`Geen zicht op gedrag ambtenaar'

De screening van ambtenaren op kwetsbare posities schiet tekort. Antecedentenonderzoek vindt wel plaats bij indiensttreding, maar niet in het verdere verloop van de carrière. De overheid heeft daardoor onvoldoende zicht op potentieel crimineel gedrag in het ambtelijk apparaat.

Dat concludeert de criminoloog H. Nelen van de Vrije Universiteit Amsterdam in het onderzoek Geen ABC, analyse van rijksrechercheonderzoeken naar ambtelijke en bestuurlijke corruptie. Nelen onderzocht 145 rijksrechercheonderzoeken naar fraude en corruptie in het ambtelijk en bestuurlijk apparaat over de periode 1998-2000.

Op rijksniveau geldt voor een beperkt aantal vertrouwensfuncties de Wet op de Veiligheidsonderzoeken die scherpe screening mogelijk maakt. Maar voor tal van vertrouwensfuncties geldt die mogelijkheid niet. Bij een aantal overheidsinstellingen zou zo'n periodieke integriteitscontrole wenselijk zijn, aldus Nelen.

Dergelijke onderzoeken moeten zich volgens hem ook richten op nevenfuncties en nevenwerkzaamheden van ambtenaren. Nelen concludeert op basis van de rijksrecherchedossiers dat registratie van nevenwerkzaamheden in de meeste ambtelijke organisaties te wensen overlaat. In de onderzochte dossiers trof Nelen een aantal voorbeelden aan van ongewenste nevenfuncties, die van invloed zijn op de besluitvorming van overheidsfunctionarissen. ,,Slechts zelden worden ambtenaren door hun leidinggevenden aangesproken op mogelijke belangenverstrengeling.''

Corruptieonderzoek richt zich zelden op topfunctionarissen of leidinggevenden binnen ambtelijke organisaties. Volgens Nelen is opsporingsonderzoek naar misstanden in de top van ambtelijke of bestuurlijke organisaties beperkt. ,,Zowel leidinggevenden als medewerkers hebben er dan alle belang bij om elkaar de hand boven het hoofd te houden.''

Een kwart van de onderzochte dossiers had te maken met corruptie of fraude door gevangenispersoneel. Daarnaast betrof het onderzoek onder ambtenaren van de ministeries van Landbouw, Verkeer en Waterstaat, Justitie, Defensie en VROM. Onderzoeken onder gemeenteambtenaren richtten zich op aanbestedingspraktijken en vergunningverlening.

Van de 145 onderzochte rijksrecherchedossiers leidde 20 procent uiteindelijk tot een zaak die werd afgehandeld door het openbaar ministerie.