Airbus buigt onder druk van Europa

Europa heeft de verhouding met de Verenigde Staten opnieuw op scherp gezet door voor het Europese militaire transportvliegtuig een Europese motor te kiezen en het goedkopere bod van een Amerikaanse rivaal af te wijzen.

Onder intensieve druk van Europese regeringen heeft Airbus Military, een dochter van het Europese defensieconsortium EADS waarin Frankrijk en Duitsland de toon aangeven, gisteren besloten om het contract (bijna 3 miljard euro) te gunnen aan een Europees motorconsortium. Daarmee is het Amerikaanse bedrijf Pratt & Witney gepasseerd, dat voor het nieuwe Europese transportvliegtuig (A400M) een vliegtuigmotor kan leveren die naar eigen zeggen 20 procent goedkoper is en daarbij de Europese defensie-industrie 75 procent van de productie beloofde plus assemblage in Duitsland.

De Amerikanen zijn woedend over het besluit van EADS, dat naar verluidt onder druk van de Franse president, Jacques Chirac, is genomen. Eerder dit jaar botsten de twee regeringen al over de oorlog in Irak. De topman van United Technologies, de moedermaatschappij van Pratt & Witney, zei vandaag tegen de Financial Times dat hij aan de Amerikaanse regering alle feiten over de bieding zal geven. Wij dachten dat we op punten gewonnen hadden, zei hij, maar we hadden geen enkele kans.

Airbus Military, de dochter van EADS die de bouw van het nieuwe transportvliegtuig leidt, moest een ,,commerciële benadering'' kiezen. Zeven Europese landen – Duitsland, Frankrijk, Engeland, Spanje, België, Luxemburg en Turkije – zouden in de komende weken het bouwprogramma voor de A400M bezegelen, waarmee een bedrag is gemoeid van 15,3 miljard euro voor 180 toestellen. Toen Airbus Military vorige week bevestigde dat de motor van Pratt & Wittney veel goedkoper is, werd het bedrijf door Europese regeringen gevraagd zijn besluit uit te stellen om het Europese consortium, EuroProp International geheten, alsnog een kans te geven.

Afgelopen vrijdag al kwam dit consortium met een voor Airbus Military beter bod. Het bestaat uit het Franse Snecma, het Britse Rolls-Royce, het Duitse MTU en het Spaanse ITP. Precies dezelfde landen die in EADS, de in omzet op een na grootste defensie-industrie ter wereld, zitten, waartoe bovendien het civiele Airbus behoort.

De A400M kan twee keer zoveel lading over een veel grotere afstand met een veel hogere snelheid vervoeren dan het Amerikaanse Hercules-transportvliegtuig, dat Europa op dit moment in gebruik heeft.