Terug

Dat was een merkwaardige thuiskomst.

Overdag was ik door het centrum van Amsterdam gelopen, door een oude arbeiderswijk in Hilversum, en ten slotte dwars door Rotterdam, en nergens had ik enig openbaar rouwbetoon voor Pim Fortuyn gezien. Was men hem nu al vergeten?

Alleen in Rotterdam kwam een bescheiden stoet in beweging. Zo'n 500 mensen trokken met witte ballonnetjes naar het centrum voor de onthulling van Fortuyns borstbeeld. Het was een geïsoleerde stoet, meewarig bekeken door winkelende Rotterdammers.

Bij het Schielandshuis, waar Fortuyns beeld staat, kwamen er nog eens zo'n 500 Rotterdammers bij. Er was ruimte genoeg voor iedereen op dat pleintje in de reusachtige slagschaduw van de Fortis Bank.

Het was een serene bijeenkomst, zonder de racistische geluiden die je een jaar eerder overal op straat rond de begrafenis van Fortuyn kon horen. Maar waar waren al die duizenden mensen die toen gezamenlijk hun tranen plengden? Was hun verdriet nu al verdampt, of waren ze bijgekomen uit een collectieve zinsbegoocheling?

Maar goed, het was al winst dat er nu eens zonder hysterie over Fortuyn kon worden gepraat. De sprekers werden niet al te sentimenteel en de burgemeester hield het kort en sober.

Toen kwam ik thuis en viel in de tv-documentaire De nacht van Fortuyn. Het was alsof we in een tijdscapsule rechtsomkeert maakten. Opeens waren er weer de wrok en de razernij van ruim een jaar geleden. Fortuyn moest zich verweren tegenover het bestuur van Leefbaar Nederland. Hij was te ver gegaan in een interview.

Fortuyn laat zich die avond volledig gaan. Hij tiert, raast, vloekt. Zijn haat spat van het scherm. Nu pas horen we écht wat hij denkt, in zijn officiële uitlatingen was hij toch meer politicus geweest dan we hadden vermoed.

,,Het is vijf voor twaalf, niet in Nederland, maar in Europa. En wilt u dat? Ik sta voor dit land dat in vijf, zes eeuwen is opgebouwd. We hebben godverdomme gewoon hier een vijfde kolonne, laat ik nu maar alles zeggen, die het land naar de verdommenis wil brengen (...) U laat over zich lopen en ik doe het niet meer! Dat is waar ik mijn zetels vandaan haal, want dit land is het zat! C'est ça. Daar sta ik voor! En als ik het anders moet verwoorden, prima, maar het gaat om u en uw kleinkinderen (...) Godverdomme! In mijn stad! Marokkaanse jongens, Turkse jongens, die niet die Turken en Marokkanen beroven, maar u en mij, ouwe vrouwtjes, en de politie, wat doet die? Godverdomme, niks! Die zeggen, u discrimineert. Dat verwoord ik voor het volk. En ik sta ervoor.''

Als Fortuyn stilvalt, staren de roverhoofdmannen om hem heen hem verlamd aan. Voorzichtig klinken hun stemmen op. ,,Het ergste is nog dat ik het er nog mee eens ben ook.'' ,,Ik ook.'' ,,Maar je kunt het niet zeggen, want dat is politiek.'' ,,Ik vind het heel fijn om te horen.''

En huilend zetten ze Fortuyn aan de kant.

We hebben de afgelopen dagen weer veel wijze denkers de zegeningen van Fortuyn horen bezingen. Ik raad ze, ter genezing van hun verdriet, aan dit bandje driemaal daags af te draaien. Let daarbij vooral ook op de toon van de leider.

C'est ça.