Economisch herstel Irak kan snel gaan

Net in vroegere communistische landen kan het verdwijnen van de logge staatscontrole ook in Irak wonderen doen, meent Daniel Yergin.

De omgehaalde standbeelden van Saddam Hussein leveren niet alleen maar mooie plaatjes op. Ze doen ook denken aan de gebeurtenissen van 1989-'91. Toen in Oost-Europa en de Sovjet-Unie het communisme viel, werden landen als Polen, Hongarije en Rusland zogeheten `overgangseconomieën', van het communisme naar een markteconomie. Irak mag als de nieuwste toevoeging aan deze lijst worden beschouwd.

Net als de overgangseconomieën uit de jaren negentig staat Irak voor immense economische uitdagingen. Zo'n 35 jaar Ba'ath-bewind heeft de economie verwoest. Het bruto nationaal product is sinds 1979 met 75 procent geslonken. Ja, het land heeft olie, bij de vleet. Maar ook als de olie-industrie zich zou herstellen, wegen de opbrengsten daarvan de komende paar jaar nooit op tegen de honderden miljarden aan wederopbouwkosten en de meer dan 350 miljard dollar schuld.

Deze omstandigheden bieden redenen te over voor een pessimistische kijk op de toekomst – een Irak ontwricht door politieke strijd, terrorisme en geweld alsmede door godsdienstig extremisme en etnische conflicten. In dit scenario is de oorlog weliswaar in een paar weken gewonnen, maar wordt de vrede in de loop der jaren verloren, met een langdurig ontredderde economie als gevolg.

Maar er is nog een andere kijk die de aandacht verdient, en die meer terzake doet. Anders dan meestal gebeurt kan het Midden-Oosten ook in breder perspectief worden gezien. En dan is het verhaal relevant van de ingrijpende veranderingen waardoor Azië veertig jaar geleden nog het armste werelddeel was, maar nu vooroploopt in economische dynamiek. Het verhaal ook van de internationale handel en mondialisering die de motoren van de economische groei zijn geworden en waardoor de vroegere communistische landen een markteconomie kregen

Het Irak van de Ba'ath-partij schoeide zijn economie tenslotte op de leest van het Oost-Europese communisme: centrale planning, prijsbeheersing, grootschalig staatsbezit en knarsende regulering. In de jaren zestig collectiviseerde het zelfs zijn landbouw, met de voorspelbare rampzalige gevolgen. Zoals laatst werd opgemerkt door Leszek Balcerowicz, de architect van de postcommunistische hervormingen in Polen en een van 's werelds vooraanstaande deskundigen inzake overgangseconomieën, ,,is de huidige toestand in Irak niet moeilijker dan die van twaalf jaar geleden in de Midden-Europese landen.''

Als overgangseconomie heeft Irak een aantal sterke punten, bijvoorbeeld een goed opgeleide, technisch geschoolde bevolking. Lang voordat de Ba'ath-partij aan de macht kwam, had Irak een sterke handels- en ondernemerstraditie, en die zijn blijven voortbestaan. Ook kan het zijn voordeel doen met het grote aantal Irakezen in het buitenland – bijna 20 procent van de bevolking. Er is een duidelijke gelijkenis met China, dat zijn verbluffende economische groei voor een deel te danken heeft aan de `overzeese Chinezen' die uit Taiwan, Singapore en elders zijn teruggekeerd naar het vasteland van China – met kapitaal, technologie en banden met de wereldeconomie.

De overzeese Irakezen zouden hetzelfde kunnen doen met behulp van hun familiebanden. Hun bijdrage zal worden versterkt door buren uit Koeweit, Saoedi-Arabië en andere landen aan de Golf die, voortbouwend op oude handelsbanden, vermoedelijk de eerste verschaffers van kapitaal en diensten zullen zijn. Als de logge hand van de staatscontrole wordt teruggetrokken, neemt de prikkel tot corruptie af en ontstaat veel meer ruimte voor innovatie, flexibiliteit en aanpassing aan gewijzigde omstandigheden. De drijvende kracht van het geheel zal bestaan uit een enorme behoefte aan investeringen en een reusachtige inhaalvraag naar goederen en diensten.

Eén van de belangrijkste lessen van de overgangseconomieën betreft het herstellend vermogen dat het gevolg kan zijn van de natuurlijke menselijke neiging die ruim twee eeuwen bondig is verwoord door Adam Smith: `de neiging om het één voor het ander te ruilen'. Wil dit werken, dan moet er natuurlijk betrekkelijke veiligheid en politieke stabiliteit heersen. Maar net als de jongste overgangseconomieën zou Irak economisch weleens sneller kunnen slagen dan menigeen zich nu kan voorstellen.

Daniel Yergin is verbonden aan Cambridge Energy Associates.

© WP-LAT Newsservice