Verzorgingsstaat

In een verslag van de 1 mei-bijeenkomst van FNV en andere maatschappelijke organisaties (NRC Handelsblad, 2 mei) wordt mij de uitspraak in de mond gelegd dat `de verzorgingsstaat waarden (als solidariteit) produceert en dat met elke versobering deze waarden verloren dreigen te gaan'.

Tegen een dergelijke uitleg heb ik echter juist gewaarschuwd. De verzorgingsstaat, zei ik letterlijk, is niet heilig; hij is niet boven bezuinigingen en hervormingen verheven. Problemen als bureaucratisering, een grote afstand tussen professionals en cliënten, en een van de vraag losgezongen aanbod ondergraven het draagvlak voor publieke voorzieningen op terreinen als sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg.

Wel heb ik gewezen op de wisselwerking tussen waarden en instituties op dit gebied. De omvangrijke, ruim toegankelijke verzorgingsstaat die in de tweede helft van de vorige eeuw in landen als Nederland is opgebouwd, is voor een deel de neerslag van gedeelde opvattingen over rechtvaardigheid en solidariteit. Maar die verzorgingsstaat `produceert' omgekeerd ook waarden; begunstigt en bevestigt opvattingen en gevoelens (over eerlijk delen, over toegankelijkheid, over voorzieningen waarop we gezamenlijk zuinig moeten zijn) die men in minder ontwikkelde verzorgingsstaten niet in die mate aantreft.

Dit aspect ontbreekt in de huidige discussies over `normen en waarden'. Maar dat wil niet zeggen dat elke versobering van de verzorgingsstaat het solidariteitspeil in onze samenleving aantast. Dan zou namelijk ook elke gulden extra voor meer solidariteit zorgen. Dat geloven zelfs sociaal-democraten niet.