Douane vindt deel Iraakse roofkunst

Agenten van het Amerikaanse immigratie- en douanebureau ICE hebben in Irak ongeveer 700 kunstvoorwerpen en 39.400 manuscripten teruggevonden, die vorige maand waren gestolen bij de plundering van het Nationaal Museum in Bagdad. Een deel van de getraceerde voorwerpen blijkt al voor het begin van de oorlog in Irak in veiligheid te zijn gebracht in verborgen kluizen.

Dat heeft het agentschap gisteren in Washington bekendgemaakt. De vondsten zijn het resultaat van ,,uitstekende samenwerking'' tussen de Amerikaanse autoriteiten, het Amerikaanse leger en het Iraakse volk, zei onderminister Michael J. Garcia, verantwoordelijk voor het ICE. Hij zei ,,tevreden'' te zijn met de opsporingen tot dusver, maar voegde eraan toe dat er ,,zeker nog veel werk te doen is'', zowel in de VS zelf [bij het onderscheppen van illegaal ingevoerde kunstvoorwerpen] als in Irak.

Op een conferentie van Interpol in het Franse Lyon deze week bleek dat er nog geen betrouwbaar overzicht bestaat van de voorwerpen die uit het Nationaal Museum en uit andere musea in Irak zijn gestolen. De Amerikaanse minister van Justitie, John Ashcroft, zei in Lyon dat ,,georganiseerde misdaadgroepen'' voor een belangrijk deel achter de roofpartijen zitten. Het Nationaal Museum in Bagdad huisvestte een grote collectie kunstvoorwerpen uit onder andere de Mesopotamische tijd.

De verklaring van gisteren is deels een reactie op de internationale kritiek dat Amerikaanse soldaten werkeloos hebben toegekekekn bij de plundering van het museum en het in brand steken van de Nationale Bibliotheek annex Nationaal Archief.

Een woordvoerder van het ICE, dat valt onder het nieuwe ministerie van Binnenlandse Veiligheid, zei gisteren dat speciale teams van het douanebureau al voor de oorlog in Irak begon naar het Midden-Oosten zijn afgereisd. Onmiddellijk na de eerste berichten over plunderingen van musea hebben ze toenadering hebben gezocht tot Iraakse kunstbeheerders, om samen de vermiste voorwerpen te inventariseren. Omdat de voorwerpen niet op computerbestanden zijn gecatalogiseerd, is dat een tijdrovende aangelegenheid. De agenten hielpen de Amerikaanse militairen ook bij het beschermen van het Nationaal Museum tegen verdere plunderingen, en riepen de bevolking in een campagne op om gestolen kunstvoorwerpen terug te brengen. Daarbij werden beloningen en kwijtschelding van straf in het vooruitzicht gesteld.

Gaandeweg kwamen de ICE-agenten erachter dat een deel van de vermiste voorwerpen al voor het begin van de vijandelijkheden in Irak in veiligheid waren gebracht in verborgen kluizen. Maar onderzoek heeft ook al uitgewezen dat enkele zeer kostbare voorwerpen inderdaad zijn verdwenen, en mogelijk naar het buitenland zijn gesmokkeld. Op andere plaatsen moet het onderzoek nog beginnen.