Tribunaal wijst afspraak over Srebrenica af

De rechters van het Joegoslavië-tribunaal hebben gisteren een overeenkomst afgewezen waarbij de Bosnische-Servische commandant Momir Nikolic schuld heeft bekend aan de massamoord in Srebrenica in ruil voor strafvermindering. Het akkoord was bereikt tussen de aanklagers van het tribunaal en Nikolic' advocaten.

Gisteren erkende Nikolic in een schriftelijke verklaring dat na de val van de moslim-enclave Srebrenica in Oost-Bosnië in juli 1995 meer dan zevenduizend moslims zijn vermoord. Ook gaf hij toe dat het gebied rond Srebrenica `gezuiverd' moest worden van alle moslims.

Nikolic (48) was als officier belast met de bewaking van de moslimgevangenen. Hij is samen met Vidoje Blagejovic, Dragan Obrenovic en Dragan Jokic aangeklaagd voor zijn rol in de massamoord in Srebrenica. In ruil voor een bekentenis en getuigenissen tegen zijn medeverdachten werd de zwaarste aanklacht tegen Nikolic – genocide – geschrapt. Zijn drie medeverdachten houden vol onschuldig te zijn. Hun zaak zou morgen beginnen, maar is uitgesteld tot 14 mei.

De deal tussen Nikolic' advocaten en de VN-aanklagers is pas rechtsgeldig wanneer hij door de VN-rechters is gefiatteerd. Maar de rechters zijn ontevreden met tal van formele aspecten. Zij gaven de partijen de opdracht hun huiswerk over te doen. Volgens tribunaal-medewerkers is vooral sprake van een botsing van culturen. In de Verenigde Staten, waar VN-aanklager Peter McCloskey vandaan komt, zijn dergelijke afspraken heel gewoon. In China, Argentinië en Oekraïne, de landen waar de rechters vandaan komen, zijn ze dat niet.

Nikolic was een van de Bosnisch-Servische officieren die op 11 juli 1995, de dag van de val, legerleider Ratko Mladic begeleidden bij een ontmoeting met Dutchbat-commandant Karremans in Hotel Fontana in Bratunac. Volgens de aanklagers hebben Mladic c.s. de nacht daarop besloten tot de massamoord. Die theorie wordt onderbouwd door de schriftelijke bekentenis van Nikolic: hij kreeg op de ochtend van 12 juli in Hotel Fontana in Srebrenica een andere Bosnisch-Servische officier de opdracht de moord op de moslimmannen te organiseren.

Terwijl de moordplannen al waren gemaakt, strooiden de Serviërs de Nederlanders zand in de ogen door op 12 juli verder te onderhandelen en enkele mannen met de vrouwen en kinderen per bus te laten vertrekken. De mannen werden verderop weer uit de bussen gehaald en vermoord.

Op vergaderingen van Bosnisch-Servische functionarissen werd volgens Nikolic openlijk gesproken over de massamoord. Hij erkent ook dat hij later betrokken was bij pogingen bewijsmateriaal weg te moffelen en voor het Joegoslavië-tribunaal te verstoppen.