Duitsland is minder belangrijk geworden

Oorlogen hebben altijd winnaars en verliezers. Saddam Hussein is natuurlijk de grootste verliezer van de oorlog met Irak. Maar ook Duitsland heeft veel verloren. Ondanks de aangekondigde plannen om met Frankrijk, België en Luxemburg een Europees leger te vormen, is Duitsland sinds de oorlog politiek minder belangrijk geworden, zowel in Europa als in de wereld als geheel. Die schade zal niet zo eenvoudig te herstellen zijn.

Elk onderdeel van de Duitse internationale positie is door de oorlog met Irak geschaad. Duitsland kan niet meer de rol van transatlantische bemiddelaar tussen Frankrijk en Amerika spelen. Het hoeft niet meer te rekenen op steun van de VS in zijn campagne om een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de VN te verwerven. In plaats van samen met de Britse premier Tony Blair een `derde weg' voor links Europa te beramen, heeft kanselier Gerhard Schröder Blair nu nodig om een goed woordje voor hem te doen bij president George W. Bush, die zich persoonlijk verraden voelt door het gedrag van Schröder in de aanloop naar de oorlog.

In het postcommunistische Oost-Europa wordt Duitsland niet meer als volstrekt betrouwbaar pleitbezorger van de noden van dat gebied beschouwd. De multilaterale instellingen die bijna een halve eeuw als pijlers van de Duitse buitenlandse politiek fungeerden, zijn verzwakt: de hoop van de Europese Unie op een gezamenlijk buitenland-, veiligheids- en defensiebeleid is ernstig in gevaar gebracht.

Uit Amerikaans oogpunt zijn flexibele ad hoc-coalities van `gewilligen' nuttiger gebleken dan het gevestigde NAVO-bondgenootschap, waarin Duitsland voorging in de strijd tegen het Turkse verzoek om steun. Zelfs de VN – het instituut dat Schröder zogenaamd verdedigde – zijn door zijn knulligheid verzwakt.

Maar de kern van de zaak is de verslechtering van de Duits-Amerikaanse betrekkingen. Duitsland is hier niet de enige boosdoener, want de Amerikaanse diplomatie inzake Irak was vaak onhandig en bombastisch. Maar Duitsland zal zijn positie niet vooruithelpen door op de fouten van anderen te wijzen.

De Duits-Amerikaanse betrekkingen hebben een vernietigende klap gekregen toen Schröder de overwegend pacifistische houding van zijn land nog eens aanmoedigde. Daarmee verdrong hij de zorgen over de lage groei en hoge werkloosheid die een bedreiging waren voor zijn vooruitzichten op herverkiezing. Maar deze politieke strategie bracht Bush tot de overtuiging dat Schröder hem in de rug had gestoken. En staten zijn net mensen: eenmaal verloren vertrouwen is uiterst moeilijk te herwinnen.

In Duitsland zelf waarschuwden de oppositiepartijen en een groot deel van de gevestigde diplomatieke orde dat het land een diplomatiek isolement riskeerde, dus sloot Schröder zich aan bij een ad hoc-coalitie van ónwilligen, samen met Frankrijk en Rusland. Daarmee ging het van kwaad tot erger, doordat er ook nog een publicitaire ramp bijkwam. Een groot deel van de wereldpers betitelde deze `bende van drie' als een `as', een woord met de onheilspellende echo van de Duits-Italiaans-Japanse as uit de Tweede Wereldoorlog. Zoals te verwachten zocht Polen – evenals andere Midden- en Oost-Europese landen – geruststelling bij de VS en Groot-Brittannië toen zijn reusachtige buren, Duitsland en Rusland, met hun anti-Amerikaanse vrijage begonnen.

Maar een gewonnen oorlog maakt lafaards van leiders die aan de verkeerde kant stonden. Met de val van Bagdad begon Schröder dan ook verzoenende signalen naar Washington en Londen te zenden. Stilzwijgend werd Schröder voorstander van een machtswisseling in Irak. Tijdens een Frans-Duits-Russische top in Sint-Petersburg onthield hij zich uitdrukkelijk van kritiek op de VS en Groot-Brittannië. ,,Ik wil niet over het verleden praten,'' zei hij met klem, ,,we moeten bedenken hoe de militaire overwinning het hele gebied ten goede zou kunnen komen.''

Dat de Franse president Jacques Chirac in de VS nog minder geliefd is dan Schröder, schenkt de Duitse diplomaten een lichte troost. Maar Frans verzet tegen de Amerikaanse politiek komt nooit als een schok. De toon en tactiek van Chirac zijn immers geheel volgens het gaullistische boekje. De Duitse assertiviteit tegenover de VS was daarentegen verbluffend.

Medewerkers van de kanselier proberen Schröders retoriek te vergoelijken als een blijk van de Duitse politieke volwassenheid. Eindelijk, zo zeggen ze, kunnen Duitse leiders gebruikmaken van de onbelemmerde soevereiniteit die Duitsland heeft verworven bij de hereniging in 1990. Maar het kinderlijke experiment van de kanselier in volwassen diplomatie heeft het Duitse prestige verminderd, niet vergroot.

Het Duitse gaullisme werkt eenvoudig niet. Tenslotte is Duitsland door zijn traditioneel bescheiden buitenlandse politiek een steunpilaar van de NAVO geworden en heeft het daar zijn hereniging aan te danken. Deze diplomatieke traditie heeft nooit alleen maar bestaan uit `liefdadigheid' en geldelijke bijdragen aan vredesoperaties op de wereld. Het ging erom stabiliteit te brengen, dankzij de versterking van het internationale bestuur en de supranationale structuren.

Duitsland is te groot om zich aan de Europese leiding te onttrekken. Maar het doet er goed aan de verdenking te vermijden dat het streeft naar hegemonie. De meest veelbelovende politieke strategie blijft voor Duitsland om de soevereiniteit te delen met zijn mede-Europeanen en invloed uit te oefenen door middel van de Europese en Atlantische instellingen.

Duitsland moet dus elke gaullistische pretentie laten varen, maar daarnaast nog een tweede les leren: invloed berust niet alleen op zachte `burgerlijke macht' maar ook op harde militaire slagkracht, toegespitst op de vereisten van de wereld na de Koude Oorlog. Als Duitsland zijn diplomatieke belang wil vergroten, moeten zijn defensie-uitgaven omhoog. Alleen een hoger politiek gewicht van Duitsland in Europa en de rest van de wereld zal Amerika ervan overtuigen dat het tijd is de strijdbijl te begraven.

Michael Mertes is voormalig buitenland-adviseur van ex-bondkanselier Helmut Kohl.

© Project Syndicate