IHC loopt orders mis wegens Birma

IHC Caland, bouwer van schepen en energie-installaties op zee, heeft in Birma drie orders misgelopen. Dat komt doordat de onderneming geen zaken meer doet met het door een militaire dictatuur geregeerde land. Dit schrijft het beursgenoteerde concern in zijn jaarverslag.

Directeur S. van Dooremalen van IHC Caland zei gisteren dat het gaat om drie baggerschepen – zogeheten snijkopzuigers – waarmee de Birmese overheid rivieren wil uitdiepen. De schepen, ongeveer 25 meter lang, kosten volgens Van Dooremalen circa 1,5 miljoen euro per stuk. ,,Ze vroegen ons eind 2001 een offerte in te dienen. Wij hebben dat niet gedaan en uitgelegd dat op verzoek van de Nederlandse regering ons beleid richting Birma is gewijzigd.'' Volgens Van Dooremalen is er naderhand geen contact meer geweest met de Birmezen. De order is volgens de IHC-directeur vergeven aan een scheepsbouwbedrijf uit China.

IHC Caland kwam in de zomer van 1998 in opspraak toen bekend werd dat het Rotterdamse bedrijf een olieopslagplaats voor de kust van Birma (Myanmar) ging bouwen en beheren. Zaken doen met het Aziatische land is omstreden omdat de mensenrechten op grote schaal worden geschonden. Het Burma Centrum Nederland verkondigde destijds ,,dat een Westers bedrijf dat samenwerkt met het militaire regime de repressie in het land sponsort''.

Volgens Van Dooremalen heeft het mislopen van de orders geen grote invloed gehad op de resultaten van de onderneming over 2002. ,,Hoewel we een nette winstmarge op deze schepen boeken. Wij hebben meer dan de helft van de wereldmarkt voor deze schepen in handen.''

IHC Caland beheert nog altijd het drijvende olieopslagsysteem 200 kilometer uit de kust van Birma, waar vijf jaar geleden de ophef over ontstond. Het bedrijf, waar ruim 4.000 mensen werken, zegt vast te zitten aan een contract. IHC Caland schrijft in het jaarverslag dat het contract is aangegaan ,,met een buitenlandse oliemaatschappij, niet met de regering van Myanmar''.

Het contract in Birma heeft een waarde van 250 miljoen dollar. IHC Caland wil het contract niet verbreken, omdat dit een schadeclaim zou opleveren. Bovendien, zo voert IHC aan, zou de onderneming zich daarmee onbetrouwbaar maken tegenover haar klanten.