SARS redt China misschien juist

Peking wordt door SARS het hardst getroffen, maar daar ligt niet het hart van de Chinese economie. Over hoe groot de schade voor `booming' China zal worden lopen de meningen sterk uiteen. SARS zou zelfs als welkome rem op een bijna oververhitte economie kunnen werken.

,,Ik haal hier niets meer op'', vertelt een oude man in sleetse boerenkleding die met een emaillen kommetje in het centrum van Peking staat te bedelen. Ook hij ondervindt de economische gevolgen van de besmettelijke longziekte SARS. Er zijn nauwelijks mensen meer op straat, en niemand durft nog dicht bij hem in de buurt te komen. Weg kan hij ook niet, want hij heeft geen geld voor de bus naar zijn geboortedorp.

Waar de supermarkten nog net zo veel klandizie hebben als normaal, is het in de warenhuizen akelig leeg geworden. Het ruikt er naar ontsmettingsmiddel, en het is er drukker met peroneel dan met klanten. Eén warenhuis probeert klanten te trekken met een speciale uitstalling van alle desinfecterende middelen die ze in huis hebben, maar ook daar loopt het niet erg storm. Toch blijft de zaak open, want de gemeente Peking heeft sluiting van de grotere winkels verboden.

Veel fabrieken en bedrijven hebben hun personeel voorlopig naar huis gestuurd, en de zakelijke contacten die er nog plaatshebben, verlopen voornamelijk via de telefoon. Het openbare leven in de stad is vrijwel stilgevallen, en ook nu de meivakanties achter de rug zijn, blijft het doods op straat.

Maar zoals de situatie in Peking is, is die niet in heel China. Peking draagt maar 3,1 procent bij aan China's nationale inkomen. Shanghai en de nog zuidelijker provincie Guangdong bijna 17 procent. En juist buiten Peking lijkt het economische leven veel minder door SARS te worden aangetast. Wel is door het hele land het eigen en het buitenlandse toerisme vrijwel verlamd. Westerse zowel als Chinese zakenmensen zien af van binnenlandse vluchten, vaak ook omdat hun werkgever zakenreizen op dit moment verbiedt. Veel zakelijke transacties lopen daardoor uitstel op, en het is niet duidelijk in hoeverre dat uitstel ook tot afstel zal leiden.

China Eastern, China's tweede luchtvaartmaatschappij, heeft bekendgemaakt dat het de aanschaf van twaalf nieuwe vliegtuigen voorlopig wil uitstellen in verband met SARS.

Over hoe groot de schade aan de Chinese economie uiteindelijk zal blijken te zijn, lopen de meningen nog sterk uiteen. Dat zal ook afhangen van de vraag in hoeverre de ziekte zich toch heeft weten te verspreiden naar andere delen van China. Want de angst is groot dat juist buiten Peking het aantal ziektegevallen nog sterk zal oplopen, en in dat geval kan de verlamming die zich van Peking heeft meester gemaakt zich uitbreiden of verplaatsen naar andere delen van het land.

De bank J. P. Morgan Chase uit zich het meest negatief over de Chinese economie. Die schat dat na de uitzonderlijk hoge economisch groei van 9,9 procent in het eerste kwartaal van 2003, er in het tweede kwartaal sprake zal zijn van een feitelijke krimp van 2 procent. Zo negatief is de Wereldbank bij lange na niet. Die stelt haar voorspelling voor de groei over heel 2003 slechts met een half procentpunt bij van 8 naar 7,5 procent, en de meeste economen houden het op een bijstelling naar beneden van zo'n 1 of 2 procentpunt.

De Financial Times van gisteren komt met een veel positiever geluid. De krant wijst erop dat de groei over het eerste kwartaal in werkelijkheid wel eens veel hoger geweest kan zijn dan de gemelde 9,9 procent, omdat provinciale overheden met expres minder gunstige cijfers niet te veel wilden afwijken van de landelijk voorspelde groei van 7 procent voor het hele jaar. De toename van de elektriciteitsproductie met 17,7 procent, de industriële productie met 17,2 procent en de investeringen in vastgoed met 27 procent in het eerste kwartaal duiden immers op een feitelijk veel hogere groei. De Chinese economie zou daarmee in het eerste kwartaal zelfs tekenen van oververhitting hebben vertoond.

Die redenering volgend, functioneert de SARS-crisis in het gunstigste geval juist als een noodzakelijke rem op de Chinese economie. Daarmee zou de crisis op den duur juist een verhulde zegen kunnen blijken.