Nieuwe civiele chef voor Irak

De Amerikaanse president George Bush heeft gisteren Paul Bremer officieel benoemd als hoogste civiele bestuurder in Irak en daarmee de bezetting een meer civiel gezicht gegeven.

Dat Bremer, vroeger ambassadeur in Nederland en terrorisme-expert, boven generaal b.d. Jay Garner zou worden aangesteld, was vorige week al uitgelekt. De officiële bekendmaking is volgens de Los Angeles Times vertraagd als gevolg van de voortdurende machtsstrijd tussen de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie.

,,Hij is iemand die van aanpakken weet'', zei Bush in het Witte Huis, met Bremer naast zich. ,,Hij deelt dezelfde waarden als de meeste Amerikanen hier, en dat is een diep verlangen om een ordelijk land in Irak te hebben dat vrij is en in vrede'', aldus Bush.

Bremer, die waarschijnlijk volgende week in Irak arriveert , heeft een lange carrière in het ministerie van Buitenlandse Zaken achter de rug, maar zal rapporteren aan minister van Defensie Donald Rumsfeld, wat de onbehaaglijkheid bij sommige landen over de rol van het Pentagon in de Iraakse wederopbouw niet zal wegnemen. ,,Het betekent nog steeds dat het Pentagon de drijvende kracht hier is'', aldus een analist in Washington. Garner zei maandag nog een tijdje in Irak te blijven om Bremer ,,op weg te helpen''.

Een Australische krant meldde vanochtend eerder deze week van twee mannen in Bagdad een geluidsband te hebben gekregen waarop mogelijk de stem van de afgezette Iraakse leider Saddam Hussein te horen is die de Irakezen oproept ,,de vijand het land uit te gooien''. De krant, de Sydney Morning Herald, schreef dat een Australische expert en meer dan tien Irakezen die allen de band hadden gehoord, van mening waren dat de stem en de retoriek sterk geleken op die van Saddam. De krant zou de band later op de dag ter beschikking stellen van de Amerikaanse autoriteiten. Het regionale parlement van de Koerden in Noord-Irak heeft gisteren het vertrek geëist van een Turkse legereenheid die sinds 1996 een strook Iraaks gebied aan de grens met Turkije bezet houdt. Deze eenheid, van enkele duizenden manschappen, is door Ankara naar het gebied gestuurd in het kader van de strijd tegen de (Turks-)Koerdische Arbeiderspartij (PKK). De PKK, die inmiddels is verslagen, gebruikte Noord-Irak als uitvalsbasis. Inmiddels maakt Turkije zich grote zorgen over de uitbreiding van de invloed van de Iraakse Koerden naar de grote steden Kirkuk en Mosul, ondanks de herhaalde waarschuwingen van Ankara daartegen. Het is daarom de vraag of Turkije de Koerdische eis zal inwilligen.