procent. Zeker is dat de Verenigde Staten (met 36,1 procent veruit de grootste boosdoener) en Australië (2,1 procent) niet meedoen. Alle ogen zijn nu gericht op Rusland, verantwoordelijk voor 17,4 procent van de uitstoot.

Zonder Rusland geen Kyoto. Gisteren nog liet oud-minister Jan Pronk, nu VN-gezant voor milieu, weten dat hem verzekerd was dat Rusland binnen enkele weken zal ratificeren. Maar eerder spraken Russische wetenschappers hun twijfel uit over het belang van Kyoto voor het milieu en daarna becijferden Russische economen dat ratificatie op termijn slecht is voor de Russische economie. Zo speelt Rusland de gretige Europeanen en de weigerachtige Amerikanen tegen elkaar uit. En, belangrijker, zo drijft Rusland de prijs van de CO2-uitstoot (gemeten per ton) langzaam op.

Voor Rusland leek Kyoto destijds een attractief verdrag. Deelnemers krijgen het recht om een bepaalde hoeveelheid CO2 uit te stoten (gerelateerd aan de situatie in `ijkjaar' 1990). Als ze minder uitstoten, mogen ze de resterende rechten via zogeheten emissiehandel verkopen aan landen die te veel uitstoten. En Rusland zit, na de recessie van de jaren negentig waardoor veel vervuilende fabrieken moesten sluiten, met een fors overschot aan emissierechten. Amerika zou ongetwijfeld een begerige afnemer van die rechten zijn geweest. In tegenstelling tot de Europese Unie, die bij de onderhandelingen keer op keer zei emissiehandel als een afgeleide te beschouwen. De werkelijke reductie moest, vond men, komen van strenge milieumaatregelen in eigen land.

De Russen zagen de dollars al binnenstromen. Totdat president Bush roet in het eten gooide door kort na zijn aantreden Kyoto af te wijzen. Economisch niet in het belang van de VS, zei Bush. Rusland dreigde met een vrijwel waardeloos emissie-overschot te blijven zitten en zag nog maar weinig reden om Kyoto te ratificeren.

Maar nu blijkt Europa – door een groeiende mobiliteit en energieverbruik – problemen te hebben met het vinden van milieumaatregelen in eigen land. Steeds openlijker wordt gelonkt naar emissiehandel, wat de prijs opdrijft – en Kyoto voor de Russen aantrekkelijker maakt en daarmee de kans op ratificatie vergroot. En dat is, zeggen deskundigen, goed voor het milieu.

De aankoop van Russische emissierechten is voorlopig echter niets anders dan windhandel. Het levert Rusland geld op (waarmee de economie kan worden gestimuleerd, hetgeen ongetwijfeld zal leiden tot meer CO2-uitstoot), en Europa voldoet aan zijn verplichtingen zonder zelf veel te veranderen.

Toch kijken de Amerikanen met argusogen naar wat de Europeanen doen. Ze hebben het gevoel dat Europa met hún systeem aan de haal gaat. ,,Het systeem is made in America, maar de Amerikanen staan buitenspel'', zei een teleurgestelde Amerikaanse Kyoto-onderhandelaar uit de tijd van president Clinton onlangs in The New York Times. ,,Nu de Amerikanen niet langer meedoen, kunnen de Europeanen de emissiehandel domineren'', aldus Steve Drummond van CO2e.com, een Brits bedrijf voor emissiehandel. ,,Het geeft de Europeanen het recht om de regels te schrijven.''

Dat betekent niet dat de Amerikanen werkloos toekijken. Veel bedrijven zijn met eigen CO2-reductieprogramma's begonnen. Zo heeft computergigant IBM zich ten doel gesteld om de CO2-emissie volgend jaar met 4 procent te hebben verminderd ten opzichte van 1998, en wil sportkledingbedrijf Nike in 2005 een reductie met 13 procent ten opzichte van 1990 hebben bereikt. Een aantal Amerikaanse bedrijven, waaronder autofabrikant Ford, heeft zich verenigd in de Chicago Climate Exchange Inc., die onderling emissierechten verhandelt. Ook al gaat het om een vrijwillig systeem, aldus Climate Exchange-directeur Richard Sandor, het houdt de bedrijven alert en internationaal ,,concurrerend''. Want of het nou goed is voor het milieu of niet, meedoen aan deze nieuwe milieuhandel (die in CO2-emissies is volgens velen nog maar het begin) moet vooral financieel lucratief zijn.