De man van de reuzenzwaai aan het hoogrek

In zijn hoogtijdagen als turner liepen de dorpen uit als Klaas Boot een turndemonstratie bij de plaatselijke (jubilerende) gymnastiekvereniging kwam geven. Hij had een naam als Nederlands kampioen de titel die hij in de periode van 1949 tot 1958 tien keer op rij veroverde maar Boot genoot vooral faam met zijn reuzenzwaai aan het hoogrek, indertijd een hoogstandje zonder weerga.

In het boek De Top 500, met biografieën van de beste Nederlandse sporters in de twintigste eeuw, schrijft Hans van Zetten, tegenwoordig televisie-commentator en verslaggever bij het turnen, dat in Schoorl boven het podium zelfs een stuk uit het dak gezaagd moest worden om Boot zijn reuzenzwaai te laten uitvoeren.

Boot heeft zowel in zijn actieve carrière als daarna zijn stempel op de turnsport in Nederland gedrukt. Nadat hij in 1946 zijn eerste nationale titel bij de jeugd veroverde, volgde in de jaren vijftig zijn periode van onaantastbaarheid in Nederland, met het nog steeds ongeëvenaarde record van een aaneengesloten reeks van tien titels tot gevolg. Daarnaast werd hij in 1956 gekozen tot Sportman van het Jaar.

Buiten de landsgrenzen was hij minder succesvol, want de hoogste klassering van Boot bij een wereldkampioenschap was een achttiende plaats in 1950 bij het toernooi in het Zwitserse Bazel. Aan de Olympische Spelen heeft Boot nooit mogen deelnemen.

Na zijn loopbaan werd Boot bekend als `de stem' van het turnen. Met zijn kenmerkende stemgeluid heeft hij 27 jaar via Studio Sport turnen als commentator onder de aandacht van het Nederlandse volk gebracht. In 1988 nam Boot afscheid en deed hij zijn televisiewerk over aan Van Zetten.

Naast het turnen heeft Boot een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het trampolinespringen. Hij was lange tijd bestuurslid van het internationale trampolineverbond ITV, dat later, voor het verkrijgen van de olympische status, is opgegaan in de internationale turnfederatie FIG.

In navolging van zijn vader, Klaas senior, is Boot jarenlang trainer geweest, waarvan zestien jaar bij `zijn' club De Halter in Alkmaar. Hij gold als een harde coach, die onder de Duitse bondscoach Frenger nog een periode assistent-trainer is geweest. Als turner en trainer zette Boot wel een familietraditie voort. Zijn vader nam als turner deel aan de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam en zou later een vermaard coach worden. Ook diens broers Arie en Guus waren in hun tijd topturners.

In 1958 kwam een eind aan de heerschappij van Klaas Boot als turner. Uitgerekend in Alkmaar verloor Boot de Nederlandse titel aan Willy Jaegers uit Bocholz. Volgens Van Zetten in het boek `Top 500' had Boot zelf niet aan die titelstrijd willen deelnemen hij vond het wel genoeg maar trad hij slechts aan op voorspraak van zijn vrouw Hennie. Zij zei: `Laat je eervol onttronen en gun de nieuwe kampioen dezelfde voldoening'. En aldus gebeurde, overigens na een zinderende tweestrijd.

Gistermorgen overleed Klaas Boot op 75-jarige leeftijd na een ziekbed van enige maanden.