Nederlanders vervolgd om bouwfraude

België vervolgt als eerste land Nederlanders op verdenking van bouwfraude. Het openbaar ministerie in Gent heeft de raadkamer van de rechtbank in die plaats gevraagd 34 directieleden van Belgische aannemersbedrijven, onder wie twee Nederlanders, te berechten.

Het onderzoek in België is een nieuwe aanwijzing voor het internationale karakter van de bouwfraude. In de schaduwboekhouding van het Groningse Koop Tjuchem staan ook Belgische en Duitse bedrijven. Justitie in Nederland is nog bezig met haar onderzoek naar verboden afspraken uit die boekhouding. Het Nederlandse bouwfraude-onderzoek telt tot nu toe 72 verdachten.

Een woordvoerder van het parket in Gent zegt dat de verdachte aannemers tussen 1997 en 1999 illegale prijs- en werkafspraken maakten. De directieleden worden verdacht van valsheid in geschrifte, oplichting en concurrentiebelemmering. Door het verboden vooroverleg zou vooral de Vlaamse Gemeenschap zijn benadeeld. De praktijken waren ,,omvangrijk'', maar slechts de afspraken rond 52 werken zijn ten laste gelegd.

Justitie verdenkt een hoge ambtenaar van de Vlaamse Gemeenschap, het hoofd van de afdeling Zeeschelde van het departement Leefmilieu en Infrastructuur, van hulp aan de aannemers. Hij zou vertrouwelijke documenten hebben doorgegeven. Een tweede ambtenaar van dit departement pleegde zelfmoord nadat bij hem huiszoeking was verricht. Of de aannemers en de ambtenaar daadwerkelijk moeten voorkomen, beslist de raadkamer van de rechtbank in Gent op 28 mei.

Aan het verboden vooroverleg deden in totaal 50 aannemers mee, waaronder enkele Franse en Nederlandse bedrijven. Het ging om waterbouwkundige werken in de regio's Antwerpen en Gent. Justitie wil de 34 managers van Belgische bedrijven vervolgen; de Franse en Nederlandse bedrijven worden niet vervolgd. Zij zouden slechts sporadisch hebben meegedaan aan het verboden overleg in België.

Bij de huiszoeking bij een Belgische aannemer zijn ook aantekeningen te zijn gevonden van verboden vooroverleg in Nederland. Belgische en Nederlandse bouwbedrijven blijken tussen 1996 en 1998 heimelijke afspraken te hebben gemaakt rond de bouw van de kade voor de cruiseterminal in de haven van IJmuiden en bij onderhoudswerken van rijkswaterstaat in Zeeland. Het Gentse parket heeft hierover een proces-verbaal gestuurd naar het OM in Nederland.

In de aantekeningen staat dat in december 1997 verboden afspraken zijn gemaakt rond de opdracht voor de aanleg van 250 meter kade voor de cruiseterminal in IJmuiden. Aan de openbare aanbesteding deden 23 bouwbedrijven mee, waarvan twee uit België: Herbosch-Kiere uit Kallo en CFE uit Brussel. De bouw van de kade ging voor 2,3 miljoen euro naar de combinatie Van Halteren BV uit Bunschoten en De Klerk uit Werkendam. Voorafgaand aan de aanbesteding zou een `opzetgeld' van 34.000 euro per aannemer zijn afgesproken.

Opdrachtgever voor de kade was Zeehaven IJmuiden NV, voor een kwart eigendom van de gemeenten Velsen en Katwijk en de provincie Noord-Holland. Directeur Th. Dekker van de zeehaven zegt zijn advocaat te zullen raadplegen om te bezien of de opzetgelden teruggevorderd kunnen worden.

Andere aanbestedingen waarbij illegale afspraken gemaakt zijn volgens de Belgische justitie, zijn aanbestedingen van Rijkswaterstaat in Zeeland, zoals het onderhoud van de Schelde-Rijnverbinding, Oesterdam en de bocht van Bath, de bouw van beschermconstructies bij Sas van Gent en het onderhoud van het kanaal Gent naar Terneuzen en de zeewerking van Terneuzen. Hierbij waren onder meer de aannemers N. Kraaijeveld uit Sliedrecht (onderdeel van het Brusselse Soficom) en Van den Herik uit Sliedrecht betrokken. Directeur J. Huijbers van Van den Herik zegt ,,niet ja of nee'' te kunnen zeggen op de vraag of er vooroverleg is geweest. ,,Ik kan niet zeggen dat het nooit voorkwam. Wij zijn daar als bedrijf in elk geval niet trots op. Het was een soort drug waaraan je niet ontkwam'', aldus Huijbers. Kraaijeveld was niet bereikbaar voor commentaar.